Oefentoets psychogeriatrie VZ

Oefentoets psychogeriatrie
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Oefentoets psychogeriatrie

Slide 1 - Slide

Wat is een kenmerk van lichamelijke veroudering?
A
Spiermassa neemt toe
B
Botten worden sterker
C
Huid wordt dunner en vlekkerig
D
Het gehoor wordt beter

Slide 2 - Quiz

Wat is cognitieve veroudering?
A
Verslechtering van spieren en gewrichten
B
Slechter worden van de huid
C
Achteruitgang van geheugen en concentratie
D
Verlies van eetlust

Slide 3 - Quiz

Wat is geriatrie?
A
De medische wetenschap over ouderdomsziekten
B
Het trainen van ouderen
C
Het verzorgen van jongeren
D
Een behandelmethode voor Parkinson

Slide 4 - Quiz

Noem een endogene factor van veroudering.
A
Erfelijkheid
B
Roken
C
Beweging
D
Voeding

Slide 5 - Quiz

Wat is het verschil tussen Alzheimer en vasculaire dementie?
A
Alzheimer verloopt grilliger
B
Vasculaire dementie verloopt grilliger
C
Alzheimer komt door beroertes
D
Vasculaire dementie begint met geheugenproblemen

Slide 6 - Quiz

Wat is apraxie?
A
Taalstoornis
B
Problemen met handelingen uitvoeren
C
Problemen met zintuiglijke waarneming
D
Geheugenstoornis

Slide 7 - Quiz

Wat is afasie?
A
Onvermogen om objecten te herkennen
B
Stoornis in het taalgebruik
C
Problemen met lopen
D
Angststoornis

Slide 8 - Quiz

Hoe heet het als iemand steeds dezelfde vraag stelt?
A
Persevereren
B
Confabuleren
C
Agnosie
D
Apraxie

Slide 9 - Quiz

Welk gedrag hoort bij confabuleren?
A
Verhalen aanvullen met verzinsels
B
Steeds iets herhalen
C
Alles verzamelen
D
Achterdochtig zijn

Slide 10 - Quiz

Waarom is bewegen belangrijk voor mensen met dementie?
A
Het vertraagt cognitieve achteruitgang
B
Het verhoogt de bloeddruk
C
Ze worden slaperig
D
Ze krijgen minder eetlust

Slide 11 - Quiz

Welke vorm van dementie komt het meest voor?
A
Lewy Body Dementie
B
Ziekte van Alzheimer
C
Ziekte van Korsakov
D
Vasculaire dementie

Slide 12 - Quiz

Wat is een kenmerk van frontotemporale dementie?
A
Ontremd en ongepast gedrag
B
Alleen geheugenverlies
C
Slecht lopen
D
Hallucinaties

Slide 13 - Quiz

Wat kan een oorzaak zijn van onbegrepen gedrag bij dementie?
A
Pijn die niet geuit wordt
B
Goede verzorging
C
Genoeg slaap
D
Veel bezoek

Slide 14 - Quiz

Hoe heet het verlies van normen en waarden in gedrag?
A
Confabuleren
B
Achterdocht
C
Decorumverlies
D
Apraxie

Slide 15 - Quiz

Wat is reminiscentie?
A
Geneesmiddel
B
Herinneringen ophalen
C
Bewegingstraining
D
Psychotherapie

Slide 16 - Quiz

Wat is belevingsgerichte zorg?
A
Je kijkt alleen naar het ziektebeeld
B
Je stemt af op de beleving en behoefte van de zorgvrager
C
Je voert protocollen uit
D
Je volgt alleen het zorgplan

Slide 17 - Quiz

Wat is een voorbeeld van ‘zintuigactivering’ tijdens ADL?
A
Zingen tijdens het wassen
B
Medicatie geven
C
Aankleden
D
Nagels knippen

Slide 18 - Quiz

In welke volgorde lopen de stadia van dementie?
A
Verzonken ik – bedreigde ik – verdwaalde ik – verborgen ik
B
Bedreigde ik – verdwaalde ik – verborgen ik – verzonken ik
C
Verdwaalde ik – bedreigde ik – verzonken ik – verborgen ik
D
Verborgen ik – bedreigde ik – verdwaalde ik – verzonken ik

Slide 19 - Quiz

Wat hoort NIET bij vasculaire dementie?
A
Gevoel van depressie
B
Geleidelijk verloop
C
Slechte en goede dagen wisselen
D
Problemen met lopen en spreken

Slide 20 - Quiz