Taal deel 1

Taal deel 1
1 / 24
next
Slide 1: Slide
Expressief talentMBOStudiejaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Taal deel 1

Slide 1 - Slide

DOEL VAN DE LES: 
De student weet dat er ieder jaar nieuwe woorden ontstaan maar ook dat er woorden verdwijnen.
• De student weet dat door middel van taal je expressie kunt geven aan je emoties.
• De student weet wat een spoken word inhoud
• De student kan een spoken word schrijven en hierin een gevoel uiten
• De student kan zijn spoken word ondersteunen door beeld (bijv. tekening of schilderij)

Slide 2 - Slide

Inleiding
Taal is in beweging. 

Er ontstaan nieuwe woorden, er verdwijnen woorden, er komen nieuwe betekenissen aan woorden, zoals: liken, skypen, twitteren, etc. 
Woorden komen en gaan en dit zie je terug in de Dikke van Dale. 

Inhoud van de Dikke van Dale, een afspiegeling van de maatschappij. (maatschappelijke of technologische ontwikkelingen en economische trends) 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Taal = uiten van
Woorden geven aan emoties, gedachten en situaties. 

Betekent voor elke doelgroep binnen PW wat anders, maar heeft een belangrijke plek in het leven en draagt bij aan basisbehoeften. 
Denk aan het zorgen voor basisbehoeften (eten, drinken, slapen, verschonen en andere wensen), sociaal en emotionele aspecten (overleggen , samenwerken, vriendschappen, relaties, etc), ontwikkeling, zelfontplooiing en behoefte kenbaar maken.


Slide 5 - Slide

Taal = uiten van
Zorgt voor verbinding en is een expressievorm.

Kan geïnterpreteerd worden door de ontvanger, vanuit zijn eigen referentiekader. Er is wat dat betreft geen één waarheid.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Taalkunst
Wat betekent taal (woorden, zinnen, citaten, wijze spreuken, gedichten, etc.) voor jou? 

Schrijf dit op en ondersteun dit met een gekozen woord, zin of spreuk dat jou inspireert, raakt of veel voor jou betekent.

Slide 8 - Slide

Wat betekent taal voor jou? Schrijf dit op.

Slide 9 - Open question

Welk woord, zin of spreuk inspireert , raakt of betekent veel voor jou?

Slide 10 - Open question

Wat betekent taal voor jouw doelgroep?

Slide 11 - Mind map

Slide 12 - Link

Taalkunst
 Associëren maar..!
Bedenk een aanplakwoord. 
De eerste student bedenkt een samengesteld woord
Zijn buurman hakt en plakt aan het eind een nieuw woord zodat een bestaand woord ontstaat. 
Voorbeeld: tafelpoot- pootaardappel-appeltaart…
Via de chat in teams

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link

Slide 15 - Link

Taalkunst
Opdracht
Spoken Word ‘Ik ben..’

Begin jouw verhaal met ik ben en associeer een verhaal aan een stuk door!

Slide 16 - Slide

Zet 4 zinnen van je spoken word in deze slide

Slide 17 - Open question

Opdracht
Ben je tevreden over jouw gedicht? Ga verder met de volgende stappen!

Bedenk nu welk beeld past bij jouw gedicht.
Verwerk de boodschap en jouw beeld in een 2D werk (bv. tekening of schilderij).


Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Voeg je beeld van het spoken word toe

Slide 24 - Open question