HEY 7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht

7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht

Les 1
1 / 51
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht

Les 1

Slide 1 - Slide

Symbiose is
A
Een voordeel van langdurig samenleven tussen soorten
B
Een nadeel van langdurig samenleven tussen soorten
C
het langdurig samenleven tussen organismen van verschillende soorten
D
het langdurig samenleven tussen organismen van dezelfde soort

Slide 2 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Symbiose
B
Parasitisme

Slide 3 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme
D
Geen symbiose maar predatie

Slide 4 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme
D
Predatie

Slide 5 - Quiz

Leerdoelen
Je legt het verschil uit tussen habitat en ecosysteem.
Je herkent verschillende relaties tussen organismen.
Je legt uit hoe dynamische evenwichten ontstaan en beredeneert het effect van verstoringen op dit evenwicht.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Habitat
  • de levensomgeving van plant /schimmel /dier/bacterie.
  • Bij planten ook standplaats genoemt ipv habitat.
  • plaats  =  de plek in een ecosysteem waar je een organisme leeft

Slide 8 - Slide

Door verschillen in niche kunnen verschillende soorten samenleven in dezelfde habitat.

Slide 9 - Slide

Levensgemeenschap
Alle populaties in de berm vormen samen een 
levensgemeenschap.

Dit zijn dus niet alleen de dieren, maar ook alle planten en bomen!
Levensgemeenschap
Individu
Populatie

Slide 10 - Slide

Ecosysteem
Ecosysteem = alle biotische en abiotische factoren binnen een bepaald gebied en de interacties daartussen.

Slide 11 - Slide

Biosfeer
Biosfeer = alle ecosystemen van de aarde samengenomen.

Het boek noemt de biosfeer ook wel "systeem Aarde".
 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

In de winter zien we geen lieveheersbeestje. Door welke abiotische factor komt dit?
A
bodemsamenstelling
B
licht
C
temperatuur
D
water / vochtigheid

Slide 14 - Quiz

Ecosysteem?
Ecosysteem?

Slide 15 - Slide

"Het aantal grote grazers wordt verminderd in de oostvaarderplassen, zodat er het hele jaar rond voldoende gras en struiken aanwezig zijn voor alle grazers. In de winter bepaalt de dikte van een dier of bijvoeren nodig is." Benoem de genoemde organisatieniveaus

Slide 16 - Open question

Waarom wonen hier geen kikkers??

Slide 17 - Slide

en waarom hier niet?

Slide 18 - Slide

Belangrijke relaties in een ecosysteem
- voedingsrelaties (vraat, predatie, voedselconcurrentie)
- woonrelaties (zoals een hol in een boom of in de grond) 
- voortplantingsrelaties (zoals paren, broeden, zorgen voor de jongen).
- symbiosevormen (mutualisme, parasitisme, commensalisme)

Slide 19 - Slide

Voedselrelaties
In een ecosysteem zijn er voedselrelaties: wie eet wie?
Voedselrelaties geef je weer in een voedselketen of een voedselweb.

  • Dieren die elkaar opeten = predatie 
  • Planten die gegeten worden door dieren = vraat genoemd

Slide 20 - Slide

Een habitat bevat:
A
Alleen biotische factoren
B
Alleen biotische factoren
C
Beide biotische en abiotosche factoren
D
Geen van alle

Slide 21 - Quiz

Een levensgemeenschap is :
A
alle biotische factoren in een ecosysteem
B
alle abiotische factoren in een ecosysteem

Slide 22 - Quiz

Wat is ook alweer een ecosysteem?
A
Een afgebakend gebied
B
Een afgebakend gebied met daarin alle levende en levenloze elementen
C
Een afgebakend gebied met alle organismen die daarin leven
D
Een stukje natuurgebied waarin geen beheer wordt toegepast

Slide 23 - Quiz

Noem een verschil tussen predatie en parasitisme

Slide 24 - Open question

Hoe noemen we competitie tussen organismen die op dezelfde manier gebruik maken van een biotoop?
A
Vijandigheid
B
Rivaliteit
C
Concurrentie
D
Competentie

Slide 25 - Quiz

In welke biotoop verwacht je de meeste habitats?
A
Boeren-akker
B
Tropisch regenwoud
C
Zand-woestijn
D
Duinen

Slide 26 - Quiz

Hoe zat het ook alweer?
Een slang eet een muis. Van welke voedselrelatie is er dan sprake?
A
predatie
B
parasitisme
C
vraat
D
mutualisme

Slide 27 - Quiz

Aan de slag!
7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht
Maken opdr. 35, 36, 37, 39, 40, 41, 42, 43
Nakijken

Slide 28 - Slide

7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht

Les 2

Slide 29 - Slide

Leerdoelen
Je legt het verschil uit tussen habitat en ecosysteem.
Je herkent verschillende relaties tussen organismen.
Je legt uit hoe dynamische evenwichten ontstaan en beredeneert het effect van verstoringen op dit evenwicht.

Slide 30 - Slide

Biotisch of Abiotisch?
Temperatuur.
A
Biotisch
B
Abiotisch

Slide 31 - Quiz

Door welke van de onderstaande relaties kan na de introductie van de roofmijt een plaag van bladluizen in de kas ontstaan?

A
Door concurrentie
B
Door predatie

Slide 32 - Quiz

Wat is een biotoop?
A
zand
B
de rivier
C
een plant
D
de berm

Slide 33 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een populatie?
A
Alle olifanten op aarde
B
Alle vissen in een sloot
C
Alle koolmezen in het streekbos
D
De mussen op het achterplein van school

Slide 34 - Quiz

Wat is een levensgemeenschap?
A
alle organismen die samen in een biotoop leven
B
de plek waar bijv. een familie konijnen woont
C
De plek in bijv. een boom waar een specht leeft
D
een plek waar mensen bij elkaar komen

Slide 35 - Quiz

Wat is een levensgemeenschap?
A
Een kudde schapen.
B
Alle dieren in een bos.
C
Alle dieren en planten in een grasland.
D
Alle mieren uit een mierenkolonie.

Slide 36 - Quiz

is dit een populatie?
A
ja
B
nee

Slide 37 - Quiz

Wat is een ecosysteem?
A
dat is een systeem dat het klimaat regelt
B
dat is zijn alle dieren in een gebied
C
dat zijn alle biotische en abiotische factoren in een gebied
D
dat zijn alle planten en dieren in een gebied

Slide 38 - Quiz

individu
populatie
ecosysteem

Slide 39 - Drag question

Dier in zijn biotoop

Sleep de juiste dieren
naar de juiste biotopen
Rivier
Meer
Kustlijn

Woestijn
Regenwoud
Savanne
Hooggebergte

Slide 40 - Drag question

Nivea's van ecologie, zet ze in de juiste volgorden klein naar groot
individu
populatie
levensgemeenschap
biotoop
ecosysteem

Slide 41 - Drag question

Dynamisch evenwicht

Het schommelen van populatiedichtheid om een evenwichtswaarrde

Slide 42 - Slide

Dynamisch evenwicht
Door een regelkring met negatieve terugkoppeling gaan de waarden schommelen rondom de norm = dynamisch evenwicht.



Slide 43 - Slide

dynamisch  evenwicht tussen prooi en predator

Slide 44 - Slide

Welke lijn is van de predator en welke van de prooi?
A
Groen = Predator Rood = Prooi
B
Rood = Predator Groen = Prooi

Slide 45 - Quiz

Bij een dynamisch evenwicht
A
wordt de draagkracht overschreden
B
wordt de draagkracht niet overschreden

Slide 46 - Quiz

Bij een plaag
A
wordt de draagkracht overschreden
B
wordt de draagkracht niet overschreden

Slide 47 - Quiz

Hiernaast zie je een diagram van een prooi-predator-relatie. Wie is de predator?
A
Heidewants
B
Lieveheersbeestje
C
Kan beiden zijn
D
Dit is geen diagram van een prooi-predator relatie

Slide 48 - Quiz

Bij een dynamisch evenwicht...
A
Neemt de populatiegrootte predatoren af, en blijft de populatiegrootte voor prooien gelijk
B
Neemt de populatiegrootte prooien af, en blijft de populatiegrootte van predatoren gelijk
C
Nemen populatiegroottes van predatoren en prooien beide toe en af over lange periode
D
Blijven de populatiegroottes van predatoren en prooien gelijk over een lange periode

Slide 49 - Quiz

Er zijn altijd meer predatoren dan prooien in een predator-prooirelatie.
A
waar
B
niet waar

Slide 50 - Quiz

Aan de slag!
7.4 Relaties in ecosystemen in evenwicht
Maken opdr. 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50
Nakijken

Slide 51 - Slide