CVA

CVA

Cerebro
Vasculair
Accident
HMMJ, maart 2025
1 / 23
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

CVA

Cerebro
Vasculair
Accident
HMMJ, maart 2025

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over
een CVA?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Lesdoelen
De student weet wat een CVA is.
De student kent de verschillende oorzaken van een CVA.
De student kent de risicofactoren van het ontstaan van een CVA
De student weet de behandeling bij een CVA
De student weet de symptomen bij en na een CVA

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

CVA 
Cerebro = hersenen
Vasculair = bloedvaten
Accident = ongeluk

Ofwel een ongeluk in de bloedvaten van de hersenen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

TIA: kortdurende beroerte
Transiente Ischemische Aanval
Tijdelijke storing van de bloedvoorziening
Binnen 24 uur zijn de klachten weg
Scheve mond, verwarde spraak, verlamde arm
Kan voorbode van een CVA zijn: meestal nadien  bloedverdunners

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Herseninfarct; oorzaken
Slagaderverkalking (atherosclerose) – Ophoping van vet en kalk in de bloedvaten, waardoor ze vernauwen of verstopt raken.
Bloedprop (trombose of embolie) – Een stolsel kan in de hersenen zelf ontstaan (trombose) of vanuit een ander deel van het lichaam, zoals het hart, naar de hersenen reizen (embolie).

Hartritmestoornissen (bijv. boezemfibrilleren) – Dit kan leiden tot bloedstolsels die naar de hersenen worden getransporteerd.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Hersenbloeding; oorzaken
Bloedvat in de hersenen barst open;
mogelijke oorzaken; 
- aneurysma (verzwakte plek in een bloedvat)
- Atherosclerose (bloedvat wordt hierdoor broos en gaat scheuren)
- Trauma (bijv. klap op het hoofd)




Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Risicofactoren

Ouderdom
Hoge bloeddruk
Diabetes Mellitus
Stress
Te weinig bewegen


Hoge cholesterol
Hart/ vaatziekten
Roken
Obesitas

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent dit voor jou als verzorgende? Waar zou je extra aandacht aan besteden?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Acute verschijnselen
Krachtsverlies, moeite met spraak, moeite met begrip, moeite met lopen, moeite met evenwicht, minder alert, bewustzijnsdaling. kauw/ slik klachten, verward, 
hoofdpijn, urineverlies, 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

is een snelle test om een beroerte te herkennen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Behandeling acute fase
Ziekenhuisopname/ stroke unit
Juiste diagnose van de oorzaak
Zo snel mogelijk starten met de behandeling

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Methoden




CT scan (oorzaak opsporen)
Trombolyse (bij infarct)
Stop bloeding
Revalidatie
Bloedverdunners (bij infarct)
Bloeddrukverlagers

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

(langdurige) symptomen

Afhankelijk van plaats in de hersenen, oorzaak en grootte

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Symptomen

Slide 16 - Mind map

This item has no instructions

Symptomen

Uitvalsverschijnselen
Motorische stoornissen
Sensorische stoornissen
Afasie
Taalgebruik
Dysartrie
Stoornissen waarneming


Neglect
Apraxie
Persevereren
Geheugenstoornis
Emotioneel
Gedrag
Slik/ kauw problemen
Depressie
Hemianopsie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Een zorgvrager met een CVA probeert zijn been in de mouw van zijn overhemd te doen.
Hoe noem je dit verschijnsel?
A
Afasie
B
Apraxie
C
Hemianopsie
D
Hemiplegie

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Een zorgvrager met een CVA eet
zijn bord altijd maar half leeg.
Hoe noem je dit verschijnsel?
A
Afasie
B
Apraxie
C
Neglect
D
Hemiplegie

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Hemianopsie        Neglect

Slide 20 - Slide

Hemianopsie: probleem met zien door beschadiging in de optische banen

Neglect: aandachtsstoornis door beschadiging in hersenschors
Een hersenbloeding voelt de zorgvrager meestal niet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer spreek je van een TIA en wanneer van een herseninfarct?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Wanneer mag je GEEN bloedverdunners toedienen?
A
bij een TIA
B
bij een herseninfarct
C
bij een hersenbloeding
D
bij een hersentumor

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions