H.5 Warmte

H.5 Warmte
1 / 23
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

H.5 Warmte

Slide 1 - Slide

Welke materialen kunnen goed warmte geleiden?
A
plastic, ijzer en hout
B
Staal, goud en zilver
C
Staal, hout en ijzer
D
Plastic, rubber en hout

Slide 2 - Quiz

Welke energieomzetting vindt plaats bij het koken van water in een waterkoker?
A
Chemische energie --> warmte
B
Elektrische energie --> warmte
C
Bewegingsenergie --> warmte
D
Stralingsenergie --> warmte

Slide 3 - Quiz

Wat is een ander woord voor warmte-straling?
A
Infra-rood-straling
B
Licht-straling
C
Radio-actieve-straling
D
Rode-straling

Slide 4 - Quiz

In de winter voelt het metaal van een
fiets kouder aan dan de kunststof
handvatten. Hoe komt dat?
A
Metaal is een betere warmte geleider dan kunststof
B
Metaal is een slechtere warmte geleider dan kunststof

Slide 5 - Quiz

Wat hoort NIET bij de branddriehoek?
A
Een warmtebron
B
Een brandstof
C
Zuurstof
D
Ontbrandingstemperatuur

Slide 6 - Quiz


Warmte transport kan ook in het water gebeuren.
Hoe heet deze warmte transport?
A
Warmte stroming
B
warmte geleiding
C
warmte straling
D
eb en vloed

Slide 7 - Quiz


Hoe heet het warmte transport die door de zon wordt veroorzaakt?
A
Warmte stroming
B
warmte geleiding
C
warmte straling
D
Teletubbie straling

Slide 8 - Quiz

In welke richting verplaatst warmte zich?
A
van een hoge naar een lage temperatuur
B
van een lage naar een hoge temperatuur
C
beide kanten op

Slide 9 - Quiz

Bij een verbranding vindt de volgende energieomzetting plaats.
A
warmte energie --> chemische energie
B
elektrische energie --> warmte energie
C
chemische energie --> warmte energie
D
warmte energie --> elektrische energie

Slide 10 - Quiz

Een verbranding is een chemische reactie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

wat staat er bij een reactieschema links van de pijl?
A
reactieproducten
B
beginstoffen
C
beginproducten
D
reactiestoffen

Slide 12 - Quiz

Hoe geven we een reactieschema weer?
A
beginstoffen --> reactieproducten
B
stoffen --> reactieproducten
C
reactieproducten --> beginstoffen
D
beginmateriaal --> reactiestoffen

Slide 13 - Quiz

Zonder het broeikaseffect ...
A
... wordt het heel warm op aarde.
B
... blijft de temperatuur op aarde gelijk.
C
... wordt het op aarde net zo koud als in de ruimte.

Slide 14 - Quiz

Het versterkte broeikaseffect en het broeikaseffect zijn hetzelfde en beide slecht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

Hoe verplaatst warmte zich in lucht?
A
Door geleiding en straling.
B
Door straling en stroming.
C
Door stroming en geleiding.

Slide 16 - Quiz

Hoe warm zou het zijn als er geen broeikaseffect was?
A
-8 C
B
-18 C
C
2 C
D
-12 C

Slide 17 - Quiz

Hoe noem je materialen die slecht warmte geleiden?
A
Isolatoren
B
Metalen
C
Materialen
D
Kunststoffen

Slide 18 - Quiz

warmte is een vorm van energie
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

Sleep de juiste begrippen naar de juiste plek.
9
Je kunt het warmte transport in enkele situaties tekenen en uitleggen.
L-
stroming
straling
geleiding

Slide 20 - Drag question

In de waterkoker wordt energie omgezet.
Op de uitwerkbijlage staat een schema van de energie-omzetting.
Sleep in het schema de juiste energiesoorten.
chemische energie
elektrische energie
bewegings energie
warmte

Slide 21 - Drag question

warmte
broeikasgassen
warmte die ontsnapt
warmte in dampkring

Slide 22 - Drag question

Waaruit zijn fossiele brandstoffen ontstaan?
A
Uit aardgas, aardolie en steenkool.
B
Uit fossielen die miljoenen jaren geleden op aarde rondliepen.
C
Uit overblijfselen van de industrie en de landbouw.
D
Uit resten van dode planten en dieren.

Slide 23 - Quiz