3h-ein-Gruppe vs. Personalpronomen

ein-Gruppe  




Personalpronomen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2,3

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

ein-Gruppe  




Personalpronomen

Slide 1 - Slide

Lernziel:
- ik ken de bezittelijke voornaamwoorden en kan ze gebruiken in de 1e en 4e naamval
- ik ken de persoonlijke voornaamwoorden en kan ze gebruiken in de 1e en 4e naamval
- Ik haal deze twee groepen niet (meer) door elkaar
- ik herhaal de voorzetsels met de 4e naamval

Slide 2 - Slide


De ein-Gruppe bestaat uit ein-, kein- & de bezittelijke voornaamwoorden. 
Let op: 
Er staat ALTIJD een zelfstandig naamwoord erachter.


ein- = een
kein- = geen
mein- = mijn
dein- = jouw
sein- = zijn
ihr- = haar
unser- = ons,onze
euer- = jullie
ihr- = hun
Ihr- = uw



Aantekening: 

Slide 3 - Slide

ein-Gruppe en naamvallen

mein- = mijn
dein- = jouw
sein- = zijn
ihr- = haar

unser- = ons,onze
euer- = jullie
ihr- = hun
Ihr- = uw

Slide 4 - Slide

ein-Gruppe en naamvallen
mein- = mijn
Hij is mijn vriend. = Er ist mein Freund. => geen -e erachter
Jij bent mijn vriendin = Du bist meine Freundin. => -e erachter=, want Freundin (v)
Jullie zijn mijn vrienden. = Ihr seid meine Freunde. => -e erachter=, want Freunde (mv)

Slide 5 - Slide

ein-Gruppe en naamvallen
euer- = jullie
Hij is jullie vriend. = Er ist euer Freund. => geen -e erachter
Nina is jullie vriendin = Nina ist eure Freundin. => -e erachter=, want Freundin (v)
Nina en Tim zijn  jullie vrienden. = Nina und Tim sind eure Freunde. 
=> -e erachter=, want Freunde (v)

Slide 6 - Slide

ein-Gruppe en naamvallen
ihr- = hun
Hij is hun vriend. = Er ist ihr Freund. => geen -e erachter
Nina is hun vriendin = Nina ist ihre Freundin. => -e erachter=, want Freundin (v)
Nina en Tim zijn  hun vrienden. = Nina und Tim sind ihre Freunde. 
=> -e erachter=, want Freunde (v)

Slide 7 - Slide

Und jetzt ihr mit Schema: ein-Gruppe in 1e en 4e naamval
Stap 1: woord ein-groep vertalen; 
Stap 2: kijk naar de persoonsvorm: wat is onderwerp en daarmee 1e naamval? 
Is er een lijdend voorwerp en daarmee 4e naamval?
1.  Leben ____ (jouw) Großeltern (mv) noch?
2. (Jouw) __________ Bruder (m) hat ein neues Fahrrad.
3. Ich sehe (jullie) ____________ Hund (m). 
Let op: Dit is lijdend voorwerp! Welke uitgang is hier nodig?
4. Magst du (hun) ___________ Eltern (mv)? 
Let op: Dit is lijdend voorwerp! Welke uitgang is hier nodig?
5. Herr Schneider, (uw) __________Klassenarbeit war zu schwer!

timer
2:30

Slide 8 - Slide

                            Persoonlijke voornaamwoorden, 
1e en 4e naamval

1e: IDEWIS
4e: mdi seu esS 
Aantekening: 
Let op: Persoonlijke voornaamwoorden staan NOOIT voor een zelfstandig naamwoord!

Slide 9 - Slide

                            voorzetsels met 4e naamval
1e: IDEWIS
4e: mdi seu esS => of lijdend voorwerp OF na een voorzetsel (goud f bis)
Aantekening: 
durch = door
für = voor
gegen = tegen
ohne = zonder
um = om
bis = tot

Slide 10 - Slide

Met Aantekeningen: 
persoonlijke voornaamwoorden in de 1e en 4e naamval
• Staat er een voorzetsel voor het zinsdeel dat ik moet ontleden?
Ja => durch, für, ohne, gegen, um, bis: 4e
=> Nein (je moet de zin ontleden)
1. Wie/wat + gezegde = 1e (onderwerp)
2. Wie/wat + gezegde + onderwerp = 4e (lijdend voorwerp)
1) Ich habe ______ (jou) schon lange nicht mehr gesehen.
2) Ist das Geschenk für _______ (mij)?
3) Ich kenne ____ (u) nicht.

timer
1:30

Slide 11 - Slide


Let op:
Er staat NOOIT een zelfstandig naamwoord achter een persoonlijk voornaamwoord.

jullie zien = ihr seht


Dus: Jullie zien jullie huis
= Ihr seht euer Haus.







Let op:
Er staat ALTIJD een zelfstandig naamwoord achter een bezittelijk voornaamwoord.

jullie huis = euer Haus


Aantekening

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Link

Lernziel erreicht?
- ik ken de bezittelijke voornaamwoorden en kan ze gebruiken in de 1e en 4e naamval
- ik ken de persoonlijke voornaamwoorden en kan ze gebruiken in de 1e en 4e naamval
- Ik haal deze twee groepen niet (meer) door elkaar
- ik herhaal de voorzetsels met de 4e naamval

Slide 14 - Slide

Noch Zeit??

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Link

Slide 17 - Slide