Met Aantekeningen:
persoonlijke voornaamwoorden in de 1e en 4e naamval
• Staat er een voorzetsel voor het zinsdeel dat ik moet ontleden?
Ja => durch, für, ohne, gegen, um, bis: 4e
=> Nein (je moet de zin ontleden)
1. Wie/wat + gezegde = 1e (onderwerp)
2. Wie/wat + gezegde + onderwerp = 4e (lijdend voorwerp)
1) Ich habe ______ (jou) schon lange nicht mehr gesehen.
2) Ist das Geschenk für _______ (mij)?
3) Ich kenne ____ (u) nicht.