Werk aan de winkel deel 2: herhaling H8 , H9 en H10

Werk aan de winkel deel 2
Herhaling H8 en H10
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Werk aan de winkel deel 2
Herhaling H8 en H10

Slide 1 - Slide

soorten cola bij elkaar of alle soorten chips bij elkaar in de schappen, noem je :
A
producten bij elkaar plaatsen op product
B
producten bij elkaar plaatsen op merk
C
producten bij elkaar plaatsen op gebruik
D
mix van presentatievormen

Slide 2 - Quiz

Wat is het verschil tussen THT en TGT? En wat betekent het?

Slide 3 - Open question

schuurmachines met schuurpapier, broodbeleg bij het brood, noem je
A
producten bij elkaar plaatsen op merk
B
producten bij elkaar plaatsen op gebruik
C
producten bij elkaar plaatsen op product
D
mix van presentatievormen

Slide 4 - Quiz

horizontaal
liggend
hangend
verticaal

Slide 5 - Drag question

Het is vandaag 11 januari 2024. Op welke manieren kan ik dat noteren? ( min. 4)

Slide 6 - Open question

Op welke hoogte is het gouden schap?
A
bukhoogte
B
grijphoogte
C
reikhoogte
D
ooghoogte

Slide 7 - Quiz

Waarom wordt het gouden schap zo genoemd?

Slide 8 - Open question

Wat wordt verstaan onder verkoopklaar maken?
A
inhangen van kleding, schoonmaken, bewerken van producten
B
beveiligen van producten, ompakken, verwijderen omverpakking
C
schuin, liggend, horizontaal, verticaal
D
ooghoogte, reikhoogte, grijphoogte

Slide 9 - Quiz

Welk product moet bewerkt worden bij een slager?

Slide 10 - Open question

Waarom maak je artikelen verkoopklaar?
A
om ze in een mooiere verpakking te stoppen
B
om ze mooi te kunnen presenteren
C
om ze af te kunnen stoffen
D
om ze te kunnen tellen

Slide 11 - Quiz

Wat is de doelgroep van een speelgoedwinkel
A
opa's en oma's
B
kinderen
C
ouders met kinderen
D
mensen zonder kinderen

Slide 12 - Quiz

paskamer
vitrine
toonbank
presentatie 
wand

Slide 13 - Drag question

Een goede artikelpresentatie.........
A
bevordert de omzet
B
maakt de winkel aantrekkelijker
C
het overzichtelijk is voor de klant
D
kan diefstal voorkomen

Slide 14 - Quiz

Wat betekent FIFO?

Slide 15 - Open question

reclame
folder
EAN-code
PLU code
ridder
spoor

Slide 16 - Drag question

Bij het vakkenvullen ben je klantvriendelijk. Waar moet je dan aandenken?

Slide 17 - Open question

Een etalage moet stopkracht hebben. Wat betekent dit?
A
de etalage staat in de weg waardoor voorbijgangers moeten stoppen
B
voorbijgangers stoppen om te kijken wat erin staat

Slide 18 - Quiz

Wat zijn restanten?

Slide 19 - Open question

Wat zijn de voordelen van een goede looproute?

Slide 20 - Open question

Welke hulpmiddelen gebruikt een vakkenvuller bij het vakkenvullen?

Slide 21 - Open question

Etalages beoordelen
1. Maak van 4 verschillende etalages een foto.
2. Schijf bij elke etalage op welke compositie je ziet.
3. Welke kleuren zie je terug in de compositie?
4. Heeft de etalage stopkracht? Waarom wel / niet?
5. Lever de opdracht in via mail/ app of over 2 weken inleveren

Slide 22 - Slide