Opdracht 19. Spreek samen **
1. Waar ben je opgegroeid?
2. Uit wat voor gezin kom je?
3. Naar welke school ben je geweest in jouw land?
4. Wat voor werk heb je gedaan in je land?
5. Wat heb je het eerste jaar in Nederland gedaan?
6. Wat heb je het eerste jaar in Nederland geleerd?
7. Welke plannen heb je voor de toekomst?