Examentraining Spreken (B1)

Spreken B1


Dinsdag
28 januari 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NT2HBOStudiejaar 2-4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Spreken B1


Dinsdag
28 januari 

Slide 1 - Slide

Vandaag in de les
Voorbereiden spreken B1:
  • Taalhandelingen bespreken en oefenen

  • Oefenexamen spreken B1

Slide 2 - Slide

Taalhandelingen examen 'Spreken'
Deze taalhandelingen komen vaak in het examen voor:

- een mening geven
- een advies geven
- een instructie geven

Er komen soms ook andere taalhandelingen in het examen voor, zoals:

- ergens over klagen
- een beleefde vraag stellen
- informatie / een omschrijving geven


Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Mogelijke antwoorden
"Ik vind zoeken naar dieren in het water het beste idee want kinderen vinden het leuk om buiten te zijn en volgens mij leren ze daar veel van."

"Ik vind het beter om naar het museum met (opgezette) dieren te gaan, want daar zien kinderen veel meer verschillende dieren."


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Voorbeeldantwoord:
"Eerst moet je de katten eten geven. Daarna moet je de honden uitlaten."

"Ten eerste geef je de katten eten. Ten tweede laat je de honden uit."


Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Voorbeeldzinnen
"Als ik jou was, zou ik de tv uitzetten en de radio uitdoen, zodat je geen afleiding hebt. 

Het beste is om de deur dicht te doen, zodat de kat niet binnenkomt en je niet stoort. 

Je zou misschien aan je bureau kunnen zitten en op tijd beginnen met leren, zodat je niet moe bent."


Slide 9 - Slide

Taalhandeling: 
Ergens over klagen

Handige zinnen:
  • Ik heb een klacht over..
  • Ik heb last van...............
  • Ik ben niet blij met

Slide 10 - Slide

Voorbeeldantwoord
"Ik heb een klacht over het lawaai tijdens het examen. Ik hoor een boormachine en een hamer, en ik kan me niet concentreren. Het beste is om het werk later te doen, als er geen examen is."


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Voorbeeldantwoorden
Goedemiddag. Ik heb een munt van €1,- nodig (voor het winkelwagentje). Kunt u mijn munt van €2,- wisselen?

Hallo. Zou je mijn munt van €2,- willen wisselen voor 2 munten van €1,- ?

Wilt u mijn munt van €2,- wisselen voor 2 munten van €1,- ?





Slide 13 - Slide

Taalhandeling:
Informatie geven/beschrijven
Handige zinnen/signaalwoorden:
  • eerst ga ik..
  • dan/ daarna..
  • vervolgens ..
  • bovendien..
  • ten eerste.. ten tweede.. ten derde..
  • tot slot..

Slide 14 - Slide

Voorbeeldantwoord:
"Eerst ga ik douchen. Dat duurt 10 minuten. Daarna trek ik mijn kleren aan, dat duurt ook 10 minuten. Vervolgens fiets ik naar de stad. Dat duurt 10 minuten. In totaal heb ik dus 30 minuten nodig voordat ik in de stad ben."

Slide 15 - Slide

Vragen?
Je krijgt een oefenexamen van je docent.

Werk in groepjes en maak het examen.

Slide 16 - Slide