Songteksten analyseren

Eerst....
een klein beetje spelling
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Eerst....
een klein beetje spelling

Slide 1 - Slide

Zet de werkwoorden tussen haakjes in de juiste vorm
1. Als gevolg van de gladheid zijn vandaag al drie auto’s (slippen).
2. Heb jij zo hard op de deur (bonzen)?
3. Mijn directeur (weigeren) zijn medewerking te verlenen.
4. De krant (melden), dat de bouw van het raadhuis opnieuw (worden) (aanbesteden).
5. Hij (beklagen) zich erover, dat men hem zelden (geloven).
6. (Worden) je nu duidelijk, waarom hij niet naar die betrekking heeft (solliciteren)?
7. Mijn tante heeft die zoom zelf in de jas (naaien).
8. Wij hebben ernaar (streven), de expositie zo (verantwoorden) mogelijk in te (richten).
9. De paarden hebben gisteren nog rustig in de wei (grazen).
10. (Bibberen) van de kou, zijn ze naar huis (wandelen).


Slide 2 - Slide

De betekenis van songteksten
Maan - Stiekem 



 

Slide 3 - Slide

Doel van de les
We gaan deze les een songtekst bekijken en beluisteren. 
Je gaat hier opdrachten bij maken om de tekst en het doel van de tekst beter te begrijpen.



Slide 4 - Slide

Opdracht 1 - Maan - Stiekem

Van je docent krijg je de songtekst (geprint).
Bekijk samen het filmpje. 

Slide 5 - Slide

Opdracht 2 - Maan - Stiekem

Bekijk de tekst. Wat valt jullie op? Noteer zoveel mogelijk kenmerken. Je mag natuurlijk ook de tekst markeren. 

Klassikaal bespreken.

Slide 6 - Slide

Maan - Stiekem

''Ik ga dood van verlangen maar leef ervan op
'K wil dat het eindigt, maar niet dat het stopt''

Wat betekent dit denk je?

Slide 7 - Slide

Nu een persoonlijke vraag: Wat vond je van dit nummer? Noteer dit kort en leg uit waarom.

Slide 8 - Open question

Opdracht 3 - Maan - Stiekem
Elke song heeft een boodschap. De schrijver wil er iets mee zeggen, maar kun jij als luisteraar deze boodschap begrijpen? Beantwoord de volgende vragen.
 

Slide 9 - Slide

Vragen:
1. Waar gaat dit nummer over? Wat is het thema / het onderwerp?
2. Staat er een hoofdpersoon centraal?
3. Wie vertelt het verhaal? Vanuit welk perspectief wordt het gezongen?
4. Kun je iets vertellen over de relatie tussen degene die het zingt en het onderwerp (waar het over gaat)?



Slide 10 - Slide

5. Weer een persoonlijke vraag: Kun jij je identificeren met de hoofdpersoon of het onderwerp? Waarom?
6. Wordt er in de tekst veel gebruik gemaakt van herhalingen? Waarom zou de schrijver gebruik maken van herhalingen? Wat is het nut, het effect van herhalen?
7. Zijn er bepaalde woordsoorten of woorden die vaker voorkomen dan andere? Waarom zou de schrijver dit gedaan hebben? Wat is het effect, het nut hiervan?
8. Tot slot: beluister het nummer nu nog eens. Is er een verschil met de eerste keer dat je het luisterde?

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide