Lowan startpakket thema klok, ww en kleding

I1-V1
Lowan, thema 5: de klok en werkwoorden
1 / 45
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

I1-V1
Lowan, thema 5: de klok en werkwoorden

Slide 1 - Slide

Hoe voel je je vandaag?

Slide 2 - Slide

Wat gaan we vandaag doen? 

  • Thema 'Kleding' herhalen

  • Tegenstellingen (groot/klein etc.) herhalen

Slide 3 - Slide

Wat doet hij?
Hij...

Slide 4 - Slide

Wat doe jij?
Ik ...

Slide 5 - Slide

Wat doen jullie? 
Wij ...

Slide 6 - Slide

oud - nieuw
droog - nat
schoon - 
open -
koud -
vol -
groot -



Slide 7 - Slide

Tegenstelling: groot - ........

Slide 8 - Open question

Tegenstelling: leeg - ......

Slide 9 - Open question

Tegenstelling: schoon - ........

Slide 10 - Open question

Tegenstelling: open - ........

Slide 11 - Open question

Tegenstelling: koud - ........

Slide 12 - Open question

Tegenstelling: goed - ..........

Slide 13 - Open question

De klok. 

Hoe laat is het?

Slide 14 - Slide

Hoe laat is het?

Slide 15 - Slide


A
Half 7
B
7 uur
C
12 uur
D
5 over half 12

Slide 16 - Quiz


A
Kwart voor 1
B
Kwart voor 2
C
Kwart over 2
D
Kwart over 1

Slide 17 - Quiz


A
Kwart over 9
B
Kwart over 6
C
Kwart voor 6
D
Half 9

Slide 18 - Quiz


A
Het is half vier
B
Het is half drie
C
Het is twee uur
D
Het is vier uur

Slide 19 - Quiz

Wij gaan extra oefenen met de werkwoorden 

Slide 20 - Slide

rennen           schenken          kopen
aantrekken           gooien -vangen           zwemmen

Slide 21 - Slide

schrijf op

Slide 22 - Open question

schrijf op

Slide 23 - Open question

schrijf op

Slide 24 - Open question

Ik ..... de koffie in het kopje.
A
schenk
B
schenken
C
schengkt
D
schenkt

Slide 25 - Quiz

Hij .... honger. Hij wil eten.
A
heeft
B
heb
C
hebt
D
hebben

Slide 26 - Quiz

We ...... een nieuwe broek.
A
koop
B
kopen
C
koopt
D
koopen

Slide 27 - Quiz

Hij ..... in zijn nieuwe sportkleding.
A
rent
B
rennen
C
rennt
D
reent

Slide 28 - Quiz

Ik ..... de bal naar mijn broer.
A
gooit
B
gooien
C
gooi
D
gooie

Slide 29 - Quiz

Mijn broer .... de bal.
A
vang
B
vangt
C
vangen
D
vanget

Slide 30 - Quiz

Ik .... mijn broek ....
A
trek ... aan
B
trekt ... aan
C
trekken ... aan
D
aan ... trek

Slide 31 - Quiz

In de zomer .... we in de zee.
A
zwem
B
zwemt
C
zwemmen
D
zwemen

Slide 32 - Quiz

Ik ... 2 boterhammen in mijn tas.
A
heef
B
heeft
C
hebben
D
heb

Slide 33 - Quiz

Hij .... honger. Hij wil eten.
A
hebben
B
heb
C
hebt
D
heeft

Slide 34 - Quiz

Wij .... elke dag koffie.
A
drink
B
drinkt
C
drinken
D
dringken

Slide 35 - Quiz

Welke kleding draag jij?

Slide 36 - Mind map

Ik .... een nieuwe broek in de kledingwinkel. (kopen)

Slide 37 - Open question

Hij ... door het park. (rennen)

Slide 38 - Open question

Ik .... erg honger. (hebben)

Slide 39 - Open question

Mijn broer .... ook honger. (hebben)

Slide 40 - Open question

De leerlingen .... naar de meester.(luisteren)

Slide 41 - Open question

We .... moe van de les. (zijn)

Slide 42 - Open question

Anna .... geen pen. (hebben)

Slide 43 - Open question

Ik .... graag in de zee.

Slide 44 - Open question

Om 8:00 uur ..... ik mijn kleren ..... (aantrekken)

Slide 45 - Open question