Examentraining 2025 vraagsoorten en leesstrategieën deel 2

Examentraining Duits 2025 - 2
1 / 26
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 26 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Examentraining Duits 2025 - 2

Slide 1 - Slide

Wanneer is het examen Duits?
  • donderdag 15 mei 09:00 - 11:00 uur
  • voor leerlingen met dyslexie tot 11:30 uur

Slide 2 - Slide

Einleitung
  • Het eindexamen Duits bestaat uit teksten met verschillende soorten vragen (40-45)                                                                             
  • Voordat je een examenvraag gaat maken, is het belangrijk dat je weet waar de tekst over gaat. Je leest de tekst daarom eerst oriënterend. 
  • Je leest de titel, de tussenkopjes, de vetgedrukte/schuingedrukte/onderstreepte tekstdelen, kijkt naar de afbeeldingen, naar wat voor tekstsoort het is en naar andere dingen die opvallen. Zo krijg je een eerste indruk van de tekst en kom je erachter waar de tekst over gaat. 
  • Bedenk ook altijd wat je zelf al van het onderwerp weet. Zo activeer je je voorkennis. En dat helpt je bij het beantwoorden van de vragen. Je weet dan immers al een beetje wat je kunt verwachten bij de tekst.




Slide 3 - Slide

De Functievraag
Een tekst bestaat uit een inleiding, een middenstuk en een slot. Deze opbouw geeft de tekst structuur. De tekstdelen zijn verdeeld in alinea’s. Dat maakt de tekst overzichtelijker. Elke alinea heeft binnen de tekst een functie. Deze functie geeft je informatie over het verband tussen de alinea’s. Alinea’s kunnen bijvoorbeeld iets uitleggen, een voorbeeld geven of iets tegenspreken. Alinea’s komen vaak voor in vaste ‘paren’. Zo volgt op een beschrijving van een probleem in de volgende alinea meestal een oplossing.

Er komen regelmatig examenvragen voor waarin gevraagd wordt naar de functie van een alinea, de verhouding tussen twee alinea’s of tussen twee zinnen in een alinea.



Slide 4 - Slide

Strategieën: Functievraag
Algemeen:
oriënterend lezen
voorkennis activeren
globaal lezen
scannend lezen
woordenboek gebruiken


Specifiek:
  • betekenis of functie van antwoordmogelijkheden erbij schrijven
  • gebruikmaken van de functie van signaalwoorden
  • eerste en/of laatste zin van de alinea lezen
  • kernwoorden en -zinnen markeren










Slide 5 - Slide

Voorbeeld: Functievraag
Examen vmbo GL/ TL --> 2017 --> 
tijdvak 1 --> tekst 7



Slide 6 - Slide

Antwoord Functievraag
antwoord
de kaarten worden gebruikt om hun muren op te leuken of hun schoolmap mooier te maken

Slide 7 - Slide

De Citeervraag
Citeervragen zijn een vorm van open vragen, je moet zelf naar een antwoord op zoek. Bij een citeervraag moet je als antwoord één of meerdere woorden letterlijk uit de tekst overschrijven, in het Duits. Bijvoorbeeld een naam of begrip of de eerste twee woorden van de zin waarin het goede antwoord staat.


Slide 8 - Slide

Strategieën: Citeervraag
Algemeen:
oriënterend lezen
voorkennis activeren
globaal lezen
scannend lezen
woordenboek gebruiken


Specifiek:
  • eerst de alinea/tekst scannen op bepaalde begrippen
  • woorden uit het citaat opzoeken
  • gebruikmaken van de functie van signaalwoorden
  • antwoordaanwijzingen achteraf checken (precies dat antwoorden wat er gevraagd wordt)










Slide 9 - Slide

Voorbeeld: Citeervraag
Examen vmbo GL/ TL --> 2017 --> tijdvak 1 --> tekst 4

Slide 10 - Slide

Antwoord Citeervraag
antwoord
Es ist

Slide 11 - Slide

De Lang-antwoordvraag
Lang-antwoordvragen zijn open vragen. Bij een open vraag moet je zelf een antwoord formuleren en kun je dus niet uit meerkeuzeopties kiezen. De vragen worden altijd in het Nederlands gesteld en je moet ze ook in het Nederlands beantwoorden.


In lang-antwoordvragen staan vaak specifieke eisen waaraan het antwoord moet voldoen. Voorbeelden hiervan zijn: ‘leg in 1 zin uit’ of ‘Noem twee andere voorbeelden’. Let hier goed op als je antwoord geeft. Het heet een lang-antwoordvraag, omdat je altijd moet antwoorden met een hele zin in plaats van een paar steekwoorden of een citaat.





Slide 12 - Slide

Strategieën: Lang-antwoordvraag
Algemeen:
oriënterend lezen
voorkennis activeren
globaal lezen
scannend lezen
woordenboek gebruiken


Specifiek:
  • eerst de alinea/tekst scannen op bepaalde begrippen
  • woorden uit de tekst opzoeken
  • vetgedrukte woorden in de vraag als aanwijzing gebruiken
  • gebruikmaken van verwijswoorden
  • antwoorden in duidelijke, hele zinnen











Slide 13 - Slide

Voorbeeld: Lang-antwoordvraag
Examen vmbo GL/ TL --> 2022 --> tijdvak 2 --> tekst 6




Slide 14 - Slide

Antwoord Lang-antwoordvraag
antwoord
Om topsporter te kunnen worden heb je naast talent discipline nodig en moet je hard werkenn/trainen.

Slide 15 - Slide

De Inhoudsvraag
Je hebt al verschillende soorten meerkeuze-examenvragen geoefend. Nu de laatste soort: de inhoudsvraag. Deze vraagsoort komt in elk examen meerdere keren voor. De vraag gaat over de inhoud van de tekst. Soms wordt deze vraag in het Nederlands gesteld, soms in het Duits. Je vindt het antwoord op deze vraag niet letterlijk terug in de tekst. Het antwoord is met andere woorden omschreven.



Slide 16 - Slide

Strategieën: Inhoudsvraag
Algemeen:
oriënterend lezen
voorkennis activeren
globaal lezen
scannend lezen
woordenboek gebruiken

Specifiek:
  • woorden uit de tekst opzoeken
  • tekstgedeeltes nauwkeurig lezen
  • eerst zelf een antwoord in het Nederlands formuleren
  • foute antwoorden wegstrepen










Slide 17 - Slide

Voorbeeld: Inhoudsvraag
Examen vmbo GL/ TL --> 2017 --> tijdvak 1 --> tekst 3

Slide 18 - Slide

Antwoord Inhoudsvraag
antwoord
3 groepen mensen (demente, suicidale en kinderen)

Slide 19 - Slide

Leesstrategieën 
Scannen:
Omdat er gericht gevraagd wordt naar bepaalde, concrete informatie, hoef je meestal niet de hele tekst te lezen en te begrijpen, maar doorzoek je de tekst op bepaalde woorden. Dit gericht lezen heet scannen.

Globaal lezen:
Je kunt een tekst ook globaal lezen; dan lees je hem vlug door zodat je de grote lijnen van de tekst begrijpt. Als je dan weet, waar het antwoord op je vraag staat, ga je die passage nauwkeurig lezen. Dit betekent dat je probeert iedere zin te begrijpen en soms ook het woordenboek daarbij nodig hebt. 

Slide 20 - Slide

Wist je dat …
Signaalwoorden verbanden aangeven in de tekst? Als het goed is heb je deze voor je toets Prüfungsidiom geleerd. Niet goed gedaan of vergeten? Leer deze alsnog uit je hoofd, want ze gaan je helpen het goede antwoord sneller te vinden! 

Slide 21 - Slide

Wist je dat …
Als je bijvoorbeeld drie redenen moet geven en je schrijft er vier op, je leraar alleen de eerste drie antwoorden mag beoordelen? Dus als je derde reden fout is, maar je vierde wel goed, mag hij daar helaas toch geen punten voor geven. Houd je goed aan de gevraagde aantallen.

Slide 22 - Slide

Wist je dat …
Lang-antwoordvragen vaak twee of meer punten waard zijn? Het is dus wel de moeite waard om hier even de tijd voor te nemen.

Slide 23 - Slide

Wist je dat …
Het bij meerkeuzevragen kan helpen om eerst zelf een antwoord te formuleren? Daarna lees je pas de meerkeuzeopties en kies je degene die het meest op jouw eigen antwoord lijkt. Zo word je minder snel door afleiders in verwarring gebracht.

Slide 24 - Slide

ENDE
 Noch Fragen?

Slide 25 - Slide

Ik weet wat voor soorten vragen
ik op het examen kan verwachten en welke aanpak ik kan toepassen.
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll