4GR 15 mei 2020 Medium

1 / 40
next
Slide 1: Slide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Wat weet je van het
Medium?

Slide 17 - Mind map

welke 6 uitgangen heeft het Medium praesens (indicativus)?

Slide 18 - Open question

de letters μεν(ος) duiden op een:

Slide 19 - Open question

λυομαι kan vertaald worden met:
A
ik maak los
B
ik maak me los
C
jij maakt los
D
wij maken ons los

Slide 20 - Quiz

ἐλυομην vertaal je (alle betekenissen):
A
ik maakte me los én ik werd losgemaakt
B
alleen ik maakte me los
C
alleen: ik werd losgemaakt
D
ik maakte me los; ik maakte voor me los ; ik werd losgemaakt.

Slide 21 - Quiz

ἐλυσατο alle betekenissen:
A
hij maakte voor zich los
B
hij maakte zich los
C
hij maakte voor zich log; hij maakte zich los
D
hij maakte voor zich log; hij maakte zich los; hij werd losgemaakt.

Slide 22 - Quiz

ἐλυσω is welke persoon?
A
ik
B
jij
C
hij
D
wij

Slide 23 - Quiz

Λυσομεθα is welke tijd+genus?
A
praesens medium
B
futurum medium
C
aoristus medium
D
aoristus actief

Slide 24 - Quiz

λυεσθαι is welke wijs?
A
indicativus
B
imperativus
C
participium
D
infinitivus

Slide 25 - Quiz

en dan nu de woordjes:

Slide 26 - Slide

ὁ στεφανος

A
krans
B
hart
C
beeld
D
akker

Slide 27 - Quiz

τιθημι
A
leren
B
verlieze
C
opleggen
D
plaatsen

Slide 28 - Quiz

διδασκω
A
geven
B
onderwijzen
C
gebruiken
D
ontbieden

Slide 29 - Quiz

ἡ καρδια

A
ieder
B
vol met
C
akker
D
hart

Slide 30 - Quiz

ἀνοιγνυμι
A
heiligdom
B
oude man
C
gebruiken
D
openen

Slide 31 - Quiz

το ἀγαλμα

A
liefde
B
mantel
C
beeld
D
oud

Slide 32 - Quiz

ἀπειμι
A
`weggaan
B
aantonen
C
ontbieden
D
gebruiken

Slide 33 - Quiz

δεικνυμι
A
tonen
B
weggaan
C
leren
D
geven

Slide 34 - Quiz

en nu nog even woorden van 12

Slide 35 - Slide

ὡς
A
zoals
B
deze
C
land
D
laf

Slide 36 - Quiz

ποτερος;

A
welk?
B
Wie?
C
wie van beiden?
D
allebei

Slide 37 - Quiz

ἐφυγον
A
ik vlucht
B
ik vluchtte
C
ik fiets
D
ik fietste

Slide 38 - Quiz

κρινω (laatste kans..)
A
(toe)schijnen
B
(op)voeden
C
(be)oordelen
D
(neer)laten

Slide 39 - Quiz


A

Slide 40 - Quiz