Plinius Minor wk 1

Plinius Minor leeswerk wk 1


H4: Plinius schrijft brieven
H8: Pompeii
1 / 46
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Plinius Minor leeswerk wk 1


H4: Plinius schrijft brieven
H8: Pompeii

Slide 1 - Slide

H4: Plinius schrijft brieven

Slide 2 - Slide

Welke term wordt in de literatuurwetenschap gehanteerd voor brieven schrijven?
A
epistolosofie
B
epistemologie
C
epistologie
D
epistolografie

Slide 3 - Quiz

Gereedschap
stilus (=griffel)
calamus (=rietpen)
papyrus
codicillus (=setje tabulae)

Slide 4 - Drag question

Gebruik
langere berichten
korte briefjes

Slide 5 - Drag question

Welke zeer productieve brievenschrijver is dit?
A
Julius Caesar
B
Cicero
C
Seneca
D
Vergilius

Slide 6 - Quiz

Welke zeer filosofische
brievenschrijver is dit?
A
Julius Caesar
B
Livius
C
Seneca
D
Vergilius

Slide 7 - Quiz

900+ brieven
niet echt bedoeld voor publicatie
filosofische tips voor een goed leven
aan veel verschillende mensen
aan  1 iemand: Lucilius
1e eeuw voor Christus
1e eeuw na Christus

Slide 8 - Drag question

Waar of niet waar:
Plinius publiceerde meer brieven dan Cicero.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Waar of niet waar:
Plinius heeft zijn brieven compleet willekeurig gebundeld.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Waar of niet waar:
Plinius schreef, net zoals Seneca, aan één iemand.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quiz

Waar of niet waar:
Plinius schreef graag dat vroegâh alles beter was.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

Waar of niet waar:
Plinius was een tegenstander van keizer Trajanus.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Waar of niet waar:
Plinius stelt zichzelf vaak onzeker op.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quiz

Waar of niet waar:
De brieven van Plinius zitten kunstig in elkaar.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quiz

De briefwisseling tussen Plinius en Trajanus is afwijkend omdat...
A
... ze niet zo literair verzorgd zijn als de rest
B
... het taalgebruik veel informeler is
C
... de toon soms een beetje boos is
D
... ze direct bedoeld waren om te publiceren

Slide 16 - Quiz

H8: Pompeii

Slide 17 - Slide

Misenum
Pompeii
Vesuvius
Herculaneum
Stabiae

Slide 18 - Drag question

Welke stelling is NIET waar?
A
Op de eerste dag werden Misenum en Herculaneum getroffen
B
Op de eerste dag werden Pompeii en Stabiae getroffen
C
Op de eerste dag vielen dikke lagen as en puimsteen neer
D
Op de eerste dag ontstonden door onweersbuien grote modderstromen

Slide 19 - Quiz

Hoeveel inwoners van Pompeii kwamen om het leven tijdens de uitbarsting?
A
1000
B
2000
C
5000
D
15000

Slide 20 - Quiz

Wat is een pyroclastische wolk?
A
Een wolk van as
B
Een wolk van steengruis
C
Een wolk van gas
D
Een wolk van regen

Slide 21 - Quiz

Wat deed Plinius Maior (de oom van onze Plinius) in de baai van Napels?
A
Hij was daar op vakantie
B
Hij was commandant van de keizerlijke vloot die daar lag
C
Hij deed onderzoek naar vulkanen
D
Hij woonde daar

Slide 22 - Quiz

Hoe oud was Plinius Minor tijdens de uitbarsting van de Vesuvius?
A
17
B
28
C
45
D
70

Slide 23 - Quiz

H1 Politieke en maatschappelijke achtergronden



De burgeroorlogen in de eerste eeuw v.Chr.

Slide 24 - Slide

Wat waren factoren die zorgden voor de politieke onrust in de eerste eeuw voor Christus?
A
Religieuze conflicten
B
Groeiend verschil tussen arm en rijk
C
Het bestuurssysteem kon de groei van het Rijk niet goed aan
D
Ambitieuze mannen

Slide 25 - Quiz

Wat zijn nobiles?
A
heldhaftige mensen
B
de mensen van adel
C
mensen met politieke ervaring
D
de boerenbevolking

Slide 26 - Quiz

Hoe worden de politici genoemd die voornamelijk opkwamen voor de belangen van de adel?
A
optimates
B
populares
C
maiores
D
magistri

Slide 27 - Quiz

Hoe worden de politici genoemd die voornamelijk opkwamen voor de belangen van het volk?
A
consules
B
populares
C
maiores
D
magistri

Slide 28 - Quiz

Er worden drie 'burgeroorlogen' (conflicten) in deze eeuw onderscheiden; zet ze op de juiste chronologische volgorde bij het juiste jaartal... 
83-82 v.Chr.
49-45 v.Chr.
35-31 v.Chr.
Conflict Marius <> Sulla
Conflict Caesar <> Pompeius
Conflict Octavianus <> Marcus Antonius

Slide 29 - Drag question

Gaius Marius
Cornelius Sulla
de 'winnaar' van het conflict
populares
optimates
nam uitvoerig wraak

Slide 30 - Drag question

Wie was bekend en populair als hervormer van het leger?
A
Gaius Marius
B
Cornelius Sulla

Slide 31 - Quiz

Wie trok met zijn troepen Rome binnen toen hij zijn zin niet kreeg? (OMG! Superschandalig!)
A
Gaius Marius
B
Cornelius Sulla

Slide 32 - Quiz

Wie werd benoemd tot dictator (=degene die het voor het zeggen heeft) voor onbepaalde tijd?
A
Gaius Marius
B
Cornelius Sulla

Slide 33 - Quiz

Pompeius Magnus
Julius Caesar
de 'winnaar' van het conflict
populares
optimates
werd vermoord

Slide 34 - Drag question

Wie behaalde grote militaire successen in Gallië?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 35 - Quiz

Wie behaalde grote militaire successen in Azië?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 36 - Quiz

Wie trok met zijn leger Italië binnen door de grensrivier de Rubicon over te steken? (OMG! Schandalig!)
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 37 - Quiz

Wie kreeg een relatie (en een kind) met Cleopatra?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 38 - Quiz

Wie werd benoemd als dictator?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 39 - Quiz

Wie werd er vermoord in Egypte?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 40 - Quiz

Wie werd er vermoord in Rome?
A
Julius Caesar
B
Pompeius Magnus

Slide 41 - Quiz

Octavianus
Marcus Antonius
de 'winnaar' van het conflict
was getrouwd met Cleopatra
werd later Augustus

Slide 42 - Drag question

Wie was de adoptiefzoon van Julius Caesar?
A
Octavianus
B
Marcus Antonius

Slide 43 - Quiz

Wie trouwde er met Cleopatra, inmiddels de ex van Julius Caesar?
A
Octavianus
B
Marcus Antonius

Slide 44 - Quiz

Bij welke beroemde zeeslag werd Marcus Antonius verslagen?
A
Adrianapolis
B
Salamis
C
Actium
D
Aegates

Slide 45 - Quiz

Wat betekent de titel 'Augustus' die de Senaat aan Octavianus verleende?
A
de eerste van de burgerij
B
de knapste
C
de verhevene
D
de slimste

Slide 46 - Quiz