TA gemengde les GMK en Medische termen

TA gemengde les GMK en Medische termen
1 / 30
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

TA gemengde les GMK en Medische termen

Slide 1 - Slide

Welk verdovingsmiddel wordt er veel gebruikt in de tandheelkunde?
A
Lidocaine
B
adrenaline
C
primocaline
D
morfine

Slide 2 - Quiz

wat betekent de term rebasing?
A
aanpassen vulling
B
aanpassen gebitsprothese
C
verwijderen kies
D
verdoven van tandvlees

Slide 3 - Quiz

acenocoumarol is een
A
bloedverdunner
B
bloeddrukverlager
C
maagmiddel
D
pijnstiller

Slide 4 - Quiz

trismus betekent....
A
kiespijn
B
bloedend tandvlees
C
het niet goed kunnen openen van de kaak
D
ontsteking

Slide 5 - Quiz

wat betekent INR waarde van het bloed
A
dikte van het bloed
B
een maat voor de stollingstijd van bloed
C
hoeveelheid water in bloed
D
hoeveelheid fibrine

Slide 6 - Quiz

wat betekent bruxisme..
A
onbewust tandenknarsen
B
kiespijn
C
spruw
D
kaakpijn

Slide 7 - Quiz

welk antibioticum wordt voorgeschreven bij endocarditis?
A
miconazol
B
paracetamol
C
nitrofurantoine
D
amoxicilline

Slide 8 - Quiz

wat betekent de term xerostomie?
A
droge mond
B
ontstoken slijmvlies
C
stoma
D
tandbederf

Slide 9 - Quiz

welke inhalatiemiddel kunnen tandbederf veroorzaken
A
fluticason
B
salbutamol
C
beclomethason
D
mebendazol

Slide 10 - Quiz

wat betekent spruw?
A
bacteriele infectie
B
parasiet
C
schimmelinfectie in de mond
D
ontsteking

Slide 11 - Quiz

welk middel wordt tegen spruw gebruikt?
A
miconazol
B
metronidazol
C
amoxicilline
D
erythromicine

Slide 12 - Quiz

wat is de functie van tranexaminezuur?
A
Het voorkomt gingiva ontstekingen.
B
voorkomt oplossen van het bloedstolsel in de mond
C
bescherming van de mond
D
het zorgt voor minder napijn

Slide 13 - Quiz

noem 5 ontstekingsverschijnselen
A
Roodheid, pus, pijn, zwelling, bloeding.
B
Roodheid, pus, zwelling, verkleuring, gestoorde functie
C
Roodheid, warmte, pijn, zwelling, gestoorde functie.
D
Roodheid, warmte, pijn, zwelling, verkleuring.

Slide 14 - Quiz

naar welke arts verwijs je als je last hebt van je kaak bij het kauwen
A
gnatoloog
B
parodontoloog
C
pediatroloog
D
psycholoog

Slide 15 - Quiz

wat houdt een ASA score in
A
ademhalingsscore
B
Gold-classificatie
C
zegt iets over de gezondheid van de patient
D
algemene mondscore

Slide 16 - Quiz

Hoe vaak moet een kind van 1 jaar de tanden poetsen?
A
1 x per dag
B
2x per dag
C
niet
D
alleen wanneer nodig

Slide 17 - Quiz

een patiënt heeft diabetes en krijgt een hypo in de praktijk, hoe kan je helpen?
A
laten liggen, het gaat wel over
B
water geven
C
suikerwater geven
D
niets doen

Slide 18 - Quiz

wat is de betekenis van luxatie
A
gebroken tand
B
ontwrichting van de tand
C
ontstoken tand
D
gebroken kaak

Slide 19 - Quiz

welk antibioticum zet de tandarts in bij een infectie in de mond?
A
amoxicilline
B
nitrofurantoine
C
penicilline
D
macrolide

Slide 20 - Quiz

wat is de meest voorkomende bijwerking van amoxicilline?
A
braken Braken
B
hoofdpijn
C
diarree
D
spierkrampen

Slide 21 - Quiz

een patient is allergisch voor amoxicilline, welke vervanger kan de arts geven?
A
erytromicine
B
flucloxacilline
C
penicilline
D
miconazol

Slide 22 - Quiz

welke ontstekingsverschijnselen passen bij gingivitis?
A
Percussiepijn, pus, roodheid.
B
Roodheid, pijn, zwelling.
C
Roodheid, pus, eetlustvermindering.
D
Warmte, percussiepijn, zwelling.

Slide 23 - Quiz

palatinaal is...
A
gehemeltezijde
B
onder de tong
C
in de wang
D
in de keel

Slide 24 - Quiz

wat is de werking van waterstofperoxide
A
Het doodt de aerobe micro-organismen.
B
Het doodt de anaerobe micro-organismen.
C
Het heeft een bloedstelpende werking.
D
Het heeft een pijnstillende werking

Slide 25 - Quiz

welke anesthesievloeistof is sneller uitgewerkt?
A
Articaïne (met adrenaline).
B
Lidocaïne (met adrenaline).
C
Prilocaïne (zonder adrenaline).
D
Xylocaine (met adrenaline

Slide 26 - Quiz

wat is anemie?
A
hoge bloeddruk
B
bloedarmoede
C
trombose
D
flauwvallen

Slide 27 - Quiz

hoe heet het als je last hebt van een droge mond
A
xerostomie
B
halitose
C
gingivitis
D
parodontitis

Slide 28 - Quiz

acetylsalicylzuur 80mg wordt gebruikt als...
A
pijnstiller
B
bloeddrukmiddel
C
cholesterolverlager
D
bloedverdunner

Slide 29 - Quiz

wat wordt er bedoelt met "dtd no x"
A
geef zodanige dosis, aantal 10
B
geef zodanige dosis, aantal 5
C
schrijf op etiket, aantal 10
D
schrijf op etiket, aantal 5

Slide 30 - Quiz