meervouden

Meervouden in het Engels
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EngelsPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Meervouden in het Engels

Slide 1 - Slide

Doel van deze les
In deze les leer je hoe het meervoud in het Engels werkt

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen vandaag
- wat weten we al
- uitleg
-voorbeelden
-oefenen (quiz)
-werkblad
-afsluiting
-eventuele vragen

Slide 3 - Slide

Hoe maken wij een meervoud in het Nederlands? En het Engels?

Slide 4 - Slide

De regels
Meestal wordt een extra -s gebruikt voor het meervoud
Dog-dogs
Woorden die eindigen op -s, -x, -ch, -sh of -z krijgen -es 
 box → boxes

Slide 5 - Slide

Woorden die eindigen op een medeklinker + y krijgen -ies
 city → cities
Onregelmatige meervouden 
 man → men, child → children

Slide 6 - Slide

Voorbeelden 

Slide 7 - Slide

Oefenen

Slide 8 - Slide

Meervoud van dog
A
Dogs
B
Doges
C
Dogies
D
Doog

Slide 9 - Quiz

Meervoud van house
A
hous
B
Houses
C
Housses
D
Housies

Slide 10 - Quiz

meervoud van wish
A
wishes
B
wishies
C
wishs
D
wish's

Slide 11 - Quiz

Meervoud van box
A
boks
B
boxes
C
boxies
D
bokses

Slide 12 - Quiz

meervoud van baby
A
babbies
B
babies
C
baby's
D
babys

Slide 13 - Quiz

meervoud van party
A
party's
B
parties
C
partys
D
parts

Slide 14 - Quiz

meervoud van church
A
churchies
B
churchs
C
churches
D
charch

Slide 15 - Quiz

meervoud van tooth
A
teeth
B
tooths
C
teeths
D
toots

Slide 16 - Quiz

meervoud van sheep
A
sheep
B
shaap
C
sheeps

Slide 17 - Quiz

Zelfstandig oefenen
werkblad 

Slide 18 - Slide

Afsluiten
Vragen?

Slide 19 - Slide