Leerjaar 2 Chapitre 5 bron H (vragen stellen)

Test: een vraag stellen (bron H)
1 / 12
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Test: een vraag stellen (bron H)

Slide 1 - Slide

Een vraag stellen
- Op welke drie manieren kun je een vraag stellen?


Slide 2 - Slide

Een vraag stellen
Elle est sympa? // Est-ce qu'elle est sympa? 
Tu es sportif? // Est-ce que tu es sportif? 

- Welke vraagwoorden zijn er?

Slide 3 - Slide

Welke vraagzinnen zijn correct?
Er zijn twee juiste antwoorden.
A
Il fait du foot.
B
Est-ce qu'il fait du foot?
C
Il fait du foot?
D
Il fait du foot est-ce que?

Slide 4 - Quiz

Welke vraagzinnen zijn correct?
Er zijn twee juiste antwoorden.
A
Tu as un téléphone?
B
Tu est-ce que as un téléphone?
C
Est-ce qu' tu as un téléphone?
D
Est-ce que tu as un téléphone?

Slide 5 - Quiz

Welke vraagzinnen zijn goed?
Er zijn twee juiste antwoorden.
A
Tu es malade?
B
Est-ce que tu es malade?
C
Tu es est-ce que malade?
D
Tu es malade est-ce que?

Slide 6 - Quiz

Maak de zin vragend met est-ce que. Typ de hele zin!
Tu habites ici.

Slide 7 - Open question

Maak de zin vragend met est-ce que. Typ de hele zin!
Elle est malade.

Slide 8 - Open question

Welk vraagwoord ontbreekt?
Tu as ... de matières? J'ai neuf matières.
A
quand
B
pourquoi
C
qui
D
combien

Slide 9 - Quiz

Welk vraagwoord ontbreekt?
Tu habites ...? J'habite à Caen.
A
qui
B
combien
C
D
quand

Slide 10 - Quiz

Welk vraagwoord ontbreekt?
Ton anniversaire, c’est ... ? Mon anniversaire c'est le trois décembre.
A
pourquoi
B
qui
C
combien
D
quand

Slide 11 - Quiz

Ik beheers het onderwerp 'een vraag stellen'
0100

Slide 12 - Poll