KNM Instanties - Gemeente, Naturalisatie, Politie en Belastingdienst

Vandaag KNM Instanties
- Gemeente
- Naturalisatie
- Politie
- Belastingdienst
1 / 44
next
Slide 1: Slide
Alfabetisering NT2ISK

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Vandaag KNM Instanties
- Gemeente
- Naturalisatie
- Politie
- Belastingdienst

Slide 1 - Slide

Wat regelt de gemeente?

Slide 2 - Mind map

De gemeente
burgemeester - werkt bij de gemeente

Wat kan je doen bij de gemeente?
burgerzaken
naturaliseren
vergunningen

helpen bij zoeken van werk
bijstandsuitkering aanvragen
met de gemeentebelasting kan de gemeente: veilige speeltuinen plaatsen, verzorgen voor een schone straat/ stad.


Slide 3 - Slide

Wat doet de afdeling Burgerzaken?

Slide 4 - Mind map

Burgerzaken 
Administratie: (BRP) de Basisregistratie Personen. In de BRP staan gegevens: je naam, adres, geboorteplaats en geboortedatum.  Ben je getrouwd, gescheiden of ga je verhuizen?

Kind gekregen? - je moet aangifte doen van de geboorte.

Uittreksel van de BRP dit is een officieel papier met jouw gegevens.

Voor documenten als: paspoort, ID-kaart of een rijbewijs.  Ook als je iets wilt verlengen.

Slide 5 - Slide

Wie wil naturaliseren (Nederlander worden)?
Misschien

Slide 6 - Poll

Naturaliseren
Je krijgt dan de Nederlandse nationaliteit.

De IND (Immigratie-en Naturalisatiedienst) controleert of je aan alle voorwaarden voldoet.

voorwaarden - lijst met stappen

je moet een inburgeringsdiploma hebben.
minstens vijf jaar in Nederland wonen.
verblijfsvergunning hebben.

Slide 7 - Slide

Vergunning
Een schuur bouwen

Een boom weghalen uit je tuin

Een restaurant beginnen

Je vult een formulier in. Soms moet je ook betalen. De gemeente geeft dan een toestemming.

Verander iets aan je huis of in de straat zonder vergunning betaal je dan een boete.


Slide 8 - Slide

Wel vergunning nodig
Geen vergunning nodig
Feestje met familie in de middag
Groot feest met veel muziek tot diep in de nacht
Een boom kappen in je tuin.
Een plant op je balkon zetten.
Een schuur bouwen in je voortuin.
Een barbecue plaatsen in je achtertuin.

Slide 9 - Drag question

Je gaat trouwen.
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 10 - Quiz

Je koopt een auto.
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 11 - Quiz

Je neemt een hond
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 12 - Quiz

Je kind gaat naar de basisschool
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 13 - Quiz

Je krijgt een kind.
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 14 - Quiz

Je wilt een boom omhakken in je eigen tuin.
Moet je naar de gemeente?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 15 - Quiz

Wat heb je niet nodig als je wilt naturaliseren?
A
verblijfsvergunning
B
inburgeringsdiploma
C
een baan
D
een koophuis

Slide 16 - Quiz

De politie
Tekst lezen

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Wat doet de politie?

Slide 21 - Slide

De wijkagent
luister hier

Slide 22 - Slide

EXTRA informatie: BOA's

Slide 23 - Slide

Aangifte doen

Slide 24 - Slide

De politie bellen

Slide 25 - Slide

Woorden
(met voorbeeldzin)
de dader                                    iemand die iets heeft gedaan heeft wat niet mag

Iemand heeft mijn portemonnee gestolen. De politie kan de dader helaas niet vinden.


het gevecht                             een grote ruzie waarbij mensen elkaar pijn doen
Sjoerd heeft gevochten met zijn buurman. Door het gevecht brak de buurman zijn arm.

het geweld   
                          grote kracht waarmee je iemand pijn doet of iets                                                         kapotmaakt
Als die vrouw boos is, gebruikt ze vaak geweld. Ze slaat haar kinderen.

Slide 26 - Slide

Woorden
(met voorbeeldzin)



de instantie                                        een afdeling of een bedrijf van de overheid

In Nederland zijn veel instanties waar je hulp kunt krijgen. Bijvoorbeeld het UWV en het Juridisch Loket.

zich legitimeren     
                                               je identiteitsbewijs laten zien,                                                                    bijvoorbeeld je ID-kaart, paspoort of rijbewijs
Ik moet me legitimeren bij het gemeentehuis. Ze weten dan zeker dat het nieuwe paspoort voor mij is.

Slide 27 - Slide

Woorden
(met voorbeeldzin)
het misdrijf                              iets wat verboden is en waarvoor je een straf kunt                                                      krijgen
In Amsterdam heeft iemand een oude vrouw doodgeslagen. Dat is een misdrijf.

het noodgeval                een situatie waarin iemand meteen hulp nodig heeft

In een noodgeval bel je 112.

het identiteitsbewijs                    een officiële kaart met persoonlijke gegevens,
                                                        zoals je ID-kaart, paspoort of rijbewijs.
De politie vraagt om mijn identiteitsbewijs. Ik laat mijn rijbewijs zien.

Slide 28 - Slide

Woorden
(met voorbeeldzin)
het slachtoffer                         iemand die gedood of gewond is,                                                                                      bijvoorbeeld door geweld of door een ongeluk
De slachtoffers van het ongeluk moesten naar het ziekenhuis.


voorkomen                                      zorgen dat iets niet gebeurt

Ik eet gezond, want ik wil voorkomen dat ik ziek word.

Slide 29 - Slide

Een rijbewijs is altijd een geldig legitimatiebewijs.
A
waar
B
niet waar

Slide 30 - Quiz

Wat doet de politie?
Noem 4 taken.

Slide 31 - Open question

Aangifte doen is...
A
vertellen tegen de politie dat iemand iets heeft gestolen van je of geweld heeft gebruikt tegen je.
B
een boete betalen.
C
Antwoord A en B zijn goed
D
Antwoord A en B zijn fout.

Slide 32 - Quiz

Wanneer bel je 112?

Slide 33 - Open question

Wanneer bel je 0900-8844?

Slide 34 - Open question

Een wijkagent is de agent die bij jouw wijk (buurt) hoort.
A
waar
B
niet waar

Slide 35 - Quiz

Belastingdienst

Slide 36 - Slide

Welke belastingen betaal je in Nederland?

Slide 37 - Mind map

Wat zijn gemeentelijke belastingen?

Slide 38 - Open question

Het salaris wat in je contract staat, noemen we.....
A
nettoloon
B
brutoloon

Slide 39 - Quiz

Het salaris wat je op je bankrekening krijgt, noemen we...
A
nettoloon
B
brutoloon

Slide 40 - Quiz

Je vindt dat je teveel belasting moet betalen. Wat doe je?
A
Je betaalt de premie.
B
Je maakt bezwaar.
C
Je bent benieuwd.
D
Je vraagt om een kwijtschelding.

Slide 41 - Quiz

Je kan je belasting niet betalen. Wat doe je?
A
Je betaalt de premie.
B
Je maakt bezwaar.
C
Je bent benieuwd.
D
Je vraagt om een kwijtschelding.

Slide 42 - Quiz

Welke toeslagen zijn er?

Slide 43 - Mind map

Heb je nog een vraag over deze thema's? Stel hem nu, dan bespreken we ze volgende week.

Slide 44 - Open question