H8 De winkel verzorgen

H8 De winkel verzorgen
1 / 38
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

H8 De winkel verzorgen

Slide 1 - Slide

Iedere winkel heeft dezelfde schoonmaakwerkzaamheden
A
waar
B
niet waar

Slide 2 - Quiz

Schoonmaak
Op welke manier en hoe vaak je moet schoonmaken, hangt af van het soort winkel. 
In een kledingwinkel maak je bijvoorbeeld op een andere manier schoon dan in een slagerij.
De retailer wil liever niet dat de klant last heeft van opruim- en schoonmaakwerk. Aanvullen, spiegelen, schoonmaken gebeurt vaak na sluitingstijd. 

Slide 3 - Slide

Wat zijn de voordelen van gespiegelde schappen?

Slide 4 - Mind map

Buitenpresentatie
Veel winkels hebben een buitenpresentatie, zoals vlaggen of een reclamebord. Ook deze buitenpresentatie en de omgeving daarvan moeten verzorgd zijn. 

  • Je veegt de straat aan. 
  • Zwerfvuil weggooien.
  • Je hebt de plicht om de winkelomgeving tot 25 meter vanaf je voordeur afvalvrij te houden.  
  • Ligt er in de winter sneeuw, dan zorg je dat er een sneeuwvrij pad naar de winkel is. 

Slide 5 - Slide

Hoeveel meter vanaf de deur van de winkel moet je verzorgen?
A
Alle stoep die je kunt zien
B
Alleen de eerste 2 meter vanaf je voordeur.
C
25 meter vanaf je voordeur.
D
Er zijn geen regels over.

Slide 6 - Quiz

Er is een verschil tussen onderhoud en schoonmaak in een winkel. Noem een voorbeeld van onderhoud in de winkel.

Slide 7 - Open question

Winkels hebben een schoonmaakplan. Wat is dit?

Slide 8 - Open question

Schoonmaakplan
In een schoonmaakplan staat precies:
  • Wat je moet schoonmaken
  • Hoe vaak je iets moet schoonmaken (schoonmaakfrequentie)
  • door wie er schoongemaakt moet worden
  • waarmee er schoongemaakt moet worden
  • Vooral in winkels waar eten en drinken verkocht wordt, is een schoonmaakplan belangrijk.
  • Op het schoonmaakrooster moet je altijd een datum, tijd en je paraaf invullen.
























Slide 9 - Slide

Aan de slag
Maak de opdrachten 2 t/m 6 van dit hoofdstuk

Klaar?
Lees blz 237 t/m 241
timer
15:00

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Droog vuil
-  Vuil dat je kunt zien en dat niet is aangekleefd. Bijv. stof/zand.





Slide 12 - Slide

Aangekleefd vuil
- is zichtbaar vuil dat stevig vastzit, zoals vetvlekken. Je kunt aangekleefd vuil verwijderen door bijvoorbeeld met een reinigingsmiddel te schrobben of te dweilen.

Slide 13 - Slide

Onzichtbaar vuil
  • Onzichtbaar vuil zie je niet.  Er kunnen bacteriën, virussen en schimmels zitten, waar je erg ziek van kunt worden.
  • Haal je weg door schoon te maken met bijv. een schone vochtige doek, een reinigingsmiddel of een desinfecteermiddel.
  •  Een desinfecteermiddel gebruik je alleen bij rauwe levensmiddelen of vleesproducten. 

Slide 14 - Slide

Welke hulpmiddelen gebruik je bij droog vuil?

Slide 15 - Mind map

Welke hulpmiddelen gebruik je bij aangekleefd vuil?

Slide 16 - Mind map

Hoe verwijder je bacteriën?

Slide 17 - Open question

Kruisbesmetting
In  vuil kunnen micro-organismen zitten.  Dit zijn microscopisch kleine, levende wezens, zoals bacteriën, virussen en schimmels. 
  •  Kunnen ziekteverwekkers zijn
  • Je vindt ze vaak op warme/vochtige plekken, plekken met voedsel.
  • Desinfecteren is ontsmetten.
  • Winkels met voedingsmiddelen moet je vaker schoonmaken anders is de kans op bederf van de voedingsmiddelen groot.--> komen dan te veel ziekteverwekkers in of op.
  • Voedingsmiddelen, zoals kippenvlees en eieren, kunnen salmonellabacteriën bevatten. -->  veroorzaken voedselvergiftiging, 
  • Als ziekmakende bacteriën van het ene op het andere product komen, noem je dat kruisbesmetting. 


Slide 18 - Slide

Een voorbeeld van kruisbesmetting is: groente die je snijdt op de snijplank waar je net kipfilet op hebt gesneden.
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quiz

Volgorde schoonmaken
Bij het schoonmaken houd je een logische volgorde aan:

Van hoog naar laag: begin hoog en eindig op de vloer.
Van droog naar nat: eerst rommel opruimen, stofzuigen, dan ramen lappen en dweilen.
Van schoon naar vuil: begin met de schonere oppervlakten, zoals wastafels. Doe toiletten als laatste.

Slide 20 - Slide

De juiste volgorde van de badkamer poetsen is:
1. wasbak 2. toilet 3. douchebak
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

Wanneer je omgeving rondom de toonbank reinigt, begin je met de vloer.
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quiz

Het is een goed idee om schoonmaakmiddelen met elkaar mengen om zo een sterk schoonmaakmiddel te krijgen.
A
waar
B
niet waar

Slide 23 - Quiz

Mengen
Je mag nooit schoonmaakmiddelen mengen. Dit is zeer gevaarlijk. De stoffen die in schoonmaakmiddelen zitten, kunnen namelijk op elkaar reageren en gevaarlijke gassen vormen. Dat gebeurt bijvoorbeeld als bleekmiddel in aanraking komt met een ander schoonmaakmiddel waar een zuur in zit. Als je dit soort schoonmaakmiddelen mengt, kun je flauwvallen en je longen kunnen beschadigd raken.

Slide 24 - Slide

Wat betekent dit symbool op een schoonmaakmiddel?
A
Pas op giftig
B
Pas op irriterend
C
Pas op dodelijk
D
Pas op niet gebruiken

Slide 25 - Quiz

Aan de slag
Maak opdracht 7 t/m 12 (vanaf blz. 241)
Klaar?
Lees paragraaf 8.3 vanaf blz 244)
timer
1:00

Slide 26 - Slide

8.3 HACCP= Hazard Analysis and Critical Control Points
HACCP =  wettelijke eisen op het gebied van voedselveiligheid.


 In de praktijk van de retailmedewerker staat HACCP voor een set regels die je moet volgen om te zorgen voor voedselveiligheid. Veel bedrijven hebben hier een handboek of procedures voor.

Slide 27 - Slide

Controle op naleving van de regels

Slide 28 - Slide

Een voorbeeld van een HACCP regel is, de wettelijk verplichte temperatuur voor gekoelde versproducten. En het meten van de temperatuur ter controle.
A
waar
B
niet waar

Slide 29 - Quiz

In de Warenwet staat dat ingevroren producten maximaal een half uur buiten de vriescel mogen staan na ontvangst. Bij sommige winkels is dit verkort naar vijftien minuten.
A
waar
B
niet waar

Slide 30 - Quiz

Verzorging van jezelf
Goede persoonlijke hygiëne is belangrijk om verschillende redenen:

  1. Zo voorkom je ziektes.
  2. Als je vaak je handen wast, heb je minder kans op griep en verkoudheid.
  3. Het is prettiger voor de klanten.
  4. Een retailmedewerker die bijvoorbeeld naar zweet ruikt, maakt geen goede indruk.
  5. Het is prettiger voor je collega’s.

Slide 31 - Slide

Let hierop als je werkt met levensmiddelen:

draag beschermende kleding of een schort
doe lang haar in een staart, of gebruik een schoon mutsje of een haarnetje
draag handschoenen
zet als het nodig is een mondkapje op.
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quiz

Noem een voorbeeld van persoonlijke beschermingsmiddelen in de winkel.

Slide 33 - Mind map

Hoeveel kilo mag je met de hand tillen?

Slide 34 - Open question

Hier zie hoe je op de juiste manier tilt.
A
waar
B
niet waar

Slide 35 - Quiz

De mevrouw op de foto heeft de juiste houding bij het stofzuigen.
A
waar
B
niet waar

Slide 36 - Quiz

Een rolcontainer kun je het beste trekken. Dit is ergonomisch gezien het beste.
A
waar
B
niet waar

Slide 37 - Quiz

Opdrachten 
Maak vraag 2 t/m 15

Slide 38 - Slide