Je hoeft niet met de groeifactor te rekenen als je dat niet prettig vindt !
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4
This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
Wat weet je al ?
Je hoeft niet met de groeifactor te rekenen als je dat niet prettig vindt !
Slide 1 - Slide
Bruto- en nettoloon
Brutoloon - inhoudingen = nettoloon
Slide 2 - Slide
Besteedbaar inkomen
= Het deel van je (netto) inkomen dat je vrij kunt uitgeven
Stap 1:
Bruto inkomen €
- sociale premies € -
- Loonheffing € - Netto inkomen €
Stap 2:
Netto inkomen €
- Verplichte belastingen € -
- Zorgverzekering € -
= besteedbaar inkomen €
Slide 3 - Slide
Berekenen loonsverhoging of loonsverlaging
Groefactor mag je gebruiken maar dat hoeft niet !
Slide 4 - Slide
Berry verdient € 8,45 bruto per uur. Hij krijgt een loonsverhoging van 15%. Hoeveel euro gaat Berry nu bruto verdienen? Schrijf de berekening op en rond af op twee decimalen.
Slide 5 - Open question
Soorten inkomen
Modaal inkomen = het meest voorkomende inkomen in ons land
Minimaal inkomen =
bedrag dat iemand minimaal moet verdienen
Sociaal minimaal =
het bedrag wat je minimaal per maand nodig hebt om van te leven
Slide 6 - Slide
Oorzaken inkomensverschillen:
leeftijd
de opleiding die je hebt gevolgd of nodig hebt voor een beroep
ervaring
je prestaties; door bijvoorbeeld bonussen kun je meer verdienen
de mate van verantwoordelijkheid
de zwaarte van het beroep; lichamelijk of geestelijk
de vraag naar bepaald werk
Slide 7 - Slide
personele inkomensverdeling
De verdeling van het totale inkomen over de inwoners. Niet iedereen verdient evenveel geld.
Slide 8 - Slide
Lorenzcurve
De Lorenzcurve geeft inkomensongelijkheid aan.
Slide 9 - Slide
Lorenzcurve
Slide 10 - Slide
Lorenzcurve
Slide 11 - Slide
Lorenzcurve
Bij welke kromme is de inkomensverdeling het scheest?
Kromme C omdat deze het verste van de diagonale lijn ligt.
Slide 12 - Slide
Lorenzcurve
Hoeveel van het inkomen verdienden de 20% rijkste van het land?
Ze beginnen bij 60% van het inkomen en eindigen bij 100% van het inkomen.
Ze verdienen dus 40% van het inkomen.
Slide 13 - Slide
Buik Lorenzcurve
Hoe groter de buik bij de Lorenzcurve, hoe schever de inkomensverdeling is.
Dus hoe ongelijker het inkomen is verdeeld over een land.
Kleine buik = inkomen gelijk verdeeld (bv. Nederland)
Grote buik = inkomen ongelijk verdeeld (ontwikkelingslanden)
Betekenis lijnen weten
Rood is secundaire inkomensverdeling.
Waarom?
Het inkomen is geniveleerd (inkomens verschillen zijn kleiner geworden) en inkomens worden dus gelijker verdeeld over de bevolking.
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Video
Slide 17 - Video
Bij de diagonaal van de Lorenzcurve
A
zijn de inkomensverschillen groot
B
zijn er geen inkomensverschillen
C
zijn de inkomensverschillen klein
D
verdient iedereen evenveel
Slide 18 - Quiz
Wat geeft de lorenzcurve aan...
A
De inkomensongelijkheid van een land
B
De koopkracht van een land
C
De alfabetiseringsgraad van een land
D
De ontwikkelingsgraad van een land
Slide 19 - Quiz
Hoe groter de 'buik' van de Lorenzcurve is, hoe...
A
meer de inkomens ongelijk verdeeld zijn
B
meer de inkomens gelijk verdeeld zijn.
Slide 20 - Quiz
Wat geeft deze Lorenzcurve aan?
A
De armste 30 % van de mensen verdient 30 % van het inkomen
B
De armste 30 % van de mensen verdient 3 % van het inkomen
C
De rijkste 70 % van de mensen verdient 40 % van het inkomen
D
De rijkste 30 % van de mensen verdient 60 % van het inkomen