Inburgeren

Inburgeren
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Keuzedeel INTMBOStudiejaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Inburgeren

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Zondag met Lubach
Programmamaker Arjen Lubach is in de wereld van de inburgeringsexamens gedoken en heeft het volgende filmpje hierover gemaakt.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Video

This item has no instructions

Zoek op:
Wat is inburgeren?
Wie zijn er verplicht om in te burgeren in Nederland?
Hoeveel tijd krijg je om in te burgeren?
Wat zijn de consequenties als je niet inburgerd?
timer
3:00

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Wel of geen inburgering
Yasir (jongen, 17 jaar, afkomstig uit Afghanistan, komt met ouders mee)
Ahmed (man, 42 jaar, afkomstig uit Turkije)
Numa (vrouw, 26 jaar, afkomstig uit Kenia, kapster)
Suna (vrouw, 32 jaar, afkomstig uit Indonesië, godsdienstlerares)
Alice (vrouw, 63 jaar, afkomstig uit Canada, schrijfster)
John (man, 21 jaar, afkomstig uit Curaçao, gaat 3 jaar studeren in Nederland)
Pjotr (man, 72 jaar, afkomstig uit Rusland)
Maria (vrouw, 51 jaar, afkomstig Peru, heeft in Nederland gewoond van haar vierde tot haar vijftiende levensjaar)
Zula (vrouw, 40 jaar, afkomstig uit Zuid-Afrika, gaat bij haar Nederlandse familie in Nederland wonen omdat ze ziek is. Ze heeft een Zuid-Afrikaans paspoort).
Pjotr (man, 72 jaar, afkomstig uit Rusland)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Welke drie vragen/ onderwerpen worden er gesteld tijdens het inburgeringsexamen over kennis van de Nederlandse maatschappij.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Inburgeringsexamen
Nu ga je zelf een inburgeringsexamen maken! Op de volgende slide kun je klikken en dan scroll je naar oefenexamens. Klik op 'kennis van de Nederlandse maatschappij'.
Maak een oefenexamen!

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Link

This item has no instructions

Wat was jouw score voor het inburgeringsexamen?

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Vooroordelen 
Vooroordeel = 
- mening die niet op feiten is gebaseerd
- mening zonder oordeel
- over iemand of groep mensen
Voorbeelden?





Slide 13 - Slide

Een vooroordeel is de mening die je over iemand hebt zonder dat je hem daadwerkelijk kent. Vaak is je mening gebaseerd op kenmerken als het uiterlijk, de naam of het gedrag dat je van iemand ziet.

Om je mening te vormen maak je gebruik van stereotypen. Een overdreven simpel en meestal negatief beeld van een groep mensen: Zie je iemand lopen op klompen dan zal dat wel een boer zijn. Die jongen die zich zo vrouwelijk gedraagt zal wel homo zijn.
Stereotypen
Om je mening te vormen maak je gebruik van stereotypen. 
Een overdreven simpel en meestal negatief beeld van een groep mensen 
Voorbeelden?

Slide 14 - Slide

Met stereotypen worden mensen in hokjes geplaatst. Daarmee is de wereld overzichtelijk en voorspelbaar. 
Je kunt mensen en situaties sneller inschatten en daardoor snel reageren.

Voorbeelden:
- Zie je iemand lopen op klompen dan zal dat wel een boer zijn. 
 - Die jongen die zich zo vrouwelijk gedraagt zal wel homo zijn.
Experiment
♫  favoriete muziek?
⍱  favoriete drankje?
☻ karakter/eigenschappen?
♥   op welk type valt hij?
✉  beroep?


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Discriminatie
Vooroordelen en stereotypen kunnen leiden tot discriminatie. Discriminatie is het anders behandelen van mensen op basis van een of enkele kenmerken.

Voorbeelden soorten discriminatie?

Slide 17 - Slide

Op basis van je vooroordelen denk je te weten hoe iemand is en hoe je diegene moet behandelen. 
Bijvoorbeeld wanneer iemand niet aangenomen wordt voor een bepaalde baan omdat hij te oud is, dan valt dit onder leeftijdsdiscriminatie. Maar ook op basis van andere kenmerken kunnen mensen gediscrimineerd worden. Bijvoorbeeld vanwege iemands seksuele geaardheid, iemands geloof of omdat iemand een handicap heeft. Wanneer het gaat om discriminatie op basis van iemands afkomst, noem je dit racisme.
Opdracht 10. Stereotypen en vooroordelen voorkomen

Bespreking in de groep:
Hoe kun je stereotypering en vooroordelen voorkomen?

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Link

Wat kun je doen tegen vooroordelen?
Iedereen heeft vooroordelen. Jij ook! Vooroordelen zijn handig, omdat je hiermee overzicht houdt. Maar ze hebben ook invloed op hoe we ons gedragen tegenover bepaalde mensen. Dan kan het gevaarlijk worden. Gelukkig kun je er ook iets aan doen. Hieronder staat dit beschreven in drie stappen.
De eerste en belangrijkste stap tegen alledaagse vooroordelen: ze herkennen. Én erkennen dat echt iedereen er last van kan hebben. Iedereen heeft over bepaalde groepen mensen wel uitgesproken oordelen die nooit voor alle leden van die groep opgaan. Als je je daar van bewust bent en blijft, heb je de grootste stap al gezet. 
De tweede stap: probeer erop te letten dat jouw eigen vooroordelen niet je gedrag gaan bepalen. Vooroordelen mogen niet leiden tot het apart zetten van mensen, tot discriminatie. Pas ook op met het verspreiden van je eigen vooroordelen.
En stap drie: reageer! Reageer als in jouw omgeving iemand andere mensen kwetst, hele groepen beledigt of in een hoek probeert te zetten met een vooroordeel. Ga daar tegenin! Reageer in je eigen kennissen- en vriendenkring, reageer op sociale media. 
Hoe doe je dat? Je kunt vragen of het een beetje minder heftig mag. Je kunt met mensen in debat gaan of op een andere manier van je laten horen. Bij kwetsende of beledigende vooroordelen – over jou of anderen – kun je duidelijk laten weten dat je dat niet in orde vindt.

Om goed te reageren op vooroordelen hoef je geen expert te zijn over een onderwerp. Je hoeft niet alle feiten te kennen. Je hebt het meest aan gezond verstand en inlevingsvermogen. En aan humor. Als je in een discussie verzeild raakt, kun je soms met doorvragen verder komen dan met feiten, cijfers en argumenten. Goed doorvragen kan een goeie manier zijn om een eindeloos welles-nietes gesprek te vermijden. En je kunt zo ook laten zien dat sommige uitspraken eigenlijk niet kloppen of niet logisch zijn. Vragen stellen kan ertoe leiden dat de ander zich gaat afvragen of hij of zij eigenlijk wel gelijk heeft. Misschien niet altijd direct. Soms werkt het pas op de wat langere termijn. Zo kun je in een paar kleine stappen er al voor zorgen dat jijzelf of iemand anders minder vooroordelen heeft.
Aan de slag!
Doornemen:
Theoriebronnen:
- De Nederlandse cultuur
- Vooroordelen en stereotypen
Maken:
Opdrachten:
- 5 t/m 10


Slide 20 - Slide

This item has no instructions