4.1 Regarder

Unité 4 Santé
1 / 26
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Unité 4 Santé

Slide 1 - Slide

Aujourd'hui
Lesdoelen 

1. Je kunt verschillende lichaamsdelen benoemen en je kan aangeven waar je pijn hebt
2. Je kent de woordjes van les 1 en 2
3. Je kunt een volg begrijpen waar het over gezondheid gaat

Slide 2 - Slide

Aujourd'hui
Au programme

1. Herhalingen
2. Ex. 4 van Unité 4 Lire
3. Zelfstandig: ex.1.1 t/m 2.6 van 4.1 Regarder

Slide 3 - Slide

Herhaling
Les parties du corps (lichaamsdelen) 

Slide 4 - Slide

Kies de juiste vertaling

de mond
A
la bouche
B
le bras
C
la jambe
D
le cou

Slide 5 - Quiz

Kies de juiste vertaling

de arm
A
la jambe
B
le bras
C
le pied
D
la tête

Slide 6 - Quiz

Kies de juiste vertaling

het hoofd
A
la main
B
la jambe
C
la tête
D
le bras

Slide 7 - Quiz

Kies de juiste vertaling

de knie
A
la jambe
B
le bras
C
le pied
D
le genou

Slide 8 - Quiz

Kies de juiste vertaling

de buik
A
la jambe
B
le bras
C
le ventre
D
le doigt

Slide 9 - Quiz

Avoir mal à + lidwoord*
  • ventre
  • tête
  • oreille
  • yeux
*pijn hebben aan l       Apprendre 10 

Slide 10 - Slide

La question

Hoe zeg je 'pijn hebben aan' in het Frans? 

Slide 11 - Slide

Avoir mal à
à + le
au
j'ai mal au nez
à + la
à la
j'ai mal à la tête
à + l'
à l'
j'ai mal à l'oreille
à + les
aux
j'ai mal aux dents

Slide 12 - Slide

Kies de juiste vertaling

de neus
A
le nez
B
le cou
C
l'oreille
D
l'oeil

Slide 13 - Quiz

Vertaal de zin in het Nederlands.

Elle a mal au ventre.
timer
0:20

Slide 14 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

Tu as mal à la tête.
timer
0:20

Slide 15 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

J'ai mal aux pieds.
timer
0:20

Slide 16 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

Il a mal à la gorge.
timer
0:20

Slide 17 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

J'ai mal à l'oreille.
timer
0:20

Slide 18 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

J'ai mal à l'orteil.
timer
0:20

Slide 19 - Open question

Vertaal de zin in het Nederlands.

Vous avez mal aux genoux ?
timer
0:20

Slide 20 - Open question

Vertaal het woord in het Frans.

pijn hebben aan


timer
0:20

Slide 21 - Open question

Zelfstandig werken
Maak ex. 4 blz.12 
Online = ex. 4 van 4.2 Lire uit Unité 4
timer
5:00

Slide 22 - Slide

Antwoorden ex. 4 p.12
1. de tandarts
2. is allergisch voor
3. zich voelen
4. opstaan
5. ben bang voor
6. en oplossing
7. antwoord geven op
8. dik worden

Slide 23 - Slide

Zelfstandig werken
Prends ton ordinateur et tes écouteurs.

  • Maak  1.1 t/m 2.6 van 4.1 Regarder (online methode).
  • Al klaar? Maak 5.1 t/m 6.10 van 4.2 Lire (huiswerk).

Slide 24 - Slide

Les devoirs 
Leren:
Woordjes van Apprendre 1 en Apprendre 2 + lichaamsdelen
Maken:
Ex. 5.1 t/m 6.10 van 4.2 Lire

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide