Methodiek vragen psych stromingen

Psychologische stromingen
Kennisquiz
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Psychologische stromingen
Kennisquiz

Slide 1 - Slide

Wat is het verschil tussen operant en klassieke conditionering?

Slide 2 - Mind map

Wat bedoelen we met flooding?

Slide 3 - Open question

Leertheorie:
Wat past bij model-leren?
A
Passief leren door waarneming
B
Actief leren door waarneming
C
Gedrag stap voor stap bekrachtigen
D
dressuur-leren

Slide 4 - Quiz

Bij welke stroming past mindfulness het beste?
A
Positieve psychologie
B
Leertheorie
C
Psychoanalyse
D
Rationeel Emotieve Therapie

Slide 5 - Quiz

“Bij mij in de familie gebeurt dat nu eenmaal zo”

A
Generalisatie
B
Rampgedachte
C
vooroordeel
D
waardeoordeel

Slide 6 - Quiz

“Als ik deze toets niet haal stop ik met de opleiding”

A
rampgedachte
B
stress
C
waardeoordeel
D
vooroordeel

Slide 7 - Quiz

“Laat maar zitten…”

A
waardeoordeel
B
gemakzucht
C
vooroordeel
D
rampgedachte

Slide 8 - Quiz

Noem minimaal twee afweermechanismen

Slide 9 - Mind map

Psychoanalyse:
Wat is geen afweermechanisme?
A
uitstellen
B
projectie
C
progressie
D
sublimatie

Slide 10 - Quiz

Uitstellen
Reactievorming
Sublimatie
Verdringing
Verschuiving of verplaatsing
Ongedaan maken
Dat wat angst oproept zo veel mogelijk uitstellen. 
Een angst verwekkende impuls of gevoel wordt vervangen door het tegendeel.
Dit is het omzetten van “lagere” driften in cultureel geaccepteerde hogere gedragingen.
Een pijnlijke ervaring wordt geheel uit het bewustzijn en geheugen weggevaagd.
Een gevoel dat in een situatie bedreigend is, wordt in een andere situatie ontladen.
Een schuldgevoel wordt bezworen door tegengesteld te reageren.

Slide 11 - Drag question

Identificatie
Ontkenning
Regressie
Projectie
Rationaliseren
Een oplossing om de angst voor iemand tegen te gaan is je door (onbewust) met hem te vereenzelvigen(identificeren).
De werkelijkheid wordt ontkend, omdat deze niet te verwerken is.
Terugval in een vroeger gedragsniveau.
Gevoelens die men van zichzelf niet kan accepteren, kunnen gemakkelijk in anderen gezien worden.
Gevoelens wegredeneren.

Slide 12 - Drag question

Welke rol past bij 'het kritische, bestraffende deel in ons' (TA)?

Slide 13 - Open question

Wat betekent een gekruiste transactie bij de transactionele analyse?
A
communicatie die soepel verloopt
B
spanning in de communicatie
C
de Ouder heeft een dominante rol
D
de Volwassene heeft een dominante rol

Slide 14 - Quiz

Vanuit welke rol reageren hulpverleners/begeleiders vaak tijdens hun werk?
A
de ouder
B
de volwassene
C
het kind

Slide 15 - Quiz

Wat past bij een gezond systeem?
A
Er is sprake van een duidelijk geaccepteerde hiërarchie en de deelnemers zijn betrokken bij elkaar.
B
Het proces waarin alle gevoelens van ongenoegen en frustratie die in een systeem heersen, worden op één persoon worden gericht.

Slide 16 - Quiz

Positieve psychologie: Wat is geen bepaler van geluk?
A
autonomie hebben
B
gezond zijn
C
veel geld hebben
D
positieve relaties hebben

Slide 17 - Quiz

Wat past bij klassieke conditionering?
A
onmiddellijke associatie
B
straffen en belonen
C
uitdoving
D
systematische desensitisatie

Slide 18 - Quiz

Wat is cognitieve gedragsmodificatie?
A
Zorgen dat gedachten niet meer voorkomen.
B
Een manier om met gevoelens om te gaan die je wil vermijden.
C
Een methode om een gezondere beoordeling van situaties te krijgen.
D
Dat is hetzelfde als een rationele analyse.

Slide 19 - Quiz

Welke psychologische stroming gaat in op het onderbewuste?
A
psychoanalyse
B
RET
C
positieve psychologie
D
systeembenadering

Slide 20 - Quiz

Waar staat de A voor bij een rationele analyse?

Slide 21 - Open question

Wat betekent een gekruiste transactie bij de transactionele analyse?
A
communicatie die soepel verloopt
B
spanning in de communicatie
C
de Ouder heeft een dominante rol
D
de Volwassene heeft een dominante rol

Slide 22 - Quiz

Voor hoeveel procent bestaat geluk uit erfelijkheid?
A
50%
B
60%
C
40%
D
30%

Slide 23 - Quiz

Welke vraag past bij waarderende diagnostiek?
A
Wat wil je veranderen aan jezelf?
B
Hoe oud ben je?
C
Hoe lang werk je er al aan?
D
Waar gaan je ogen van twinkelen?

Slide 24 - Quiz

Waar staat de afkorting RET voor?

Slide 25 - Open question

Wat is een voorbeeld van een subsysteem?
A
Vader-dochter
B
grootouders van beide kanten
C
een hele familie
D
onderwijsteam

Slide 26 - Quiz

Bij welke psychologische stroming spreekt men van driften?
A
transactionele analyse
B
RET
C
leertheorie
D
psychoanalyse

Slide 27 - Quiz

Ik voel mij als volgt na het maken van deze oefentoets
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Ik heb er vertrouwen in maar moet nog wel echt even goed gaan leren
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll