woensdag 17 februari 2021 2TB

Good morning TL3!
1 / 14
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Good morning TL3!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

3

Slide 2 - Video

This item has no instructions

00:00
Gebed

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

00:00
Wat zou jij zeggen als iemand op straat jou vanmiddag vraagt wie jij denkt dat Jezus was of is?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

00:00
Marcus 8: 27-30
Jezus en de leerlingen gingen naar de dorpen in de buurt van de stad Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: 'Wie ben ik volgens de mensen?' De leerlingen antwoordden: 'Sommige mensen zeggen dat u Johannes de Doper bent. Anderen zeggen dat u Elia bent. Weer anderen zeggen dat u één van de profeten van vroeger bent.' Toen vroeg Jezus: 'En wie ben ik volgens jullie? Petrus antwoordde: 'U ben de messias,' Jezus zei: 'Vertel dat beslist niet aan iemand anders!'

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Modals
  • Should/shouldn't -> advies geven of afraden.
  • Must/mustn't -> zeggen dat iets moet of niet.
  • Has/have to ->  zekerheid, noodzaak of verplichting
  • Don't/doesn't  have to -> geen verplichting

Slide 6 - Slide

Must = more powerful than should
Has/havo to 
Modals  (must, have to, should, ought to)
must:     moeten (een verplichting die jezelf oplegt) 
have to:  moeten (een verplichting die een ander oplegt)
should:  zou moeten (advies om iets wel of niet te doen)


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

You ................. wear a school uniform in the UK.

Slide 8 - Open question

This item has no instructions


You ................. not tell these things. She might be offended.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

I .................. stop smoking cigarettes!

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Modals  (must, have to, should, ought to)
must:     moeten (een verplichting die jezelf oplegt) 
have to:  moeten (een verplichting die een ander oplegt)
should:  zou moeten (advies om iets wel of niet te doen)

1. I .......must........... stop smoking cigarettes!
2. You .....should.... not tell these things. She might be offended.
3. You ....have to... wear a school uniform in the UK.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ga naar Stepping Stones Online
- Slim stampen
- Grammar 
- 4A & 4B


Maak deze opdrachten.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Do you have any questions about the grammar or something else?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Thank you & Enjoy your Break!

Slide 14 - Slide

This item has no instructions