Fictie: personages en perspectief

Fictie: personages en perspectief
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Fictie: personages en perspectief

Slide 1 - Slide

Planning
Aan het einde van de les weten we het verschil tussen fictie en non-fictie en kennen we 2 bouwstenen van een boek.

Slide 2 - Slide

Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen fictie en non-fictie.

Slide 3 - Open question

Niet-realistisch
Realistisch

Slide 4 - Slide

Personages 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Medespelers en figuranten
Bijfiguren kun je onderverdelen in medespelers en figuranten.

Medespelers
Medespelers spelen een rol in het verhaal, maar minder groot dan die van de hoofdpersoon.
Figuranten 
Figuranten komen enkel voorbij, worden enkel genoemd in het verhaal, maar spelen geen rol in het verhaal.
.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Perspectief

Slide 9 - Slide

Perspectief en verteller

Perspectief betekent: Gezichtspunt.

Je zit als lezer als het ware in het hoofd van....


Er zijn 3 soorten perspectief:

  1.  Ik-perspectief
  2.  Hij/zij-perspectief
  3. Wisselend perspectief

Slide 10 - Slide

Ik-perspectief

Bij dit perspectief lijkt het alsof de ik-figuur al schrijvend verslag doet van de dingen die hij direct meemaakt of ooit beleefd heeft. Vooral bij dagboeken zie je dit vaak terug.


bijvoorbeeld:


"Ik loop op straat en zie voor mij op de grond een vreemd voorwerp liggen. Het is groen en het geeft de suggestie van beweging. Hoewel het maar een klein hoopje drilpudding lijkt, boezemt het me direct angst in. Ik durf er niet naar te kijken, maar kan mijn ogen niet afwenden. Ik moet. Het wil dat ik het zie."

Slide 11 - Slide

Hij/zij-perspectief

Het verschil met het ik-perspectief is dat het verhaal in de hij/zij-vorm wordt beschreven.


Bijvoorbeeld:

"Hij staat daar, doodstil, aan de grond genageld. Het vreemde voorwerp dat voor hem op de grond ligt, lijkt hem volledig te hypnotiseren. Het gelei-achtige materiaal gloeit. Een vreemde straling lijkt doelgericht zijn weg te zoeken naar de ogen van starende jongen. Pieter beeft. Niet in staat zich te bewegen."

Slide 12 - Slide

Wisselend perspectief
  • Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van verschillende personages
  • Je ziet dezelfde gebeurtenissen vanuit verschillende invalshoeken
  • Kan gebruik worden gemaakt van de ik-vertelsituatie (meerdere ik-figuren, meervoudige ik-vertelsituatie) of van de personale vertelsituatie (meerdere hij- of zij-figuren, meervoudige personale vertelsituatie)

Slide 13 - Slide

Wie is de hoofdpersoon in jouw leesboek?

Slide 14 - Open question

Welke perspectief wordt er in jouw boek gebruikt?
Ik-perspectief
hij/zij perspectief
wisselend perspectief

Slide 15 - Poll

Maken
Paragraaf 2

Opdracht 1, 2, 3

Niet af? Huiswerk voor dinsdag 
(les vrijdag valt uit)

Slide 16 - Slide

Lesdoel

Fictie
Non-fictie
Bouwstenen

Slide 17 - Slide