Chapter 4 - Lesson 8

Getting to know your new team:
We all have...
  • Taking turns you will say something you think all your teammembers have at home/or house/home related.
  • Thumbs up means you have it, hand down means you don't.
  • Write it down in the correct place on your paper. 
  • Can your team find things you all have in common?
timer
4:00
1 / 14
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Getting to know your new team:
We all have...
  • Taking turns you will say something you think all your teammembers have at home/or house/home related.
  • Thumbs up means you have it, hand down means you don't.
  • Write it down in the correct place on your paper. 
  • Can your team find things you all have in common?
timer
4:00

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Chapter 4 - Lesson 1
  • 10 minutes of Reading
  • Check I Writing & Grammar
  • Grammar herhaling
  • Oefentoets
  • Extra opdrachten online
  • Slim stampen
Today's Lesson
timer
10:00

Slide 3 - Slide

Exercise 55c - page 44
  1. Sarah walks to school every day.
  2. Mike is drinking a milkshake right now.
  3. Dad cooks dinner every evening.
  4. The dogs are playing with the ball at the moment.
  5. Jumbo jets often fly directly above our house.
Exercise 55d
Exercise 56
  1. are unpacking
  2. is putting
  3. makes 
  4. have
  5. are installing
  6. is working
  7. is painting
  8. like
  9. has
  10. are playing
  1. I am writing a letter right now.
  2. She’s running a marathon at themoment.
  3. I always drink tea with my grandma onSunday.
  4. Jessie never buys clothes at H&M.
  5. Bob sometimes reads a magazine on the bus.

Slide 4 - Slide

Chapter 4 - Lesson 1
  • 10 minutes of Reading
  • Check I Writing & Grammar
  • Grammar herhaling
  • Oefentoets
  • Extra opdrachten online
  • Slim stampen
Today's Lesson
timer
10:00

Slide 5 - Slide

Grammar 11 - Articles - the, a & an
Lidwoorden in het Engels noem je ‘Articles’. In het Engels heb je ‘the/ a / an’.

Je gebruikt ‘the’ voor een specifiek persoon/ dier/ ding.
- The president gave a speech. - The book is on the table.

Je gebruikt ‘a’ en ‘an’ voor dingen die NIET specifiek zijn. 
  • Je gebruikt ‘a’ voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank. 
- It looks like a palace. - she’s wearing a uniform. (spreek je uit als Juniform) 

  • Je gebruikt ‘an’ voor woorden die beginnen met een klinkerklank
- It took us an hour (spreek je uit als our). - We live in an appartement. 






Medeklinkers:
b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x en z

Klinkers:
a, e, o, u, i 

Slide 6 - Slide

Grammar 11 - Articles - the, a & an
Lidwoorden in het Engels noem je ‘Articles’. In het Engels heb je ‘the/ a / an’.

Je gebruikt ‘the’ voor een specifiek persoon/ dier/ ding.
- The president gave a speech. - The book is on the table.

Je laat 'the' weg als je over een persoon/ding/dier in het algemeen praat.
- The plants need watering (specifieke planten) 
- Plants need watering (planten over het algemeen)

Soms gebruik je 'the' niet bij de volgende woorden:
hospital, church, school, prison, university 



Medeklinkers:
b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x en z

Klinkers:
a, e, o, u, i 

Slide 7 - Slide

Grammar 12 - Imperative - Gebiedende wijs
Je gebruikt de ‘imperative’ als je zegt dat iemand iets moet doen.  
Dit kun je gebruiken als bevel, waarschuwing, advies of aanwijzing.

Voorbeelden:
  • Cross the roads 
  • Clean your room 
  • Read the signs
  • Be careful 
  • Watch your step 
  • Turn right







Om te zeggen dat het niet moet, gebruik je ‘don’t’ voor het werkwoord.

  • Don’t yell at your mother. 
  • Don’t read the signs. 
  • Don’t open the window.







Slide 8 - Slide

Grammar 13a - Present Continuous
Je gebruikt de “Present Continuous” als iets nu op dit moment aan de gang is.
In het Nederlands zeggen we dan vaak: aan het…

Ik ben aan het zwemmen                                 I am swimming
Mijn ouders zijn aan het lopen                       My parents are walking
De docent is aan het lesgeven                         The teacher is teaching

Je maakt de present continuous met een vorm van to be + ww-ing
am/is/are + ww-ing
am cooking                            is sleeping           are dancing

Spellingsuitzonderingen:
Werkwoord eindigd op -e --> dance – dancing
 
Medeklinker verdubbeld als het werkwoord 1 lettergreep
heeft en eindigt op een medeklinker na een klinker. 
 sit – sitting           run – running           swim – swimming

Slide 9 - Slide

Grammar 13b - present simple vs. present continuous
Present Simple
gebruik je wanneer je praat over feiten/gewoontes

Stam 
bij he/she/it - stam + s

We walk the dog every day.
Water boils at 100 degrees.
Present Continuous
Als iets nu aan de gang is of gebeurd


am/is/are + ww-ing


We are walking the dog right now.
The water is boiling at the moment.
Let's practice! 

Do the worksheet

Slide 10 - Slide

Chapter 4 - Lesson 1
  • 10 minutes of Reading
  • Check I Writing & Grammar
  • Grammar herhaling
  • Oefentoets
  • Extra opdrachten online
  • Slim stampen
Today's Lesson
timer
10:00

Slide 11 - Slide

Oefentoets
  • Do the practice test
  • Try to answer everything without using your book
  • Done? Try to fill in everything you didn't know by looking it up in your book
  • Done that as well? Do the Extra opdrachten - stepping stones online

timer
30:00

Slide 12 - Slide

Chapter 4 - Lesson 1
  • 10 minutes of Reading
  • Check I Writing & Grammar
  • Grammar herhaling
  • Oefentoets
  • Extra opdrachten online
  • Slim stampen
Today's Lesson
timer
10:00

Slide 13 - Slide

1H Homework
Monday 31st of March
Test Chapter 4

STUDY
All stones, vocabulary and grammar Chapter 4

Slide 14 - Slide