4.4 Zwanger worden

4.4 Zwanger worden
Herhaling BS 4.3 & uitleg BS 4.4
1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

4.4 Zwanger worden
Herhaling BS 4.3 & uitleg BS 4.4

Slide 1 - Slide

waar
niet waar
Meisjes worden geboren met al hun eicellen
Alle gezonde vrouwen hebben een menstruatiecyclus
Menstruatiebloed bevat een eicel 
Duur van menstruatiecyclus wisselt per persoon
Gemiddelde leeftijd voor 1e menstruatie is 10 jaar.

Slide 2 - Drag question


Als de eerste dag van de menstruatiecyclus 4 januari is.
 Welke dag begint dan haar nieuwe menstruatiecyclus? 
A
1 februari
B
7 februari
C
14 februari
D
10-15 januari

Slide 3 - Quiz

Sleep de begrippen naar de juiste vakjes
Ovulatie
Menstruatie
Menstruatie

Slide 4 - Drag question

Wat is de rol van de eierstokken?
A
Verstoren de ovulatie
B
Produceren eicellen
C
Scheiden hormonen af
D
Regelen de zaadproductie

Slide 5 - Quiz

Welke functie heeft de prostaat?
A
Produceert prostaatvocht
B
Slaat eicellen op
C
Reguleert testosteron

Slide 6 - Quiz

Welke organen behoren tot het mannelijke geslachtsorgaan?
A
Penis
B
Teelballen
C
Eierstokken
D
Baarmoeder

Slide 7 - Quiz

Wat is een emotionele verandering in de puberteit?
A
Grotere onafhankelijkheid
B
Stemmingswisselingen
C
Verminderd zelfvertrouwen
D
Minder sociaal gedrag

Slide 8 - Quiz

Welke hormonen spelen een rol in de puberteit?
A
Oestrogenen
B
Adrenaline
C
Insuline
D
Testosteron

Slide 9 - Quiz

Wat is een kenmerk van de puberteit?
A
Lichaamsgroei
B
Verlies van haar
C
Afname van energie
D
Stemverandering

Slide 10 - Quiz

Leerdoelen
4.4.8 Je kunt de kenmerken van zaadcellen en eicellen noemen.
4.4.9 Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij de mens verloopt.
4.4.10 Je kunt beschrijven hoe een zwangerschap verloopt.
4.4.11 Je kunt uitleggen wat prenataal onderzoek is en hiervan voorbeelden noemen.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Zwellichamen
(erectie)
  • In de penis bevinden zich zwellichamen.
  • Als deze zwellichamen zich vullen met bloed, krijgt de man een erectie (een 'stijve').
  • Een erectie kan ontstaan op vreemde momenten, ook als een man dat niet wil. 

Slide 13 - Slide

Zwellichamen
in de clitoris
  • Net zoals bij de penis heeft de clitoris ook zwellichamen.

  • Tijdens opgewonden toestand van de vrouw vullen deze zich met bloed. Ze vormen een soort kussentjes waardoor de penis makkelijker in de vagina kan.

Slide 14 - Slide

Bevruchting
De kern van de vrouwelijke geslachtscel (eicel) versmelt met de kern van de mannelijke geslachtscel (zaadcel).

De eicel is grootste menselijke cel. De eicel bevat veel reservevoedsel, dit heeft de eicel nodig voor de eerste ontwikkelingen.

De zaadcel is de kleinste menselijke cel. Met een zweepstaart kan de zaadcel zich voortbewegen. 

Slide 15 - Slide

Zaadcel en eicel

Slide 16 - Slide

Bevruchting van de eicel

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Innesteling
De eicel blijft na de eisprong 12 tot 24 uur in leven. 

De bevruchte eicel gaat meteen na de bevruchting delen in de eileider.

Het klompje cellen gaat zich daarna innestelen in het baarmoederslijmvlies.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Zwangerschap
  • Embryo: de eerste weken.
  • Foetus: na de8ste week.
  • De foetus krijgt via de navelstreng (die aan de placenta vastzit) voeding en zuurstof binnen en voert afvalstoffen af.
  • Vruchtvliezen en vruchtwater zijn voor bescherming van de foetus.

Slide 21 - Slide

Placenta
  • Het bloed van de foetus stroomt vlak langs het bloed van de moeder en ze wisselen stoffen uit.


  • Het bloed van de moeder blijft gescheiden van de foetus, ze wisselen wel stoffen uit.

Slide 22 - Slide

Echo
  • Een echo is een beeld van de foetus in de baarmoeder dat met geluidsgolven wordt gemaakt.

  • Prenataal onderzoek: test om te kijken naar ziektes/afwijkingen, en geslacht.
     (pre= voor, nataal =geboorte)

Slide 23 - Slide

NIPT
  • Vanaf 10 weken zwangerschap
bloedonderzoek bij moeder. 

  • In het bloed van de moeder zitten ook stukjes DNA van de placenta.

  • Er is geen risico voor de foetus.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Aan de slag
Online maken; Flitskaarten en Test jezelf 4.4

Afmaken; Bladzijde 37-47, opdracht 1-10 (Opdracht 4 niet)

Slide 26 - Slide