5.2 Wat voor ondernemingen?

Welkom  
1 / 30
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom  

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vandaag
1.  Weet je het nog?                                                           blz. 128
2. Uitleg §5.2    Wat voor ondernemingen?            blz. 134
3. Maken opgaven §5.2      2,4, 6, 7, 10, 11, 12    
4. Afsluiting

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

5.2 Wat voor ondernemingen?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Doelen vandaag
  • Je kunt de productiesectoren noemen en herkennen
  • Je kunt uitleggen wat arbeidsverdeling is
  • Je kunt uitleggen wat een zelfstandige, eenmanszaak en een zzp'er is
  • Je kunt de kenmerken van een VOF benoemen
  • Je kunt het verschil uitleggen tussen een NV & BV 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Arbeid en productie worden ingedeeld in vier productiesectoren
Primaire sector
Landbouw, visserij, winning van delfstoffen

Secundaire sector
Industrie, bouw, ambachten (zoals bakkers)

Tertaire sector
Commerciële dienstverlening (winkels, banken, transportbedrijven, etc)

Quartaire sector
Niet-commerciële dienstverlening (gezondheidszorg, onderwijs, overheidsdiensten, etc)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Peter heeft een tomatenkwekerij. In welke productiesector valt het bedrijf van peter?
A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort niet thuis in de quartaire sector?
A
Ziekenhuis
B
Brandweer
C
Chirurg
D
Taxichauffeur

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Een pluimveehouder behoort tot de ....... sector
A
Primaire sector
B
Secundaire sector
C
Tertiaire sector
D
Quartaire sector

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Primaire sector.
Tertiaire sector.
Secundaire sector.
Quartaire sector.

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

Primaire sector
secundaire sector
tertiare sector
quartiare sector

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

Ieder een eigen taak
  • Iedereen doet waar hij goed in is ( specialisatie) en de taken binnen een bedrijf zijn verdeeld. Dit heet arbeidsverdeling.
  • Taken worden verdeeld  in
           leidinggevend werk of  uitvoerend werk
  • Arbeidsverdeling zorgt voor hogere productie. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Arbeidsverdeling in een school

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Wat is arbeidsverdeling?
A
Elke werknemer doet evenveel werk
B
Elke werknemer doet waar hij/zij goed in is
C
Elke werknemer werkt evenveel uren

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Doen ze leidinggevend of uitvoerend werk? Kies het juiste antwoord.

Bert is vrachtwagenchauffeur.
A
Leidinggevend
B
Uitvoerend

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Doen ze leidinggevend of uitvoerend werk? Kies het juiste antwoord.

Dion is bedrijfsleider.
A
Leidinggevend
B
Uitvoerend

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Doen ze leidinggevend of uitvoerend werk? Kies het juiste antwoord.

Soraya heeft haar eigen bedrijf.
A
Leidinggevend
B
Uitvoerend

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welke verschillende ondernemingsvormen ken je?

Slide 17 - Mind map

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Welke ondernemingsvorm heeft aandelen?
A
BV
B
NV
C
VOF
D
Eenmanszaak

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

De ondernemingsvorm VOF staat voor:
A
Vennootschap onder financiën
B
Vereniging onder firma
C
Vennootschap over firma
D
Vennootschap onder firma

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Welke ondernemingsvorm is privé aansprakelijk?
A
Naamloze vennootschap
B
Besloten vennootschap
C
Vennootschap onder firma

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen ondernemingsvorm?
A
Eenmanszaak
B
Tweemanszaak
C
Besloten vennootschap (BV)
D
Naamloze vennootschap (NV)

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Ondernemingsvorm met altijd één eigenaar.
A
BV
B
VOF
C
eenmanszaak
D
NV

Slide 25 - Quiz

BV en NV
Een zelfstandige ondernemer moet:
  • Zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK)
  • Een ondernemingsvorm kiezen

  • Eenmanszaak
  • VOF (venootschap onder firma)
  • NV (naamloze venootschap)
  • BV (Besloten venootschap)
timer
4:00

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Een zelfstandige ondernemer moet:
  • Zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel (KVK)
  • Een ondernemingsvorm kiezen

  • Eenmanszaak
  • Één eigenaar
  • Privé
  • VOF (venootschap onder firma)
  • Meerdere eigenaren
  • Privé
  • NV (naamloze venootschap)
  • aandeelhouder 
    naamloos
  • Zakelijk
  • BV (Besloten venootschap)
  • aandeelhouder op naam
  • Zakelijk

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

5.1 en 5.2 
Aan de slag!


Wat   Maak  Herhalingsopdrachten van 5.1 en 5.2 (blz. 148 in je boek of in online boek/methode) 
Hoe: alleen of met je buur   fluisterend overleg
Hulp: je boek 
Tijd: 20 minuten










timer
20:00

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Wat weet je nog van.....
  • in welke groepen je de productie kunt indelen
  • hoe in bedrijven het werk verdeeld wordt
  • wat een zelfstandige, een eenmanszaak en een zzp’er is
  • wat een vof is
  • wat het verschil is tussen een nv en bv

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

                   Huiswerk
Afmaken van de opgaven  2, 4, 6, 7, 10, 11, 12 op blz. 134. 
Noteer je  eventuele vragen.   

Slide 30 - Slide

This item has no instructions