This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
Hoofdstuk 3.3 Lezen
Je leert de begrippen van :
Tekstverbanden en signaalwoorden
mening /argument
betoog
subjectieve informatie
inleiding en slot
tussenkopjes
Slide 1 - Slide
Tekstverbanden en signaalwoorden
In teksten hebben zinnen en alinea's met elkaar te maken.
Ze houden verband met elkaar.
Aan een signaalwoord zie je met welk verband je te maken hebt. Die woorden helpen je een tekst beter te begrijpen.
Slide 2 - Slide
DOEL
- je kunt met behulp van signaalwoorden
opsommingen, tegenstellingen en voorbeelden
in een tekst herkennen en begrijpen
verbanden en signaalwoorden
Slide 3 - Slide
TEKSTVERBANDEN
Zorgen ervoor dat
woorden, zinnen en alinea's
met elkaar samenhangen.
Slide 4 - Slide
SIGNAALWOORDEN
Verbinden zinnen of alinea’s met elkaar.
Het zijn woorden die aangeven wat voor verband er tussen de verschillende alinea’s of zinnen bestaat.
Signaalwoorden helpen de lezer, geven structuur aan de tekst en zorgen voor samenhang tussen alinea’s. Welk signaalwoord er gebruikt wordt, ligt aan het soort tekstverband.
Slide 5 - Slide
Bekijk de advertentie
Slide 6 - Slide
Wat is het belangrijkste doel van deze advertentie?
A
adviseren
B
overtuigen
C
tot handelen aansporen
D
waarschuwen
Slide 7 - Quiz
Voor wie is deze advertentie vooral bedoeld?
Slide 8 - Open question
Wat wordt er onder in de advertentie opgesomd?
Slide 9 - Open question
Hoe kun je aan tickets komen?
Slide 10 - Open question
Tekstverbanden met aantal signaalwoorden 1/2
Tegenstelling: in tegenstelling tot, maar, echter, hoewel, daarentegen,..
Voorbeeld: denk aan, zo, zoals, bijvoorbeeld, neem nou, ..
Opsomming: ten eerste, ten tweede, ook , en, opsommingstekens, ...