making questions with do

1 / 33
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Plan for today
  • Lesdoel 
  •  herhaling question words
  • questions + to do
  • opdrachten maken

Slide 2 - Slide

Lesdoel
  • Aan het einde van de les kun je een vraag maken met het werkwoord to do. 

Slide 3 - Slide

Wat is de question word:
wat
A
What
B
when
C
which
D
how

Slide 4 - Quiz

Wat is de question word:
waar
A
When
B
why
C
how
D
where

Slide 5 - Quiz

Wat is de question word:
waarom
A
Why
B
how
C
when
D
did

Slide 6 - Quiz

Wat is de question word:
hoe
A
why
B
who
C
how
D
when

Slide 7 - Quiz

Wat is de question word:
wanneer
A
Why
B
while
C
when
D
how

Slide 8 - Quiz

Wat is de question word:
wie
A
when
B
how
C
what
D
who

Slide 9 - Quiz

Questions in the present simple
Als je geen vraag kunt maken met to be, can of een question word. Dan gebruik je het werkwoord to do.

Slide 10 - Slide

Om de vraag te maken zet je aan het begin van de zin : Do of does
Hoe kies je tussen do of does?

Slide 11 - Slide

I do                                         
you do
he does
she does
it does
we do
you do
they do
         Do          * I
                         * you
                         * we
                         * they
                         * het onderwerp is meervoud
 
  
Does       * he
                 * she
                 * it
                 * woorden die je in de plek                             kunt zetten van he /she /it

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Drag question

Slide 14 - Drag question

they always watch a lot of television
A
bij de vraag gebruik je : do
B
bij de vraag gebruik je : does

Slide 15 - Quiz

Mary often eats pizza for lunch
A
bij de vraag gebruik je : do
B
bij de vraag gebruik je : does

Slide 16 - Quiz

I go home after my classes
A
bij de vraag gebruik je : do
B
bij de vraag gebruik je : does

Slide 17 - Quiz

My parents fly to Spain this afternoon
A
bij de vraag gebruik je : do
B
bij de vraag gebruik je : does

Slide 18 - Quiz

Peter really likes cake and ice cream
A
bij de vraag gebruik je : do
B
bij de vraag gebruik je : does

Slide 19 - Quiz

Dus als je een vraag maakt van zinnen waar geen am/ are /is in staat 
Zet je do of does aan het begin van de zin
They eat an apple            Do they eat an apple? 
I sleep a lot         Do I sleep a lot?
We go to Spain          Do we go to Spain? 

Slide 20 - Slide

Zijn we nu klaar?
Nee als je een vraag maakt van zinnen waarin het werkwoord niet am is of are is moet je altijd 2 dingen doen

Slide 21 - Slide

1
zet do of does aan het begin van de zin om de vraag te maken
2
Het werkwoord in de zin zet je terug in de oorspronkelijke vorm : het wordt weer het hele werkwoord

Slide 22 - Slide

2
Mary eats an apple
Het werkwoord : eats moet terug in de                                                             oorspronkelijke vorm 
wordt weer : eat
( de s verdwijnt dus)

Slide 23 - Slide

they always watch a lot of television
A
Do they always watch
B
does they always watch
C
do they always watches
D
does they always watches

Slide 24 - Quiz

Mary often eats pizza for lunch
A
Do Mary often eat
B
does Mary often eat
C
Do Mary often eats
D
does Mary often eats

Slide 25 - Quiz

I go home after my classes
A
Do I often go home
B
do I often goes home
C
does I often go home
D
does I often goes home

Slide 26 - Quiz

My parents fly to Spain this afternoon
A
does my parents fly to Spain
B
does my parents flies to Spain
C
do my parents fly to Spain
D
do my parents flies to Spain

Slide 27 - Quiz

Peter really likes cake and ice cream
A
does Peter really likes
B
does Peter really like
C
do Peter really likes
D
do Peter really like

Slide 28 - Quiz

maak een goede zin :
Does he is late for class?

Slide 29 - Open question

maak een goede zin :
Has he a wooden leg?

Slide 30 - Open question

Maak een goede zin:
He writes a letter?

Slide 31 - Open question

Opdrachten maken
  • Wat? Maak opdrachten 21, 22, 23 
  • Hoe? alleen en in je werkboek 
  • Hulp? BBBB-methode
  • Uitkomst? Je kunt zinnen maken met To do
  • Klaar? werk verder in je werkboek

Slide 32 - Slide

Maak nu zelf een vraagzin met het werkwoord To do

Slide 33 - Open question