4.8

Nederlands
Start je laptop op en open LessonUp.
Leg je boek en leesboek op de hoek van je tafel.
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1,2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Nederlands
Start je laptop op en open LessonUp.
Leg je boek en leesboek op de hoek van je tafel.

Slide 1 - Slide

2.8 Spelling 
Leerdoelen:
  • Ik kan de verleden tijd van zwakke werkwoorden spellen.
  • Ik kan het trema bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden eindigend op –ie en –ee correct gebruiken.

Slide 2 - Slide

Persoonsvorm in de verleden tijd
EV
mv
ik -vorm + te / de
ik -vorm + ten / den

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

lachen - lach              
                                 de H staat in 't ex-kofschip

lach+ te - hij lachte/ wij lachten
                            
Staat de laatste letter van de stam in
't ex-kofschip dan moet je -te of -ten gebruiken

Slide 5 - Slide

Let op !

Het is nu belangrijk om eerst naar de stam  te kijken


  1. hele werkwoord verhuizen -en  = stam verhuizen
  2. laatste letter van de stam in 't ex-kofschip?: nee
  3. dus de(n)
  4. ik-vorm van werkwoord + uitgang : verhuiSde(n)

Slide 6 - Slide

Mijn broer (kleden) ..... zich aan.
A
kleed
B
kleedt
C
kleette
D
kleedde

Slide 7 - Quiz

Hij (fietsen) ...... naar huis.
A
fietstte
B
fietsde
C
fietste
D
fietsten

Slide 8 - Quiz

Toen hij het winnende doelpunt maakte, ........ het publiek
A
juigde
B
juichde
C
juigte
D
juichte

Slide 9 - Quiz

Toen de afspraak uitliep, ...... Flip de laatste trein
A
miste
B
mistte
C
misde
D
misdte

Slide 10 - Quiz

Hij (antwoorden) ..... snel.
A
antwoorde
B
antwoordde
C
antwoordte
D
antwoortte

Slide 11 - Quiz

Maken

Opdracht 3, 4,5,6

Klaar? Test je zelf paragraaf 4.3, 4.5 en 4.7
Oefenen woorden blooket

Slide 12 - Slide

Nederlands
Start je laptop op en open LessonUp.
Leg je boek en leesboek op de hoek van je tafel.

Slide 13 - Slide

0

Slide 14 - Video

0

Slide 15 - Video

Wat is het meervoud van epidemie?
A
epidemieën
B
epidemiën

Slide 16 - Quiz

Welk woord is onjuist geschreven?
A
financiën
B
kolonieën
C
industrieën
D
evangeliën

Slide 17 - Quiz

Welk woord is juist geschreven?
A
bacterieën
B
bacteriën

Slide 18 - Quiz

Wat is het meervoud van zee?
A
zeeën
B
zeën
C
zee-en
D
zee'n

Slide 19 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
genie
A
ge
B
nie

Slide 20 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
genie

Slide 21 - Open question

Waar ligt de klemtoon?
melodie
A
me
B
lo
C
die

Slide 22 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
melodie

Slide 23 - Open question

Waar ligt de klemtoon?
ceremonie
A
ce
B
re
C
mo
D
nie

Slide 24 - Quiz

Hoe schrijf je het meervoud van
ceremonie

Slide 25 - Open question

Woorden die op een -ie eindigen zijn een beetje lastig als ze in het meervoud op (ë)n eindigen. De volgende regel is lastig te onthouden:

Als de klemtoon wel op de laatste lettergreep valt, komt er wel een extra 'e' bij (dus woord+ën).
Als de klemtoon niet op de laatste lettergreep valt, komt er niet een extra 'e' bij (dus woord+n). Het trema valt altijd op de laatste -ë.








Slide 26 - Slide

Als de klemtoon wel op de laatste lettergreep valt, krijg je wel -en aan het woord vast. Deze vorm komt vaker voor.
  • de industrie - de industrieën
  • de knie - de knieën
  • de allergie - de allergieën
  • de calorie - de calorieën
  • de kopie - de kopieën
  • de utopie - de utopieën
  • de genie - de genieën

Slide 27 - Slide

Als de klemtoon niet op de laatste lettergreep valt, krijg je geen extra -e. Deze vorm komt minder vaak voor.
  • de porie - de poriën
  • de bacterie - de bacteriën
  • de kolonie - de koloniën
  • de olie - de oliën

Onthoud het volgende: de meeste woorden op -ie eindigen in het meervoud op -ieën
Leer de bekendste woorden die in het meervoud op -iën eindigen uit je hoofd.

Slide 28 - Slide

Maken
Opdracht 1 (meervoud woorden)
Opdracht 9, 10, 11, 12, 14

Klaar? test je zelf 4.3, 4.5, 4.7 en 4.8

Slide 29 - Slide