3. Voeding herkennen 13 14 21 27 maart

Welkom vandaag 27 maart

Planning vandaag
  • Planning
  • Huiswerk
  • Nieuwe stof PUI
  • Voorbereiden voor praktijktoets
  • Aan de slag met het meetrapport
Neem plaats  
Nodig pen en papier 


Inhaalmoment brander:
wo 7 mei brander
do 8 mei poeder experiment

1 / 40
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3,4

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom vandaag 27 maart

Planning vandaag
  • Planning
  • Huiswerk
  • Nieuwe stof PUI
  • Voorbereiden voor praktijktoets
  • Aan de slag met het meetrapport
Neem plaats  
Nodig pen en papier 


Inhaalmoment brander:
wo 7 mei brander
do 8 mei poeder experiment

Slide 1 - Slide

Lesdoelen aan het eind van de les weet je

  • dat spanning U gemeten wordt in Volt (V)
  •  dat stroomsterkte I gemeten wordt in Ampére (A)
  • het vermogen (P) uitgedrukt wordt in Watt (W)
  •  de formule  P=U*I met de eenheden en grootheden

Slide 2 - Slide

Vermogen
Een apparaat met een klein vermogen gebruikt per seconde weinig
energie. 

Maar een apparaat met een GROOT vermogen  gebruikt per seconde veel
energie. 


Slide 3 - Slide

Vermogen
Hoeveel elektrische energie een apparaat per seconde verbruikt, noem je het vermogen

Afkorting: P

De eenheid van vermogen is:
Watt (W) 



Slide 4 - Slide

P=U*I
Het vermogen (P) hangt af van: De spanning (U)
  • Hoe meer volt (V), des te groter het vermogen in Watt (W)

Het vermogen (P) hangt ook af van: De stroomsterkte (I)
  • Hoe meer Ampere (A), des te groter het vermogen in Watt (W)
De formule is dan dus: 
P=UI

Slide 5 - Slide

Rekenen met vermogen

Slide 6 - Slide

Rekenen
Rekenen met het vermogen:


Beter:
Uit je hoofd leren

Slide 7 - Slide

P = U x I
P = vermogen             in watt (W)
U = spanning              in volt (V)
I = stroomsterkte      in ampère (A)

Opgave:
Op een lader van een telefoon
staat 5 V en 2 A. 
Hoe groot is het het vermogen van dit lampje?




Slide 8 - Slide

antwoord
Gegevens    U = 5V
                         I   = 2A
Gevraagd     Wat is het vermogen in W?
Formule        P  =   U  x I 
Uitwerking   P  =   5  x 2 =10
 Antwoord    Het vermogen is 10 W

Slide 9 - Slide

Stof x is
A
krijt
B
suiker
C
zout
D
zetmeel

Slide 10 - Quiz

Welke indicator(en) kan
ik gebruiken om stof Z
te identificeren?
A
rode kool sap
B
zilvernitraat
C
joodoplossing

Slide 11 - Quiz

Stof X=

Slide 12 - Slide

Met welke indicator kan ik bepalen wat Z is

Slide 13 - Slide

Aan de slag 

Slide 14 - Slide

Indeling groepjes voor meetbrief
Daan en Sven en Tom
Julian Martijn
Ismail Marten
Samih Ahmad
Pieter Jos
Zemichael Jort

Fleur Elin
Jenna Sophie
Lina Sanne
Norah Silvie
Sammie Frédérique Fenna 



Zie ItsLearning

Slide 15 - Slide

Meetbrief
Zie ItsLearning

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Aan de slag 

Slide 18 - Slide

Aan de slag 

Slide 19 - Slide

stofeigenschap
geen stofeigenschap
volume
massa
dichtheid
smeltpunt
poeder
elastisch
goed oplosbaar in water
temperatuur
fase bij kamertemperatuur
kleur
geur

Slide 20 - Drag question

Zijn onderstaande eigenschappen wel of geen stofeigenschap?
Stofeigenschap
Geen stofeigenschap
Smaak
Geur
Vloeibaar
Brandstof
Oplosbaarheid
Plastic

Slide 21 - Drag question

Wat is een indicator

Slide 22 - Open question

Welke stof kan worden aangetoond met een joodoplossing?

Slide 23 - Open question

Welke indicator wordt gebruikt voor het aantonen van de zuurgraad

Slide 24 - Open question

Komt er bij een exotherme reactie warmte vrij?
A
Ja
B
Nee
C
Soms

Slide 25 - Quiz

Slokdarm
Lever
Dikke darm
Maag
Alvleesklier
Dunne darm
Anus
Appendix

Slide 26 - Drag question

Route
• Mondholte 
• Slokdarm 
• Maag 
• 12-vingerige darm 
• Dunne darm 
• Dikke darm
• Endeldarm

Slide 27 - Slide

Opdrachten voeding
  1.  Hou een eetdagboek bij gedurende 1 dag.
  2. Maak een een meetbrief over een eetdagboek.
  3. Schrijf een voedingsadvies voor jezelf.

Opdrachten in duo's.
                                                                   Inleveren uiterlijk 3 april < 18.00

Slide 28 - Slide

Verteren van eten








  


  • Mondholte
    zetmeel 
     
  • Maag zuur: 
    dood bacteriën 
    vertering eiwitten
     
  • 12 vingerige darm verdere vertering 
     met gal

  • dunne darm
    kleine moleculen in bloed 
gal gemaakt door de lever wordt opgeslagen in de galblaas
  • Lever maakt gal
    Opgeslagen in galblaas


  • Gal geen verteringssap maar hulpstof






Slide 29 - Slide

Bouwstoffen worden gebruikt om...

Slide 30 - Open question

Suiker en zetmeel zijn een voorbeeld van
A
Voedingsstoffen
B
Voedingsmiddelen

Slide 31 - Quiz

Waar of niet waar?
Gal wordt gemaakt in de galblaas
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quiz

Een overschot aan reservestoffen zorgt ervoor dat je...
A
Dikker wordt
B
Dunner wordt

Slide 33 - Quiz

Druiven zijn een voorbeeld van...
A
Voedingsstoffen
B
Voedingsmiddelen

Slide 34 - Quiz

Welke van de volgende voedingsstoffen zijn een voorbeeld van beschermende stoffen?
A
Mineralen
B
Koolhydraten
C
Vitaminen
D
Eiwitten

Slide 35 - Quiz

Welke van de volgende voedingsstoffen zijn een voorbeeld van bouwstoffen?
A
Mineralen
B
Water
C
Vitaminen
D
Eiwitten

Slide 36 - Quiz

Welke voedingsstof zorgt ook voor het vervoer van andere stoffen door het lichaam?
A
Eiwitten
B
Koolhydraten
C
Vitaminen
D
Water

Slide 37 - Quiz

Indicatoren.
Met de rode kool sap kun je de zuurgraad bepalen
A
Waar
B
niet waar

Slide 38 - Quiz

Krijtpoeder in water is een voorbeeld van een suspensie
A
Waar
B
niet waar

Slide 39 - Quiz

Wanneer een joodoplossing aan zetmeel wordt toegevoegd wordt de oplossing rood
A
Waar
B
niet waar

Slide 40 - Quiz