Burgerschap #keuzeles filosofie en ontwikkelingsstoornissen

#Keuzeles Filosofie & ontwikkelingsstoornissen 
S238B Burgerschap - OA 
28 maart 2025 

1 / 25
next
Slide 1: Slide
OnderwijsassistentMBOStudiejaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quiz, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

#Keuzeles Filosofie & ontwikkelingsstoornissen 
S238B Burgerschap - OA 
28 maart 2025 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma 
  1. Start- welkom/AWR 
  2. Planning 
  3. Lesdoelen/voorkennis-check 

  4. Expertsessie 1# Filosofie 
    - Theorie/ opdracht/ doelencheck 

  5. Expertsessie 2#Ontwikkelingsstoornissen 
    - Theorie/ opdracht/ doelencheck 
  6. Vragenronde 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Planning 
Verdeling groep:
Kies een expertsessie uit. 
Volg je de expertsessie? voorin de klas. 

Expertsessie 1 Filosofie 
Les en daarna verwerkingsopdracht

Expertsessie 2 Ontw. stoornissen 
Start voorkennisopdracht en daarna
de les 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen - Aan het einde van de les...
Expertsessie 1# Filosofie: 
  • kun je uitleggen aan een ander wat het begrip filosofie betekent 
  • kun je de deelonderwerpen in de filosofie benoemen 
  • heb je je verdiept in twee filosofen en kun je van deze filosofen de denkwijzen en ideeën benoemen en uitleggen wat jij in je dagelijkse beroepspraktijk hiervan zou kunnen toepassen 

Expertsessie 2# ASS: 

  • Kun je kenmerken en kwaliteiten opnoemen van de ontwikkelingsstoornis ASS 
  • Kun je uitleggen waar je rekening mee kunt houden als onderwijsassistent bij de begeleiding van leerlingen met ASS
  • Kun je de '''geef me de vijf'' methode uitleggen 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Expertsessie 1# Filosofie

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis:
Wat is filosofie?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Filosofie 
Griekse woorden: Philo = liefde en Sophia= Wijsheid
- Liefde voor de wijsheid. 
....zoeken naar wijsheid en het kritisch nadenken over fundamentele vragen over het leven, kennis, waarheid, moraal en de werkelijkheid. (zonder vooroordelen/ met logica en argumenten) 

Grote vragen als: 
  • Wat is waarheid? (Epistemologie)
  • Wat is goed en slecht? (Ethiek)
  • Bestaat vrije wil? (Metafysica)
  • Wat is een rechtvaardige samenleving? (Politieke filosofie)


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

De vier deelonderwerpen 
- Filosofische antropologie- Wat is de mens?_ Heeft de mens een ziel? 
- Epistemologie- Wat kan ik weten? _bestaat de objectieve waarheid? 
- Metafysica- Wat mag ik hopen? _ bestaat vrije wil? bestaat de werkelijkheid etc? 
- Ethiek- Wat moet ik doen? _wat is rechtvaardigheid? Wat is goed en fout? 

Slide 9 - Slide

Dopamine shot 
Uitwisselen met elkaar- Stellingen 
Eens - oneens... 

Licht toe- beargumenteer! 

Slide 10 - Slide

"Mensen zijn van nature goed."

"Vrije wil bestaat niet."

"Liegen is altijd verkeerd."
Socrates  (ca. 470-399 v.Chr.)
“Het enige wat ik weet, is dat ik niets weet.” 


  • Vond dat ware wijsheid begint met het besef dat je niets weet.
  • Werd ter dood veroordeeld omdat hij de jeugd ‘bedierf’ met zijn kritische vragen over tradities en de Atheense samenleving.

  • Socratische gespreksvoering- methode wordt vandaag nog veel toegepast! 
Kern hiervan: onderzoeken wat we denken en waarom. Vragen stellen en het uitstellen van je oordeel. Dus goed luisteren!! 


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Oefenen- Socratisch dialoog 
Tijd: 5 min per student                                       Doel:  leren kritisch nadenken en argumenteren.   
Stap 1: Kies een stelling als duo. 
"Liegen is altijd verkeerd."
"Social media maakt mensen ongelukkig."
"Dieren zouden dezelfde rechten moeten hebben als mensen." 
Je mag ook een eigen stelling bedenken. 

Stap 2: De Socratische Vraagmethode
De andere student stelt alleen maar vragen om het standpunt uit te dagen. Bijvoorbeeld:
"Waarom denk je dat?" "Kan je een situatie bedenken waarin het niet waar is?"  Wat als het niet waar blijkt te zijn? ''Waarop baseer je dit?'' 
timer
5:00

Slide 12 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?
Nabespreken - Socratisch dialoog 
Beantwoord eerst even individueel, voor jezelf in stilte, de onderstaande vragen: 

1. Heb je naar aanleiding van de vragen die de ander stelde je mening aangepast? 
2. Wat vond je lastig aan het stellen van vragen? 
3. Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken? 
4. Wat heeft deze oefening je opgeleverd? 



Slide 13 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?
Tussentijdse lesdoelen check expertsessie 1#
Expertsessie 1# Filosofie:
  • kun je uitleggen aan een ander wat het begrip filosofie betekent
  • kun je de deelonderwerpen in de filosofie benoemen
  • heb je je verdiept in twee filosofen en kun je van deze filosofen de denkwijzen en ideeën benoemen en uitleggen wat jij in je dagelijkse beroepspraktijk hiervan zou kunnen toepassen

Slide 14 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?
Zelfstandig aan de slag 
Opdracht 1: Kennismaking met Filosofie
Bekijk de informatie op het leerplein en gebruik ook internet. Het doel van deze opdracht is om je kennis te laten maken met de basisconcepten en denkwijzen van de filosofie.
Schrijf een korte inleiding over wat filosofie is en waarom het belangrijk is om te bestuderen. Benoem drie voorbeelden van filosofische vragen, zoals “Wat is de betekenis van het leven?” of “Wat is rechtvaardigheid?”. Onderbouw per vraag wat jij hierop zal antwoorden.


Opdracht 2: bekende filosofen
Kies 2 filosofen uit waar jij over gaat schrijven. Onderzoek hun leven, belangrijkste ideeën en bijdragen aan de filosofie. Beschrijf ook hoe hun denkwijzen kunnen worden toegepast in het dagelijks leven. Je mag dit ook doen aan de hand van een mindmap! 






Slide 15 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?
Expertsessie 2# ASS

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Bespreken van de voorkennis-opdracht
1. Wat wordt er bedoeld met een ontwikkelingsstoornis? 
2. Welke ontwikkelingsstoornissen zie je terug op jouw stage? 
3.  Benoem de kenmerken die horen bij  Autisme spectrum stoornis. En geef bij deze kenmerken ook kort een voorbeeld. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Kenmerken 
  • Informatieverwerking verloopt anders- Neurodivergent brein. 
    Bij ASS komt alle informatie via de zintuigen binnen maar dit wordt niet automatisch gefilterd. Wat leidt tot overprikkeling van de zintuigen. 

    Autisme is bij iedereen anders maar drie hoofdkenmerken die je terugziet bij alle vormen
  • Problemen in de sociale interactie (contactstoornis)
  • Problemen in de communicatie
  • Ander (afwijkend) gedrag en beperkte interesses/belangstelling

Vraag aan de klas hoe ontstaat Autisme? Oorzaak? 

Slide 19 - Slide

 Problemen in de sociale interactie (contactstoornis)
Moeite met sociaal of persoonlijk contact. Bijvoorbeeld moeilijk vriendschappen kunnen sluiten en onderhouden. De manier van contact maken met anderen is opvallend anders.
Moeite om te begrijpen wat een ander van jou verwacht.
Het niet goed kunnen aanvoelen van andere mensen.
Weinig aandacht voor de ander. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in praten tegen iemand, in plaats van met iemand. Is de ander wel geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb? is een vraag die iemand met autisme zich niet zal stellen.
Geen oogcontact maken, dus langs iemand heen kijken.
Niet goed in staat zijn om met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen.
Andere eigenschappen van autisme staan hieronder genoemd.
2. Problemen in de communicatie
Vertraagde taalontwikkeling. Bijvoorbeeld niet praten tot het derde levensjaar.
Het taalbegrip schiet tekort. Zo wordt taal altijd letterlijk genomen, een sarcastische opmerking wordt niet herkend. Dubbele betekenissen of (woord)grapjes worden niet begrepen.
Eigenaardigheden in taalgebruik. Bijvoorbeeld te luid praten, eentonig praten, letterlijk herhalen van woorden (echolalie), zelf woorden maken (neologismen).
Grote moeite hebben in het gaande houden van gesprekken.
3. Ander (afwijkend) gedrag en beperkte interesses/belangstelling
Vasthouden aan eigen gewoonten en routines. Afwijken daarvan zorgt voor gedragsproblemen, zoals een paniekaanval of een woede uitbarsting.
Overgevoeligheid of juist helemaal niet gevoelig voor pijn, warmte en kou en geluiden.
Afwijkende motoriek. Houterig bewegen, veel met de handen zwaaien (praten met de handen).
Overmatige gerichtheid op een onderwerp en weinig tot geen belangstelling hebben voor andere onderwerpen.
De kenmerken van autisme zijn breed en divers. Omdat deze kenmerken van autisme in verschillende gradaties aanwezig kunnen zijn en ook op verschillende manieren 'tot uiting' kunnen komen maakt dat deze stoornis lastig te omschrijven is.

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Opdracht in duo's 
Je hebt nu wat filmpjes en theorie gehad. 
Beantwoord nu de volgende vragen met z'n tweeën. Schrijf de antwoorden in steekwoorden op. 
Na 5 min bespreken we dit met elkaar. 

1. Waar let je op als onderwijsassistent bij het begeleiden van kinderen met ASS?
2. Wat zou kunnen helpen bij overprikkeling? Hoe ga je hier mee om als onderwijsassistent? 
3. Wat zouden kwaliteiten kunnen zijn die horen bij ASS? 


Slide 21 - Slide

 Problemen in de sociale interactie (contactstoornis)
Moeite met sociaal of persoonlijk contact. Bijvoorbeeld moeilijk vriendschappen kunnen sluiten en onderhouden. De manier van contact maken met anderen is opvallend anders.
Moeite om te begrijpen wat een ander van jou verwacht.
Het niet goed kunnen aanvoelen van andere mensen.
Weinig aandacht voor de ander. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in praten tegen iemand, in plaats van met iemand. Is de ander wel geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb? is een vraag die iemand met autisme zich niet zal stellen.
Geen oogcontact maken, dus langs iemand heen kijken.
Niet goed in staat zijn om met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen.
Andere eigenschappen van autisme staan hieronder genoemd.
2. Problemen in de communicatie
Vertraagde taalontwikkeling. Bijvoorbeeld niet praten tot het derde levensjaar.
Het taalbegrip schiet tekort. Zo wordt taal altijd letterlijk genomen, een sarcastische opmerking wordt niet herkend. Dubbele betekenissen of (woord)grapjes worden niet begrepen.
Eigenaardigheden in taalgebruik. Bijvoorbeeld te luid praten, eentonig praten, letterlijk herhalen van woorden (echolalie), zelf woorden maken (neologismen).
Grote moeite hebben in het gaande houden van gesprekken.
3. Ander (afwijkend) gedrag en beperkte interesses/belangstelling
Vasthouden aan eigen gewoonten en routines. Afwijken daarvan zorgt voor gedragsproblemen, zoals een paniekaanval of een woede uitbarsting.
Overgevoeligheid of juist helemaal niet gevoelig voor pijn, warmte en kou en geluiden.
Afwijkende motoriek. Houterig bewegen, veel met de handen zwaaien (praten met de handen).
Overmatige gerichtheid op een onderwerp en weinig tot geen belangstelling hebben voor andere onderwerpen.
De kenmerken van autisme zijn breed en divers. Omdat deze kenmerken van autisme in verschillende gradaties aanwezig kunnen zijn en ook op verschillende manieren 'tot uiting' kunnen komen maakt dat deze stoornis lastig te omschrijven is.
Geef me de vijf methode
Wat gaat er gebeuren 
Waar gaat het gebeuren
Wanneer gaat het gebeuren
Wie doen er mee
Hoe gaan we het doen

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen check expertsessie 2#
Expertsessie 2# ASS:
  • Kun je kenmerken en kwaliteiten opnoemen van de ontwikkelingsstoornis ASS
  • Kun je uitleggen waar je rekening mee kunt houden als onderwijsassistent bij de begeleiding van leerlingen met ASS
  • Kun je de '''geef me de vijf'' methode uitleggen 

Slide 23 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?
Evalueren- TIP+ TOP 

Slide 24 - Slide

Stap 4: Reflectie
Heeft iemand zijn/haar mening aangepast?

Wat was moeilijk aan het vragen stellen?

Wat heeft deze oefening laten zien over kritisch denken?

Slide 25 - Slide

This item has no instructions