Grote Geschiedenis Quiz 2020 klas 3

1 / 48
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Ronde 1
Eerste Wereldoorlog

Slide 2 - Slide

De Eerste Wereldoorlog
Sleep de pictogrammen naar de juiste plek zodat je het verloop van de Eerste Wereldoorlog duidelijk maakt.
...
...
...
...
...
...

Slide 3 - Drag question

Welke moord was de
aanleiding voor het uitbreken
van de Eerste Wereldoorlog?
A
De moord op de Duitse keizer, Wilhelm II
B
De moord op de Russische tsaar, Nicolaas II
C
De moord de keizer van Oostenrijk-Hongarije, Franz Jozef
D
De moord op de troonopvolger van het Oostenrijks-Hongaarse rijk Franz Ferdinand

Slide 4 - Quiz

In 1914 kwamen veel
Europese landen met elkaar in oorlog. Wat is daarvan geen oorzaak
A
nationalisme
B
opkomst van Hitler
C
militarisme
D
bondgenootschappen

Slide 5 - Quiz

Ken jij de bondgenootschappen?
timer
0:25
Duitsland
Engeland
Amerika
Geallieerden
Oostenrijk-Hongarije
Rusland
Frankrijk
Centralen
Asmogendheden

Slide 6 - Drag question

Wat was het doel van het Von Schlieffenplan?
A
Frankrijk zo snel mogelijk uitschakelen via Elzas-Lotharingen.
B
Polen aanvallen en deze later verdelen met Rusland.
C
Voorkomen van tweefrontenoorlog.

Slide 7 - Quiz

Vladimir Iljitsj Oeljanov, vluchtte naar
Zwitserland om de Russische geheime dienst te
ontvluchten. Hij zou na terugkeer in Rusland de
leider zijn van de Russische Revolutie.
Onder welke naam kennen wij hem?
A
Lenin
B
Stalin
C
Trotski
D
Chroetsjov

Slide 8 - Quiz

Kies de juist volgorde
A
Lenin, Stalin, Nicolaas II
B
Nicolaas II, Lenin, Stalin
C
Stalin, Lenin, Nicolaas II
D
Nicolaas II, Stalin, Lenin

Slide 9 - Quiz

Welk gevolg had de Russische Revolutie op de deelname van Rusland aan WOI?
A
Rusland's positie in de oorlog verbeterde
B
Uiteindelijk sloot Rusland een aparte vrede met Duitsland
C
Amerika ging nu ook meedoen
D
Lenin kwam aan de macht

Slide 10 - Quiz

DE KRANT VAN 1917
Bijna elke dag komt de krant uit. Zo ook in 1917. Welke gebeurtenissen vonden er ongeveer gelijk plaats en stonden in dezelfde krant?
Let op: er blijven twee gebeurtenissen over.
LENIN TERUG IN RUSLAND
RUSLAND LAAT BONDGENOTEN IN DE STEEK
DUITSLAND HEEFT EEN NIEUWE VIJAND
EEN NIEUWE GRONDWET!
Russische Revolutie
Vrede van Brest-Litovsk
VS verklaren de oorlog
Vrouwen-kiesrecht
Algemeen Kiesrecht
Operatie Barbarossa

Slide 11 - Drag question


De Eerste Wereldoorlog duurde van...
A
1914 - 1917
B
1914 - 1918
C
1939 - 1945
D
1940 - 1945

Slide 12 - Quiz

Ronde 2
Interbellum

Slide 13 - Slide

Hoe heet Duitsland tijdens het interbellum?
A
het Duitse keizerrijk
B
de bondsrepubliek (B.R.D)
C
het derde rijk
D
de republiek van Weimar

Slide 14 - Quiz

Hieronder staan vijf gebeurtenissen die te maken hebben met Duitsland in het interbellum. Sleep deze gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger maar later.
1
2
3
4
5
De Republiek van Weimar wordt uitgeroepen
Duitsland krijgt economische steun in de vorm van het Dawesplan
Duitsland valt Polen binnen
Kristallnacht
Hitler schaft de parlementaire democratie af

Slide 15 - Drag question

Wanneer was het Interbellum?
A
1914 - 1940
B
1914 - 1945
C
1918 - 1939
D
1919 - 1940

Slide 16 - Quiz

Werd de naam 'interbellum' vóór of na de Tweede wereldoorlog verzonnen?
A
Voor
B
Na

Slide 17 - Quiz

Nederland was in het interbellum een verzuilde samenleving.
Welke vier zuilen waren er:
A
Katholieken, protestanten, liberalen en communisten.
B
Katholieken, protestanten, socialisten en liberalen.
C
Protestanten, Katholieken, neutralen en joden.
D
Katholieken en protestanten.

Slide 18 - Quiz

Waarom gingen Nederlanders 'stempelen' in het interbellum?
A
Ze moesten stempelen zodat ze een ''inkomen'' kregen.
B
Ze gingen stempelen zodat ze geregistreerd werden als werkeloos.
C
Ze gingen stempelen zodat ze niet gingen zwartwerken.
D
Ze gingen stempelen zodat ze niet de illegaliteit in gingen.

Slide 19 - Quiz

Tijdens het Interbellum brak over de hele wereld een grote economische crisis uit. Duitsland werd extra hard getroffen.
Waarom werd Duitsland extra hard getroffen?
A
Omdat Duitsland jarenlang te veel geld had uitgegeven aan bewapening.
B
Omdat Duitsland jarenlang te veel snelwegen had aangelegd.
C
Omdat Duitsland ook nog leningen en herstelbetalingen moest betalen.
D
Omdat Duitsland weigerde een aanpassingspolitiek te voeren.

Slide 20 - Quiz

Ronde 3
Tweede Wereldoorlog

Slide 21 - Slide

Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog

Slide 22 - Drag question

De opkomst van Hitler
Sleep de pictogrammen naar de juiste plek zodat je de opkomst van Hitler duidelijk maakt.
timer
1:00
...
...
...
...
...
...

Slide 23 - Drag question

Hoe wordt de Duitse tactiek aan het begin van de Tweede Wereldoorlog genoemd?
A
Von Schlieffenplan
B
Operatie Barbarossa
C
Blitzkrieg
D
Loopgravenoorlog

Slide 24 - Quiz

De aanleiding van de Tweede Wereldoorlog in Europa was de:
A
Anschluss
B
bezetting Sudetenland
C
aanval op Tsjechië
D
aanval op Polen

Slide 25 - Quiz

Begrippen
anti-semitisme
Appeasement politiek
Heims in Reich
Anschluss
Blitzkrieg
niet-aanvalsverdrag (molotov-ribbentrop pact)

Slide 26 - Drag question

Wat maakt de Sovjet-Unie tot een bondgenoot in de Tweede Wereldoorlog?
A
Operatie Barbarossa
B
De Russische Revolutie
C
De aanval op Pearl Harbor
D
Het niet-aanvalsverdrag van 1939

Slide 27 - Quiz

Winston Churchill
Adolf Hitler
Franklin Roosevelt
Jozef Stalin
Benito Mussolini
Werd in mei 1940 minister-president.
Werd ook wel Il Duce genoemd.
Was de opvolger van Lenin
Werd ook wel Führer genoemd
Is de langstzittende president.

Slide 28 - Drag question

Wat betekent het woord 'Holocaust'?
A
Jodenvervolging
B
Brandoffer
C
Antisemitisme
D
Vernietiging

Slide 29 - Quiz

Welk land veroverde Nederlands-Indië tijdens WOII?
A
Japan
B
China
C
Noord-Korea
D
Italië

Slide 30 - Quiz

Gebeurtenissen
D-day
Slag om Stalingrad
Inval Polen
Battle of Britain
Hiroshima en Nagasaki
Operatie Barbarossa

Slide 31 - Drag question

Wat is het keerpunt in WOII voor Hitler, waarna hij de oorlog gaat verliezen?
A
Slag bij Barbarossa
B
Slag om Engeland
C
Slag bij Stalingrad
D
Pearl Harbor

Slide 32 - Quiz

Sleep de namen van de leiders en de vlaggen van landen waar ze vandaan komen naar de juiste persoon in de foto.
Churchill
Stalin
Roosevelt

Slide 33 - Drag question

De Tweede Wereldoorlog duurde van:
A
1940 - 1945
B
1939 - 1944
C
1914 - 1918
D
1939 - 1945

Slide 34 - Quiz

De Tweede Wereldoorlog eindigde in Nederland op:
A
10 mei 1944
B
10 mei 1945
C
5 mei 1945
D
4 mei 1945

Slide 35 - Quiz

Door welke gebeurtenis eindigde WOII?
A
Bom op Nagasaki
B
De val van Berlijn
C
Bom op Hiroshima
D
Operatie Market - Garden

Slide 36 - Quiz

Ronde 4
Wereld na 1945

Slide 37 - Slide

Duitsland werd na WOII opgedeeld in ....
A
2 zones
B
3 zones
C
4 zones
D
5 zones

Slide 38 - Quiz

Waarom had de dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog veel succes?
A
De Europese grootmachten waren verzwakt.
B
Inheemse jongens kregen onderwijs in het interbellum.
C
De VS en de Sovjet-Unie waren voorstanders van dekolonisatie.
D
De Japanners gaven veel koloniën onafhankelijkheid.

Slide 39 - Quiz

Waarom wilde NL de kolonie na WOII weer terug?
A
NL wilde haar macht uitbreiden
B
NL wilde Indonesië opbouwen na de oorlog
C
NL wilde weer inkomsten uit de kolonie halen
D
NL wilde de bevolking steunen

Slide 40 - Quiz

Welk land hoorde tijdens de Koude Oorlog niet bij de NAVO
NAVO = militair bondgenootschap
A
Groot-Brittannië
B
BRD
C
DDR
D
Nederland

Slide 41 - Quiz

Naar wat verwijst deze cartoon?
A
vreedzame coëxistentie
B
Koude Oorlog
C
Conferentie van Potsdam
D
Einde Koude Oorlog

Slide 42 - Quiz

Welke kenmerken horen bij het Westen en welke bij het Oostblok tijdens de Koude Oorlog? 
Let op! Elk kenmerk mag maar één keer gebruikt worden.
Westblok
Oostblok
De meeste bedrijven zijn staatseigendom. 
Iedereen is vrij om een politieke partij op te richten. 
De overheid bepaalt de economie
In de meeste landen is sprake van vrijheid van meningsuiting. 
Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis

Slide 43 - Drag question

Combineer situatie met het juiste land
Crisis over de plaatsing van raketten vond plaats rondom dit eiland.
Tijdens de Koude Oorlog werd in dit land een muur gebouwd.
Perestrojka en glasnost betekende het einde van dit land.
Tussen 1948 en 1980 was Juliana koningin van dit land
Koningin Wilhelmina moest vluchtten naar dit land.
In dit land lagen veel vernietingingskampen, zoals Auschwitz.
Dit land was bondgenoot van de Geallieerden in de Eerst Wereldoorlog en vijand in de Tweede Wereldoorlog.
Dit land werd op 9 september 2001 aangevallen door terroristen.

Slide 44 - Drag question

Wat wordt hier afgebeeld?
A
Het einde van de Koude oorlog
B
De vermindering van kernwapens
C
Het uiteenvallen van de Sovjet Unie
D
De eenwording van Duitsland

Slide 45 - Quiz


Hoe werden de economische hervormingen in de Sovjet-Unie in de tweede helft van de jaren '80 van de 20e eeuw genoemd?
A
Glasnost
B
Gorbatsjov
C
Perestrojka
D
Collectivisatie

Slide 46 - Quiz

De val van de Berlijnse Muur was in ...
A
1987
B
1988
C
1989
D
1990

Slide 47 - Quiz

Westen
Oosten

Slide 48 - Drag question