Examenstart Mavo 3 2025

Oefenen
1 / 32
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Oefenen

Slide 1 - Slide

Planning vandaag
* Inzicht geven in de eindexamenteksten van het CITO.
CITO (Centraal Instituut voor Toets Ontwikkeling)

1. Hoe ziet je examen eruit?
2. Wat voor soort teksten zijn er?
3. Wat is de tactiek van het cito?
4. Wat heb je nodig om de teksten goed te kunnen lezen?
5. Wat heb je nodig om de vragen goed te kunnen maken/begrijpen?
6. Het belang van de signaalwoorden, woordenschat (vocabulaire en zinnen) en lezen.

Slide 2 - Slide

Examen
Hoe ziet het examen eruit?

Slide 3 - Slide

Examen 

Slide 4 - Slide

Examen

1. Tekstboekje
2. Vragenboekje
3. Uitwerkbijlage

Slide 5 - Slide

Examen
Tekstboekje:

* 14 vragen.
*  Je hebt 2 uur de tijd.
* Steeds terugkerende thema's.
* Woordenboek erbij mag.

Slide 6 - Slide

De teksten
Wat voor soort teksten zijn er?

Slide 7 - Slide

Wat voor soort teksten?
* Teksten waarbij wordt gevraagd naar voorbeelden.
* Teksten met A B C D vragen.
* Teksten met beweringsvragen.
* Teksten met gatenvragen op signaalwoorden.
* Teksten met een open vraag.
* Teksten met alinea's op volgorde zetten.
* Teksten met kopjes matchen.

Slide 8 - Slide

Cito
De examenopgaves worden gemaakt door: Cito.
Zij willen dat je laat zien dat je de grote lijnen van teksten kunt begrijpen: 

* 1/3  Zo makkelijk dat je denkt: nee dat kan niet het antwoord zijn
* 1/3  Op jullie niveau
* 1/3  Best wel wat moeilijker

Dus heb je 2/3 goed dan heb je wel een voldoende.

Slide 9 - Slide

Belangrijk!
Wat heb je nodig?

Slide 10 - Slide

Wat heb je nodig?
* Het niveau van je woordenschat moet voldoende zijn.

* Je moet de signaalwoorden herkennen en kennen en toepassen.

* Je moet de vraag goed lezen en begrijpen.

* Je kunt vaak ook de fouten antwoorden uitsluiten. 

Slide 11 - Slide

De vragen van de teksten, vaak in het Frans.
Qu'est-ce qui est vrai d'après le premier alinéa?
À quoi sert le 2ième alinéa?
Qu'est-ce que .... raconte au premier alinéa?
Qu'est-ce qu'on lit sur .... au 3ième alinéa?
Qu'est-ce que .... explique au 2ième alinéa?
De quoi est-ce que ....   parle au 5ième alinéa?
Qu'est-ce qu'on apprend au premier alinéa?
Qu'est-ce que le 4ième alinéa montre?



Slide 12 - Slide

Signaalwoorden

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Signaalwoorden
Reden                                                     :en effet   en plus  de plus
Tegenstelling                                           :mais
Oorzaak (de vraag is dan "waarom?")    :car / parce que / pour
Tijd                                                          :aujourd'hui / souvent / toujours

Andere belangrijke signaalwoorden:
par exemple / alors / comme / ainsi  / le plus ...... la plus.....
La plus belle ville.... de mooiste stad

Slide 15 - Slide

Het nut van signaalwoorden
Rondom de signaalwoorden vind je de antwoorden. 
Dus belangrijk om te leren en te weten. 

Dit geldt voor: 1. De teksten in de hoofdstuktoetsen.
                       2. De kijk-en luistertoetsen
                       3. De teksten in je werkboek
                       4. De teksten in het examen.
Je moet dan wel de gestelde vraag goed kunnen lezen/begrijpen.

Slide 16 - Slide

Oefenen
Je gaat oefenen met diverse signaalwoorden.

Slide 17 - Slide

vervolgens
Daarom
maar
en
mais
Voilà pourquoi
puis
et

Slide 18 - Drag question

Welk woord vormt een tegenstelling?
A
maar
B
en
C
vervolgens
D
bijvoorbeeld

Slide 19 - Quiz

Quel mot constitue une contradiction?
A
par exemple
B
puis
C
et
D
mais

Slide 20 - Quiz

Welk woord vormt een opsomming?
A
zoals
B
door
C
en
D
omdat

Slide 21 - Quiz

Quel mot constitue une énumération?
A
par
B
et
C
quand
D
parce que

Slide 22 - Quiz

Welk woord vormt een reden?
A
maar
B
en
C
vervolgens
D
daarom

Slide 23 - Quiz

Quel mot constitue une raison?
A
voilà pourquoi
B
mais
C
et
D
puis

Slide 24 - Quiz

LessonUp
De opdrachten in LessonUp zijn handig voor je woordenschat.
En je oefent met Franse vraagzinnen.

Slide 25 - Slide

Oefenen

Slide 26 - Slide

Bijzonderheden
Thema's
Sleutelwoorden
Signaalwoorden

Slide 27 - Slide

Quels sont les thèmes que vous avez en tête?

Slide 28 - Mind map

Slide 29 - Slide

le chat
le dauphin
le chien
le singe

Slide 30 - Drag question

Au travail
Wat       : Maken eindexamen 2021 tijdvak 1 en tijdvak 3  Tekst 1 t/m5         Hoe       : Schrijf op de opgaves die je ontvangt van de docent
Wie        :  alleen
Tijd        :  30 minuten
Klaar      :  Maken in LessonUp de examenopdrachten
Resultaat: Nakijken en bespreken met de docent


Slide 31 - Slide

Denken aan jullie eigen woordenboeken!
Frans-Nederlands!



En ja, Nederlands-Frans mag ook!

Slide 32 - Slide