This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Verhaalsommen keer en delen
Slide 1 - Slide
Vader, moeder, Fiene en Cato gaan naar een pretpark. Eén kaartje kost 20 euro. Hoeveel moeten zij betalen?
Slide 2 - Open question
Voor het maken van een vogelhuisje heb je 7 schroeven nodig. In een doosje zitten 84 schroeven. Hoeveel vogelhuisjes kun je daarmee maken?
Slide 3 - Open question
Eén kauwgombal kost 20 cent. Danilo koopt 4 kauwgomballen. Hoeveel moet hij betalen?
Slide 4 - Open question
Rambert heeft 35 euro in zijn beurs. Hij heeft alleen maar briefjes van 5 euro. Hoeveel briefjes van 5 euro heeft hij?
Slide 5 - Open question
Een flat is 24 meter hoog. Elke verdieping is 3 meter hoog. Hoeveel verdiepingen heeft de flat?
Slide 6 - Open question
Danisha heeft 24 foto's. Op elke bladzijde van het fotoboek plakt ze er 6. Hoeveel bladzijdes zijn er dan vol?
Slide 7 - Open question
Een koptelefoon kost 21 euro. Meester André koopt 7 nieuwe koptelefoons. Hoeveel moet hij betalen?
Slide 8 - Open question
Djeb, Flynn, Nino en Luuk gaan kranten rondbrengen. Ze moeten in totaal 40 kranten rondbrengen. Ieder brengt evenveel kranten rond. Hoeveel kranten zijn dat per persoon?
Slide 9 - Open question
Ik koop 15 zakken drop. Eén zak drop kost 3 euro. Hoeveel moet ik betalen?
Slide 10 - Open question
In de klas staan 8 tafels, aan elke tafel staan 4 stoelen. Hoeveel stoelen staan er in de klas?
A
8x4
B
4x8
C
8:4
Slide 11 - Quiz
In een doosje zitten 4 speelgoedauto's. Ik koop 12 doosjes. Hoeveel auto's zijn dat?
A
4x12
B
12x4
C
12:4
Slide 12 - Quiz
Een boer poot wortels. In elke rij poot hij er 10. Hij maakt 5 rijen. Hoeveel wortels heeft hij gepoot?
A
10x5
B
5x10
C
10:5
Slide 13 - Quiz
Sander leest een boek van 120 bladzijdes. Elke dag leest hij 4 bladzijdes. Na hoeveel dagen heeft hij het boek uit?