This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
5.1 Nieuwe steden
Slide 1 - Slide
Tijdvak 4: steden en staten
1000-1500
Slide 2 - Slide
Deze les leer je:
Waarom er meer handel kwam in de late middeleeuwen
Waarom steden bijna altijd op dezelfde soort plekken ontstonden
Wat stadsrechten zijn en hoe een stad deze kon krijgen.
Slide 3 - Slide
De handel neemt toe
Door betere landbouwtechnieken werden oogsten groter
Boeren konden een deel ervan verkopen (op markten)
Na het jaar 1000 nam de handeltoe
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Een goede plek
De reizende handelaren moesten ook ergens wonen.
Zij gaan wonen op een plek die;
Gemakkelijk te bereiken is.
Veilig is (bij een kasteel of klooster!)
Hier ontstaan nieuwe steden!
Slide 6 - Slide
Eigen baas zijn
De steden lagen in het gebied van een heer.
De burgers (inwoners van de stad) wilden de stad zelf besturen
De stad krijgt stadsrechten in ruil voor belasting
De stad mag zichzelf besturen!
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Deze les leer je:
Waarom er meer handel kwam in de late middeleeuwen
Waarom steden bijna altijd op dezelfde soort plekken ontstonden
Wat stadsrechten zijn en hoe een stad deze kon krijgen.
Hoe een middeleeuwse stad werd bestuurd.
Slide 9 - Slide
De handel neemt toe
Door betere landbouwtechnieken werden oogsten groter
Boeren konden een deel ervan verkopen (op markten)
Na het jaar 1000 nam de handeltoe
Slide 10 - Slide
Een goede plek
De reizende handelaren moesten ook ergens wonen.
Zij gaan wonen op een plek die;
Gemakkelijk te bereiken is.
Veilig is (bij een kasteel of klooster!)
Hier ontstaan nieuwe steden!
Slide 11 - Slide
Eigen baas zijn
De steden lagen in het gebied van een heer.
De burgers (inwoners van de stad) wilden de stad zelf besturen
De stad krijgt stadsrechten in ruil voor belasting
De stad mag zichzelf besturen!
Slide 12 - Slide
Wie is de baas?
Door de stadsrechten kreeg de stad een eigen bestuur:
De schout is de baas van de rakkers (een soort politie) en de schepenen.
Samen met de schepenen (rechters) bepaalde hij de straf.
De burgemeester (soms meer dan één) bestuurde samen met de schout en schepenen de stad.
Slide 13 - Slide
Hoe gaat dat nu?
In een stad is degemeenteraad de baas. De mensen van de gemeenteraad zijn gekozen. Zij beslissen over de plannen. Wethouders voeren de plannen uit. De gemeenteraad wil bijvoorbeeld een nieuwe sporthal. De wethouder moet dan zorgen dat die sporthal er komt.
De regering van het land benoemt de burgemeester.
De burgemeester is de voorzitter van de gemeenteraad.
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Video
Slide 17 - Video
Welke uitvinding in de landbouw zorgde voor grotere oogsten?
A
Kunstmest
B
Tweeslagstelsel
C
Drieslagstelsel
D
Ijzeren ploeg
Slide 18 - Quiz
Welk gevolg hadden de verbeteringen in de landbouw?
A
Meer voedsel, meer mensen nodig in de landbouw
B
Minder voedsel, minder mensen nodig in de landbouw.
C
Meer voedsel, minder mensen nodig in de landbouw
D
Geen gevolgen
Slide 19 - Quiz
Waardoor ontstond er meer handel tijdens de Middeleeuwen?
A
De boeren verkochten een deel van hun oogst en verdienden zo geld
B
Als ze niet gingen handelen werden mensen gestraft
C
Er waren meer steden waar handelaren hun spullen verkochten
D
Het werd veiliger in Europa
Slide 20 - Quiz
Wat was geen geschikte plek voor handelaren om te wonen?
A
een rustige plek
B
een veilige plek
C
kruispunt van wegen
D
langs de rivier
Slide 21 - Quiz
Waarom gaf de heer soms stadsrechten aan een stad?
A
Omdat hem dat veel geld opleverde.
B
Omdat hij dan meer macht zou krijgen in de stad.
C
Omdat hij dan niet zelf de stad hoefde te besturen.
D
Omdat hij dan ook de baas zou zijn over het stadsleger.
Slide 22 - Quiz
Wat was de rol van een schout in de middeleeuwse stad
A
Hij gaf leiding aan de rakkers en ging over de veiligheid in de stad
B
Hij was de baas over de markt.
C
Hij was de baas over de kerk of kathedraal
D
Hij gaf leiding aan het stadsbestuur en de burgermeester