les 1

les 1 Grammatica 3.7 en 4.7
startopdracht en theorie
aan de slag 
let op volgende week presenteren
lever je PP in via elo opdrachten!!
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

les 1 Grammatica 3.7 en 4.7
startopdracht en theorie
aan de slag 
let op volgende week presenteren
lever je PP in via elo opdrachten!!

Slide 1 - Slide

wat moet je weten
persoonlijk voornaamwoord
onderwerp
lijdendvoorwerp
meewerkend voorwerp
aanwijzend voornaamwoord
vragend voornaamwoord

Slide 2 - Slide


Je vindt het onderwerp door de vraag te stellen: Wie/wat + wg?
Mijn leraar Nederlands | vertelt | graag.
Wie/wat vertelt?
o = mijn leraar Nederlands
wg = vertelt


Je vindt het lijdend voorwerp door de vraag te stellen: Wie/wat + wg + o?
Mijn leraar Nederlands | vertelt | graag | mooie verhalen.
Wie/wat vertelt mijn leraar Nederlands?
lv = mooie verhalen
o = Mijn leraar Nederlands
wg = vertelt


Slide 3 - Slide

meewerkendvoorwerp (mv)
Aan of voor wie of wat + wg + o + lv?
Mijn leraar Nederlands | vertelt | ons | graag | mooie verhalen.
o = Mijn leraar Nederlands
wg = vertelt
lv = mooie verhalen
Aan of voor wie of wat vertelt mijn leraar Nederlands mooie verhalen?
Antwoord: aan ons
mv = ons

Slide 4 - Slide

persoonsvorm
gezegde
lijdend voorwerp
onderwerp
De docent
geeft
uitleg over grammatica.

Slide 5 - Drag question

lijdend voorwerp
onderwerp
meewerkend voorwerp
De docent
geeft
uitleg over grammatica
aan de leerlingen.

Slide 6 - Drag question

De knieëen van de bakker zijn versleten.
Mevrouw Nuis heeft T3 een les grammatica gegeven. 
In de kerstvakantie heeft mijn familie fanatiek geskied in de bergen van Oostenrijk.
In de kerstvakantie heb ik voor mijn familie een overheerlijk kerstdiner klaargemaakt.
In de kerstvakantie heeft mijn familie fanatiek geskied in de bergen van Oostenrijk.
Mijn hondje heeft een grappig kwispelstaartje.
Werkwoordelijk gezegde
Bijwoordelijke bepaling
Lijdend voorwerp
Onderwerp
Meewerkend voorwerp
Persoonsvorm

Slide 7 - Drag question

Zij / heeft / de brugklas / een les grammatica/ gegeven. 
Mevrouw de Vries heeft de brugklas een les grammatica gegeven. 
Mevrouw de Vries heeft de brugklas een les grammatica gegeven
Mevrouw de Vries heeft de brugklas een les grammatica gegeven. 
Mevrouw de Vries heeft de brugklas een les grammatica gegeven. 
Mevrouw de Vries heeft de brugklas een les grammatica gegeven. 
werkw. gezegde
onderwerp
persoonsvorm
zinsdelen
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp

Slide 8 - Drag question

Grammatica zinsdelen
zinsdeel
persoonsvorm
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
alle werkwoorden
in de zin
woord(en) die je voor de pv kan zetten
Tijd, plaats, manier waarop
Wie/wat + pv?
verandert als je de zin in een andere tijd zet
Wie/wat + pv + ow?
Aan/voor wie/wat + pv + ow (+lv)

Slide 9 - Drag question

Aan de slag 3.7 
 Opdracht 1, 4a, 4b, 5, 6 7, 8
je presentatie afmaken 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide