Strategieën 1

Strategieën
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Strategieën

Slide 1 - Slide

Wat zijn Taalstrategieën?
Vandaag:
Lees- Luister strategieën

Slide 2 - Slide

Wat zijn Taalstrategieën?
Gebruik je om wat je leest en hoort beter te begrijpen.

Slide 3 - Slide

?
Kumquat
Lees strategie - context

Slide 4 - Slide

Oliver likes eating Kumquats.
Kumquat
Lees strategie - context

Slide 5 - Slide

Oliver likes eating Kumquats.
Kumquat
Lemon
Orange
Lime
Lees strategie - context

Slide 6 - Slide


Artikel Naam:
Eating citrus fruit is good for you.

Afbeelding:

Kumquat
Lemon
Orange
Lime
Lees strategie - context

Slide 7 - Slide

kumquat
/ˈkʌmkwɒt/
noun
1.
an orange-like fruit related to the citruses, with an edible sweet rind and acid pulp.
2.
the East Asian shrub or small tree that yields the kumquat.

Slide 8 - Slide

Leesstrategieën
De vragen                 Hoeveel. Wat voor een?
Voorspellen             Waar gaat de tekst over (Kijk ook naar titel en plaatjes)
Globaal lezen          Waar gaat iedere alinea ongeveer over?
Intensief lezen       Wat wil de schrijver met de tekst?

Woordstrategie
Context                     Kun je uit de zin/alinea. De titel of plaatjes opmaken wat                                            het woord betekent? 



Slide 9 - Slide

A Walk in The Forest

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Luisterstrategieën
Probeer tijdens het fragment goed te luisteren naar de inleiding en te bedenken wat je al weet van het onderwerp. Ook is het handig om de vraag en de antwoorden alvast te lezen voordat je gaat luisteren naar het fragment, dan weet je waar je op moet letten tijdens het luisteren.

Slide 12 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Well Done!

What did you learn?

Slide 16 - Slide

De vraag
Lees eerst goed de vraag en de eventuele antwoordmogelijkheden door. Zorg dat je deze goed begrijpt.

Slide 17 - Slide

Voordat je gaat lezen
kijk je wat voor soort tekst het is (bijvoorbeeld een advertentie, een krantenartikel, een brief etc.)
Lees de titel.
Kijk naar de plaatjes.
Lees de tussenkopjes.

Slide 18 - Slide

Hoe ga je lezen

skimmen: 
Je leest de tekst snel door om erachter te komen waar deze over gaat. Kijk naar opvallende stukjes en lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin. Je gebruikt skimmen bij vragen die gaan over de hele tekst, je zoekt naar aanwijzingen voor het antwoord.

scannen: 
Zoek uit waar het antwoord op de vraag staat en lees dit stukje intensief. Je gebruikt scannen bij vragen naar specifieke informatie.

Intensief lezen: 
Lees elk woord en zorg dat je het stukje tekst begrijpt.

Slide 19 - Slide

Vraagsoorten
- Open vragen: Geef kort en bondig antwoord, maar zorg wel dat je de vraag volledig beantwoordt.
- Als er in de vraag regelnummers worden gegeven, lees dan de hele alinea.
- Meerkeuzevragen staan meestal in de volgorde van de tekst. Lees het stukje waarin volgens jou het antwoord staat en probeer de vraag in je eigen woorden te beantwoorden. Kies het antwoord dat het beste past bij jouw eigen antwoord.

Slide 20 - Slide

Moeilijke woorden

- Probeer de betekenis te raden door de hele zin goed te lezen.

- kijk of het woord lijkt op een woord uit het Nederlands of een andere taal die je kent.

- Zoek het woord op in het woordenboek.

Slide 21 - Slide

WHAT ARE THE DIFFERENT TYPES OF AUTHOR'S PURPOSE?
Persuade
Inform
Entertain
Explain
Describe

Slide 22 - Slide