Een traditionele samenleving

6.1 Een traditionele samenleving
1 / 34
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

6.1 Een traditionele samenleving

Slide 1 - Slide

Leerdoel

Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe het dagelijks leven in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog eruit zag.

Slide 2 - Slide

We gaan terug naar de tijd van je opa en oma.
Wat voor muziek zouden zij luisteren,
wat voor kleding zouden zij dragen,
waar (plaats) woonden zij toen ze opgroeiden.

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Slide

Wat was het traditionele rolpatroon?
A
De man werkt,. De vrouw werkt parttime.
B
De man doet het huishouden. De vrouw werkt.
C
De man zorgt voor de kinderen en de vrouw voor het huishouden.
D
De man werkt. De vrouw doet het huishouden.

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide


Bevrijd!

  • De schade van de oorlog was groot
  • Het aantal slachtoffers was hoog, rond de 200.000
  • De infrastructuur was vernield
  • Veel machines waren door de Duitsers meegenomen
  • Honderdduizenden mannen waren in Duitsland tewerkgesteld tijdens de oorlog

De schade na het bombardement van Rotterdam in mei 1940 was groot, maar tijdens de vijf jaren van de Duitse Bezetting was er nog niet veel gedaan om de stad op te bouwen.

Slide 7 - Slide


Wederopbouw
vanaf 1945



    Slide 8 - Slide

    De wederopbouw

    • werkweek van 6 dagen, 1 week per jaar vakantie
    • Zuinigheid megabelangrijk
    • Loonpolitiek: vaste lonen, mochten niet stijgen
    • poldermodel: overleg over lonen en arbeidsvoorwaarden (politiek, werkgevers en vakbonden)

    • Hulp vanuit VS: Marshallplan
    • Ontstaan van een verzorgingsstaat


      Het Amerikaanse Marshallplan had twee belangrijke doelen:
      • Zorgen dat Europa weer wordt hersteld, zodat Amerika ook weer producten kan verkopen aan de Europeanen.
      • Laten zien wie hun échte bondgenoot is: kies voor het kapitalisme van ons, en niet het communisme van de Sovjet-Unie!

      Slide 9 - Slide

      Wederopbouw 1/2
      NED na 1945
      Nationaal HOE
      = 6 daagse werkweek in plaats van 5
      = Kabinet Drees, voerde het 
      POLDERMODEL in: lage lonen GEVOLG = veel gebouwd kon worden
      SOCIALE WETGEVING in: ABW, algemene bijstandswet 

      Internationaal HOE
      = Marshallplan (financiële steun uit de VS)
      = EGKS, NED lid van de voorloper EU


      Je begrijpt hoe de wederopbouw tot stand kwam

      Slide 10 - Slide

      Vasthouden aan tradities

      • Het leven van de meeste mensen speelde zich af in het gezin.
      • De rollen waren duidelijk: vader, moeder en (veel) kinderen
      • Vader was de baas, moeder de huisvrouw, kinderen gehoorzaam
      • Echtscheidingen kwamen maar weinig voor (vrouwen hadden vaak geen eigen inkomen)
      • Het leven was zuinig en vrije tijd werd thuis doorgebracht


        Slide 11 - Slide

        * Waarden = dingen die men belangrijk vindt
        * Normen = wat mensen gewoon vonden, gedragregels
        * Gezag = "macht"
        *Tradities = oude gewoontes

        Slide 12 - Slide


        Verzuiling

        • De verdeling van de Nederlandse samenleving in 4 groepen (zuilen): protestanten, katholieken, liberalen, socialisten
        • Eigenlijk werd het van je verwacht dat je alleen omging met mensen binnen je eigen zuil
        • Er was veel sociale controle: familie, vrienden en de buurt controleerden of je je wel aan de 'regels' van de zuil hield.

        Slide 13 - Slide

        Verzuiling 
        NED na 1945
        Je deed alles binnen je eigen zuil:
        boodschappen, tv-kijken, krant lezen.
        Hierdoor werd je NIET beïnvloed door andere mensen.

        Verzuiling kenmerken:
        levensbeschouwing normen en waarden
        Gehoorzamen naar ouders/politiek/leiders
        Sterke sociale controle + vooroordelen over andere
        Gevolg: mensen leven in een eigen bubbel


        Je kunt uitleggen hoe verzuild de samenleving was

        Slide 14 - Slide

        Welke vier levensbeschouwelijke groepen waren er in Nederland?
        A
        Katholieken, gereformeerden, protestanten en liberalen.
        B
        Katholieken, gereformeerden, socialisten en communisten.
        C
        Katholieken, protestanten, liberalen en conservatieven.
        D
        Katholieken, gereformeerden, socialisten en liberalen.

        Slide 15 - Quiz

                                       Ik ben katholiek
        Ik ga naar een katholieke school
        Ik zit op een katholieke voetbalclub
        Ik ga naar de katholieke supermarkt
        Ik ga naar de katholieke groenteboer
        Ik lees een katholieke krant
        Ik trouw met een andere katholiek
        Mijn vrienden zijn allemaal katholiek
        Ik ga naar een katholieke dokter
        Ik luister alleen naar de katholieke radiozender
        etc

        Slide 16 - Slide

        Slide 17 - Video

        Normen en waarden zijn cultuurkenmerken. Wat zijn waarden?
        A
        Gedragsregels.
        B
        Opvattingen over wat belangrijk is.
        C
        Straffen.
        D
        Beloningen.

        Slide 18 - Quiz

        Wat is verzuiling?
        Verzuiling.
        A
        De samenleving wordt ingedeeld op basis van levensbeschouwing.
        B
        De samenleving wordt ingedeeld op basis van godsdiensten.
        C
        De samenleving wordt ingedeeld op basis van leeftijd.
        D
        De samenleving wordt ingedeeld op basis van geslacht.

        Slide 19 - Quiz

        Hieronder wordt de verzuilde samenleving nagespeeld.
        Sleep de verzuilde groepen naar de juiste plek:
        Hierna: Sleepvraag.
        Katholieken
        protestanten
        liberalen
        socialisten

        Slide 20 - Drag question

        Slide 21 - Video

        Wat is het poldermodel?
        A
        Een manier om je zin te krijgen. Polderen is als je maar net zo lang zeurt, krijg je je zin.
        B
        De manier waarop Ruud Lubbers bezuinigde in de jaren '80 noem je polderen.
        C
        Overleg tussen regering, werkgevers en vakbonden over lonen en arbeidsvoorwaarden
        D
        Beheersing van lonen en prijzen zodat de concurrentiepositie van NL goed wordt en blijft.

        Slide 22 - Quiz

        Slide 23 - Video

        Wat is een verzorgingsstaat?
        A
        Iedereen heeft recht op gratis gezondheidszorg
        B
        De overheid zorgt voor uitkeringen voor zwakkeren
        C
        Iedereen heeft recht op gratis onderwijs
        D
        De overheid zorgt voor uitkeringen voor de ouderen

        Slide 24 - Quiz

        Voor wie is de verzorgingsstaat?
        A
        Voor alle mensen die geld nodig hebben
        B
        Voor alle burgers
        C
        Voor alle mensen die werkloos zijn
        D
        Voor alleen de mensen die onder het minimumloon zitten

        Slide 25 - Quiz

        Wat was de eerste sociale wet?
        A
        Algemene Ouderdoms Wet
        B
        Bijstandswet
        C
        Kinderwetje van Van Houten
        D
        Armenwet

        Slide 26 - Quiz

        Slide 27 - Video

        Hieronder staan vijf begrippen die horen bij Nederland na de Tweede Wereldoorlog.
        ▻Geef per onderdeel aan welk begrip daarbij hoort. Let op! Er blijven twee begrippen over.

        Ik kreeg werk bij een fabriek in Gouda. Sommige collega’s kwamen uit hetzelfde land als ik. Al snel maakte ik nieuwe vrienden en besloot om toch in Gouda te blijven wonen. Mijn buren vonden het erg interessant, iemand uit een ver land die een andere taal sprak.
        Wij wilden gratis crèches. Of in ieder geval betaalbare kinderopvang als gratis opvang niet mogelijk was. Zo zouden meer vrouwen in de gelegenheid zijn om te werken.
        Wij gingen als leerlingen staken. We bezetten de aula van de school en eisten dat we betrokken werden bij alle beslissingen die met ons als leerlingen te maken hadden.
        democratisering
        gastarbeiders
        poldermodel
        secularisatie
        Tweede Feministische Golf

        Slide 28 - Drag question

        Vanaf 1945
        Vanaf 1947
        Jaren 50
        Jaren 60
        Jaren 70
        Jaren 80
        economische crisis
        begin wederopbouw
        poldermodel
        opbouw verzorgingsstaat
        consumptiemaatschappij
        Marshallplan

        Slide 29 - Drag question

        Jaren '50
        Jaren '60 - '70
        Jaren '90 - '00
        Wederopbouw
        verzuiling
        polarisatie
        Algemene bijstandswet
        Flower Power
        secularisatie
        Digitale revolutie
        verzorgingsstaat
        Poldermodel
        Poldermodel

        Slide 30 - Drag question

        Verdeling van de samenleving in groepen die langs elkaar leven. Gebaseerd op een godsdienst of levensbeschouwing.
        A
        Confessionalisme
        B
        Vakbond
        C
        Oppositie
        D
        Verzuiling

        Slide 31 - Quiz

        Wat is de wederopbouw?
        A
        De verzuiling in de jaren 50
        B
        het bouwen van flats ipv huizen
        C
        na wo II opnieuw bouwen wat verwoest is.
        D
        Een periode van welvaart in de jaren 60

        Slide 32 - Quiz

        Wat was het Marshall-plan?
        A
        Communisme aanvallen
        B
        Europese economie steunen met goederen
        C
        de Nazis verdrijven
        D
        Europese economie steunen met geld

        Slide 33 - Quiz

        Leerdoel

        Aan het eind van deze les kun je herkennen en uitleggen hoe het dagelijks leven in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog eruit zag.

        Slide 34 - Slide