Grammatica: taalkundig ontleden

1 / 15
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

oefenen met woordsoorten
Lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig werkwoord , persoonsvorm, voltooid deelwoord, voorzetsel en 
persoonlijk & bezittelijk voornaamwoord.

Slide 2 - Slide


Kies de juiste woordsoort.
Je moet nooit frisdrank drinken bij de computer.
A
Zelfstandig naamwoord (znw)
B
Voorzetsel (vz)
C
Bijvoeglijk naamwoord (bnw)
D
voltooide deelwoord (VDW)

Slide 3 - Quiz


Kies de juiste woordsoort.
Ik heb een mooie trui gekocht.
A
Zelfstandig naamwoord (znw)
B
Voorzetsel (vz)
C
Bijvoeglijk naamwoord (bvnw)
D
persoonsvorm (pv)

Slide 4 - Quiz


Hoeveel lidwoorden tel je?
De man met het kleine hoedje kocht een taartje bij de bakker.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 5 - Quiz


Kies de juiste woordsoort.
Gisteravond heb ik een film gekeken.
A
persoonsvorm (pv)
B
voltooid deelwoord (vdw)
C
zelfstandig naamwoord (znw)
D
persoonlijk voornaamwoord (Pvnw)

Slide 6 - Quiz


Kies de juiste woordsoort.
Mijn kater wordt volgende week geopereerd.
A
Persoonsvorm (pv)
B
voltooid deelwoord (VDW)

Slide 7 - Quiz


Kies de juiste woordsoort.
Alle leerlingen lezen 10 minuten in
hun boeken.
A
bijvoegelijk naamwoord (bvnw)
B
zelfstandig naamwoord (znw)
C
persoonlijk voornaamwoord (Pvnw)
D
voorzetsel (VZ)

Slide 8 - Quiz


Hoeveel voorzetsels staan er in deze zin?
In het bos, bij de eik, zit een kabouter onder een paddenstoel.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quiz

Welke lidwoorden zijn er?

Slide 10 - Open question

Welk(e) lidwoord(en) hoort/ horen bij de onbepaalde lidwoorden?

Slide 11 - Open question

Noteer de bezittelijke voornaamwoorden.
Het was zijn idee om onze moeder te verrassen met een foto van haar overleden zus.

Slide 12 - Open question

Noteer de persoonlijke voornaamwoorden.
Ik ga komend weekend met hem naar
de nieuwste film van Captain America.

Slide 13 - Open question


Kies de juiste woordsoort.
Gelukkig mag ik straks weer naar huis.  
A
persoonsvorm (pv)
B
Zelfstandig naamwoord (znw)
C
Bijvoeglijk naamwoord (bnw)
D
Voorzetsel (vz)

Slide 14 - Quiz

Hoeveel bijvoeglijk naamwoorden (bn) staan er in onderstaande zin?
Ons nieuwe huis is mooi en groot.

Slide 15 - Open question