18-3-2025: Oefentoets nakijken + activerend beeldspraak

Doel:
- ken je alle verschillende stijlfiguren:
repetitio, enumeratio, opsomming in drieën, drieslag, climax, omgekeerde climax, hyperbool, understatement, litotes en eufemisme.
- ken je de verschillende soorten beeldspraak: asyndetische vergelijking, homerische vergelijking, synesthesie, vergelijking, metafoor, personificatie, metonymie, tegenstelling (antithese).
- ken je de verschillende stijlfouten: contaminatie, pleonasme en tautologie


1 / 35
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Doel:
- ken je alle verschillende stijlfiguren:
repetitio, enumeratio, opsomming in drieën, drieslag, climax, omgekeerde climax, hyperbool, understatement, litotes en eufemisme.
- ken je de verschillende soorten beeldspraak: asyndetische vergelijking, homerische vergelijking, synesthesie, vergelijking, metafoor, personificatie, metonymie, tegenstelling (antithese).
- ken je de verschillende stijlfouten: contaminatie, pleonasme en tautologie


Slide 1 - Slide

Vergelijking: object wordt vergeleken met beeld
- Wij schaatsen op ijs dat zo glad is als een spiegel.


Metafoor: alleen beeld wordt genoemd
- Wij schaatsen op een spiegel.

Synesthesie: twee zintuigen worden gecombineerd
- Zoete klanken

Personificatie: iets levenloos krijgt menselijke eigenschappen
- De verlegen, bleke regen



Metonymie: er is een duidelijke relatie tussen genoemde en object
(groter of kleiner maken)
- even de neuzen tellen
- Nederland wint van Duitsland met 3-0

Slide 2 - Slide

'Bloed, zweet en tranen' - dit is een bijzondere opsomming. Wat voor een?

Slide 3 - Open question

Ik heb het goed gedaan, maar ook zo fout gedaan.
Als ik terugkijk in de tijd.

Welke stijlfiguur herken je hier?
A
repetitio
B
opsomming
C
tegenstelling

Slide 4 - Quiz

Een lach met tranen, zo voel ik mij vandaag.
Geproefd van het leven, zoveel vrienden ongekend.

Welke stijlfiguur herken je hier?
A
tegenstelling
B
repetitio
C
opsomming

Slide 5 - Quiz

In welke zin staat een enumeratio?
A
Nooit, nooit ga ik daar nog eens naar toe!
B
Lina is dol op school: ze houdt van wiskunde, Nederlands en Frans.
C
Ik had een twee voor de toets. Ik had dus wel een paar foutjes.
D
Daar ik ben ik niet blij mee.

Slide 6 - Quiz

Van welk stijlfiguur is hier sprake:

Plus geeft meer, veel meer.
A
hyperbool
B
repetitio

Slide 7 - Quiz

Van welk stijlfiguur is hier sprake:

'Hij woont daar niet onaardig.'
A
hyperbool
B
understatement
C
eufemisme
D
litotes

Slide 8 - Quiz

In welke zin staat een climax?
A
fout, fout, fout
B
Eerst wandelde hij, toen ging hij over in een draf en uiteindelijk begon hij te sprinten.
C
Spreken is zilver, zwijgen is goud.
D
rust, reinheid, regelmaat

Slide 9 - Quiz

Het vlees, de organen, de botten, de huid, de hoorns, echt alles van de koe wordt verwerkt tot producten.
A
Repetitio
B
Enumeratio
C
Climax
D
Drieslag

Slide 10 - Quiz

pleonasme
tautologie
Hij speelde met de ronde bal.
Ze hield voor eeuwig en altijd van hem.
Er viel rood bloed naar beneden.

Slide 11 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Zo te zien heeft die tomaat hard gesport.

Slide 12 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Die zoon van jou wordt een boom van een vent.

Slide 13 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Mijn hart maakte drie sprongetjes van blijdschap.

Slide 14 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Die beer was te groot om van de glijbaan te gaan.

Slide 15 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Het viergangen-menu biedt een kleurig palet aan smaken.

Slide 16 - Drag question

Vergelijking (met als)
Personificatie
Synesthesie
Metafoor
Metonymia
Hij vroeg de ouders de hand van hun dochter.

Slide 17 - Drag question

Hij vroeg de ouders de hand van hun dochter.
A
deel i.p.v. geheel
B
geheel i.p.v. deel
C
maker i.p.v. product
D
materiaal i.p.v. voorwerp

Slide 18 - Quiz

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Hyperbool
Wij hebben onze kat moeten laten inslapen.

Slide 19 - Drag question

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Hyperbool
De boerderij lag eenzaam en verlaten tussen de korenvelden.

Slide 20 - Drag question

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Tegenstelling

Hyperbool
Rijkdom betekent vaak armoede.

Slide 21 - Drag question

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Hyperbool
Oudere zus tegen broertje: 'Nu maak je toch wel een heel slimme opmerking!'

Slide 22 - Drag question

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Hyperbool
In Nederland regent het 29 van de 30 dagen.

Slide 23 - Drag question

Eufemisme
Understatement
Ironie
Pleonasme
Tautologie
Hyperbool
Zahraa genoot van haar geslaagde succes.

Slide 24 - Drag question

'Heb jij de nieuwste Spielberg al gezien?' Welke vorm van beeldspraak is dit?
A
vergelijking
B
metonymie
C
metafoor
D
personificatie

Slide 25 - Quiz

'Heb jij de nieuwste Spielberg al gezien?'
A
deel i.p.v. geheel
B
geheel i.p.v. deel
C
maker i.p.v. product
D
materiaal i.p.v. voorwerp

Slide 26 - Quiz

'De wind huilt door de bomen.' Welke vorm van beeldspraak is dit?
A
metafoor
B
vergelijking
C
metonymie
D
personificatie

Slide 27 - Quiz

Deze zomer zijn schreeuwende kleuren in de mode.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 28 - Quiz

Karel, een echte angsthaas, was snel weg.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 29 - Quiz

Zijn hoofd, een biet, sprak boekdelen.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 30 - Quiz

Zoals in de bergen een havik, vlugger vliegend dan al wat er vliegt, op een schichtige duif komt gestreken – deze wiekt zijdelings weg, maar de havik, telkens weer stotend, schiet op haar af met snerpende kreten: zijn vraatzucht spoort hem tot grijpen – zo snelde toen ook Achilles naar voren.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 31 - Quiz

Dichten is fietsen op de Mont Ventoux,
waar Tommy Simpson nog is overleden.
onder zo tragiese omstandigeden
werd hier de wereldkampioen doodmoe.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 32 - Quiz

Hij sprak bittere woorden, zo teleurgesteld was hij.
A
asyndetische vergelijking
B
homerische vergelijking
C
synesthesie

Slide 33 - Quiz

Lezen 
timer
15:00

Slide 34 - Slide

Weet je nu: 
- wat de verschillende stijlfiguren zijn en hoe je deze kunt herkennen? 
- wat de verschillende soorten beeldspraak zijn en hoe je deze kunt herkennen? 
- wat de verschillende stijlfouten zijn en hoe je deze kunt herkennen?











Huiswerk: 
Morgen toets


Slide 35 - Slide