This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Economie
Slide 1 - Slide
Consumeren
Het kopen van een fiets, het laten repareren van je telefoon, het kopen van een broodje in de schoolkantine; dit zijn allemaal voorbeelden van consumeren.
Consumeren is het kopen van goederen en diensten om in je behoeften te voorzien.
Slide 2 - Slide
Consument
Als je iets koopt, dan ben je een consument en dus aan het consumeren.
Slide 3 - Slide
Vraag 1: Noem een voorbeeld van een basisbehoefte.
Slide 4 - Open question
Zelfvoorziening
Je kunt ook zelf iets maken waarmee je in je behoeften voorziet. We noemen dit zelfvoorziening. Bijvoorbeeld wanneer je je eigen groente teelt uit je tuin. Of: wanneer je zelf zonne-energie opwekt met behulp van zonnepanelen.
Slide 5 - Slide
Het kopen van goederen of diensten om in je behoeften te voorzien, noemen we...
A
Zelfvoorziening
B
Consument
C
Consumeren
D
Basisbehoefte
Slide 6 - Quiz
In je eigen behoeften voorzien, noemen we...
A
Zelfvoorziening
B
Consument
C
Consumeren
D
Basisbehoefte
Slide 7 - Quiz
Wat je echt nodig hebt om te kunnen leven, noemen we...
A
Zelfvoorziening
B
Consument
C
Consumeren
D
Basisbehoefte
Slide 8 - Quiz
Wanneer je iets koopt, noemen we je een...
A
Zelfvoorziening
B
Consument
C
Consumeren
D
Basisbehoefte
Slide 9 - Quiz
Welk bedrag is juist geschreven?
A
2.000 €
B
2,000 €
C
€ 2,000
D
€ 2.000
Slide 10 - Quiz
Middelen
Om in je behoeften te kunnen voorzien heb je middelen nodig, namelijk: