Kennispeiling parkinson

Kennispeiling  Parkinson
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Kennispeiling  Parkinson

Slide 1 - Slide

Hoeveel mensen in Nederland hebben de ziekte van Parkinson
A
20.000
B
40.000
C
50.000
D
70.000

Slide 2 - Quiz

Wat is er aan de hand bij de ziekte van Parkinson?
A
Er is te weinig Dopamine
B
Er is een afname van dopamine producerende cellen
C
De bloedtoevoer van en naar de hersenen is verminderd

Slide 3 - Quiz

De premotorische fase is de eerste fase, er zijn nog geen motorische problemen)
In deze fase zie je deze verschijnselen:
A
Slaapstoornissen, verminderde smaak en obstipatie
B
Slaapstoornissen, incontinentie en obstipatie
C
Reukstoornissen, depressie en obstipatie
D
reukstoornissen, obstipatie, depressie en slaapstoornissen

Slide 4 - Quiz

Stelling: Meestal beginnen de klachten van de motorische fase aan één kant van het lichaam.

A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quiz

Stelling: Met bradykinesie wordt traagheid van bewegingen bedoeld
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Symptomen ziekte van Parkinson

Slide 7 - Mind map

Parkinson

Slide 8 - Slide

Hoe wordt de diagnose van de ziekte van Parkinson gesteld?
A
Middels een CT-scan van de hersenen
B
aan de hand van de aanwezigheid van kenmerkende verschijnselen van de ziekte van Parkinson
C
Middels bloedonderzoek

Slide 9 - Quiz

4. Leg uit wat de functie is van een neurotransmitter:

Slide 10 - Open question

Eén van de bekendste neurotransmitters is Dopamine, wat is de functie van Dopamine?

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

De ziekte van Parkinson is een niet progressieve ziekte.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

De ziekte van Parkinson komt vaker voor bij mannen of vrouwen?
A
Mannen
B
Vrouwen

Slide 15 - Quiz

Als een Parkinson cliënt last heeft van akinesie dan heeft hij/zij moeite met:
a. Het onthouden van informatie.
b. Het starten met van bewegingen.
c. Het in stand houden van een beweging.
d. Het stoppen met bewegen.

A
Het onthouden van informatie
B
het starten van bewegingen
C
het in stand houden van bewegingen
D
het stoppen van bewegingen

Slide 16 - Quiz

Wat word bedoelt met dysfagie?
A
slik problemen
B
spraakproblemen
C
slechthorendheid

Slide 17 - Quiz

Einde van deze kennispeiling
Hoe zit het met jou kennis?

Slide 18 - Slide