Examentraining 5 havo les 6 Argumenteren herhaling en oefening

Nederlands

Argumentatieve vaardigheden
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 31 slides, with text slides.

Items in this lesson

Nederlands

Argumentatieve vaardigheden

Slide 1 - Slide

Standpunten

Slide 2 - Slide

Soorten standpunten
Standpunt: Ander woord voor mening. 
Als je het ergens mee eens bent is het een positief standpunt. Als je het er mee oneens bent een negatief standpunt
Bij standpunt van twijfel weet je niet wat je ergens van moet vinden.

Slide 3 - Slide

Argumenten en tegenargumenten

Slide 4 - Slide

Soorten argumenten

Feitelijk argument: als iemand zijn standpunt ondersteunt met een feitelijke uitspraak. 
Ik ga liever niet mee naar Parijs (standpunt),
want Parijs is een grote dichtbevolkte stad (argument).

Slide 5 - Slide

Soorten argumenten

Waarderend argument: over een waarderend argument kun je van mening verschillen, over een feitelijk argument niet. Een waarderend argument moet daarom vaak ondersteund worden. 
Ik ga graag mee naar Parijs (standpunt),
want Parijs heeft de mooiste musea van de wereld (argument).

Slide 6 - Slide

Argumentatieschema's
blz. 106 leerboek

Slide 7 - Slide

Argumentatie
Argumentatie: het geheel van argumenten en standpunt.
Argumentatieschema: de aard van het verband tussen argument(en) en standpunt

Slide 8 - Slide

Argumentatie o.b.v. 
oorzaak en gevolg

Bij dit type argumentatie wordt ervan uitgegaan dat een feit of een gebeurtenis zal leiden tot een ander feit of een andere gebeurtenis. 
Het zou me niet verbazen als we straks allemaal buikpijn hebben (gevolg en standpunt). Het vlees was namelijk nog helemaal rood van binnen (oorzaak en argument).

Slide 9 - Slide

Argumentatie o.b.v. 
kenmerk of eigenschap

Als alle onderdelen van een groep hetzelfde kenmerk hebben, dan heeft één onderdeel van die groep dat kenmerk ook. De gedachte die aan deze argumentatie ten grondslag ligt, wordt meestal niet expliciet vermeld.
Jeroen is eigenlijk nog een groot kind (standpunt), want het liefst speelt hij nog met zijn lego (argument).

Slide 10 - Slide

Argumentatie o.b.v. 
voor- en / of nadelen
Bij dit type argumentatie wordt er een afweging gemaakt: de voordelen worden vergeleken  met de nadelen en op basis van de uitkomst daarvan wordt er een oordeel uitgesproken. 
Als je 4 havo overdoet, dan krijg je wel een goede basis om in 5 havo met goede cijfers te slagen. Daar staat tegenover dat je het weliswaar zwaar krijgt als je overgaat naar 5 havo, maar dat je toch ook een kans hebt dat je meteen slaagt (argumenten). Als ik jou was, zou ik het proberen in 5 havo (standpunt).

Slide 11 - Slide

Argumentatie o.b.v. voorbeelden
Een standpunt wordt ondersteund door argumenten die voorbeelden zijn.

Je kunt absoluut niet op hem rekenen (standpunt). Zo kwam hij gisteren zonder af te bellen niet opdagen en toen hij dat verjaardagscadeautje zou kopen, was hij dat ook vergeten (argumenten). 

Slide 12 - Slide

Argumentatie o.b.v. vergelijking
Van dit type argumentatie is er sprake als er een vergelijking wordt gemaakt tussen twee gevallen en er een overeenkomst wordt geconstateerd: omdat het in het ene geval zo is, zal het bij het andere  ook wel zo zijn.

Als Geert meegaat, dan krijgen we vast ruzie (standpunt). De vorige keer dat hij meeging, liep het ook uit de hand (argument).

Slide 13 - Slide

Argumentatie o.b.v. autoriteit
Als een standpunt wordt ondersteund door een uitspraak van een deskundige of een uitspraak uit een gezaghebbende bron, heet dat argumentatie op basis van autoriteit.
Je moet twee keer in de week vis eten (standpunt). Laatst bleek opnieuw uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen dat regelmatig vis eten goed is voor hart, bloedvaten en geheugen (argument).

Slide 14 - Slide

Opbouw van argumentatie
blz. 105 leerboek

Enkelvoudig
Nevenschikkend 
Onderschikkend

Slide 15 - Slide

Aanvaardbaarheid


Zijn bronnen betrouwbaar?
Zijn de feiten controleerbaar?
Zijn de waarderende argumenten aanvaardbaar?


Slide 16 - Slide

Verzwegen argument
Hoe achterhaal je die?

vb: Die lessen zijn saai, want de docent praat veel.

Dus als een docent veel praat, dan zijn de lessen saai?

Slide 17 - Slide

Drogredenen
(herkennen)

blz. 108 leerboek
(paragraaf 11 examenbundel)

Slide 18 - Slide

Uit examen 2018-I
Vragen over argumentatie en argumentatieschema

Vragen over aanvaardbaarheid en drogredenen

Slide 19 - Slide

Uit examen 2018-I

Vragen over argumentatie en argumentatieschema

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Uit examen 2018-I

Vragen over aanvaardbaarheid
& drogredenen

Slide 24 - Slide

Examen 2018-I

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

(3) 
Sterker nog, schulden zijn zo gevaarlijk gebleken dat sinds 2009 op iedere lening verplicht van overheidswege een waarschuwing dient te worden afgegeven, zoals op ieder sigarettenpakje ook moet worden vermeld hoe dodelijk tabak is. ‘Let op! Geld lenen kost geld.’ Het uitroepteken staat er niet voor niets, zou je zeggen, en ook het logo dat naast deze waarschuwing prijkt, is weinig dubbelzinnig: een mannetje met een euroteken geketend aan zijn 50 enkel. Laat er geen misverstand over bestaan, wil uw overheid er maar mee zeggen: schulden zijn een moderne vorm van slavernij. De voetboei van het 21ste-eeuwse kapitalisme. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide