5.2 Handel in de Oost en de West

5.2 Handel in de Oost en de West
startopdracht: lezen blz. 78 t/m 80
1 / 40
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 8 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

5.2 Handel in de Oost en de West
startopdracht: lezen blz. 78 t/m 80

Slide 1 - Slide

H5 De Republiek, een bijzonder land
Tijd van Regenten en vorsten
Vroeg Moderne tijd

Slide 2 - Slide

Terugblik

Uitleg §5.2

Aan de slag

Afsluiting
Wat gaan we doen in de les?

Slide 3 - Slide

Hoe heet het gebied waar de Republiek veel handelde?
A
Noordzeegebied
B
Oostzeegebied
C
Westzeegebied
D
Zuidzeegebied

Slide 4 - Quiz

Waarom vluchtte Antwerpse handelaren naar Amsterdam.

Slide 5 - Open question

Welke begrip past het beste bij de afbeelding?
A
handelskapitalisme
B
stapelmarkt
C
migratie
D
verdraagzaamheid

Slide 6 - Quiz

Wat is handelskapitalisme?

Slide 7 - Open question

Verhuizen van het ene land naar het andere noemen we:
A
emigratie
B
emotie
C
migratie
D
migraine

Slide 8 - Quiz

Wat is verdraagzaamheid?

Slide 9 - Open question

5.2 Handel in de Oost en de West
  • Je kunt uitleggen waarom kooplieden gingen samenwerken in een compagnie, en twee bijzondere kenmerken van de VOC en WIC noemen.
  • Je kunt uitleggen waarom Europeanen op grote schaal in slaven handelden.
  • Je kunt beschrijven wat er gebeurde met mensen die tot slaaf waren gemaakt.

Slide 10 - Slide

producten
Kruidnagel
Foelie
peper
Nootmuskaat

Slide 11 - Slide

Rond 1600: veel vraag naar specerijen.
Alleen Portugal haalde specerijen uit Azië
Holland en Zeeland wilden dit ook!

Ze richtten samen bedrijfjes op
om handel je gaan drijven in Azië. 

Slide 12 - Slide

  • wie? Verenigde Oost-Indische Compagnie.
  • wat? Nederlands handelsbedrijf
  • waar? Opgericht in Nederland / Handel in de Oost (Azië)
  • wanneer? 1602-1799
  • waarom? Om ruzie tegen te gaan binnen kleine Nederlandse bedrijven werd er één groot bedrijf opgericht.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

De VOC had een monopolie op de handel in Azië:

dat betekent dat de VOC als enige het recht had om handel te drijven in Azië.

Ze hadden geen concurrentie.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Producten
suiker
koffie
slaven
tabak

Slide 19 - Slide

  • wie? West Indische Compagnie.
  • wat? Nederlands handelsbedrijf
  • waar? Opgericht in Nederland, Handel met de West (Afrika en Amerika)
  • wanneer? 1621-1792
  • waarom? handel

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Slide 22 - Slide

Kenmerken VOC / WIC
  1. Investeren en deel winst krijgen 
  2. Speciale rechten 


  • Handelsmonopolie > alleen de VOC mocht als NL bedrijf handelen in de Oost. 
  • Forten te bouwen
  • Oorlog voeren
  • Verdragen sluiten met heersers in Azië > afspraken maken

Slide 23 - Slide

Wereldeconomie

Slide 24 - Slide

timer
15:00
Veel succes!
AAN DE SLAG!
Wat?
Maken: vraag 1 t/m 6 van 5.2
+ nakijken (mapjes liggen bij de docent)
Waarom?
Zo begrijp je de leerdoelen beter
Hoe?
Lees de teksten, markeer de belangrijkste stukken, maak de vragen
Zelfstandig, stil werken
Hulp?
Vraag de docent
Klaar?
Lees en markeer de tekst op blz. 88
Maak opdracht 7 en 8 (blz. 89)

Slide 25 - Slide

Slavernij

Slide 26 - Slide

Indianen werkten op plantages in Amerika


Later vervangen door slaven uit West-Afrika

Slide 27 - Slide

Driehoekshandel
Geweren, alcohol en koperen prducten
Slaven
Rietsuiker, tabak

Slide 28 - Slide

Hoe werd je slaaf?

Slide 29 - Slide

Gevangen tijdens oorlog of rooftochten
Vervoer van slaven naar schepen

Slide 30 - Slide

Vervoer per schip

Slide 31 - Slide

Verkocht op de slavenmarkt 

Slide 32 - Slide

Werken op plantages en in huishouden

Slide 33 - Slide

Verzet door slaven
Oogst vernietigen 
Eigen cultuur houden 
Weglopen
Opstand

Slide 34 - Slide

Over welke onderwerpen of vragen wil je nog wat meer uitleg hebben?

Slide 35 - Open question

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Slide 39 - Video

Huiswerk

Slide 40 - Slide