This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Reactiesnelheid
Slide 1 - Slide
Lesdoelen
Je kunt benoemen welke 3 factoren nodig zijn voor een effectieve botsing en dus tot een reactie leiden.
Je kunt de 5 factoren invloed hebben om de reactiesnelheid benoemen en uitleggen.
Je kunt de reactiesnelheid berekenen en dit in een diagram weergeven.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
Dus wat is nodig voor een effectieve botsing (3 factoren)?
Slide 4 - Open question
Voor een effectieve botsing:
Moeten de deeltjes in de gelegenheid zijn om tegen elkaar te botsen;
Moet de totale energie van de stoffen voldoende hoog zijn;
Moet de ruimtelijke oriëntatie van de deeltjes juist zijn.
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Slide 7 - Video
Welke factoren hebben invloed op de reactiesnelheid?
Slide 8 - Open question
Factoren die invloed hebben op de reactiesnelheid
Soort stof
Concentratie (volume, druk)
Temperatuur
Verdelingsgraad
Aanwezigheid katalysator
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
Leg uit met behulp van het botsende deeltjesmodel waarom melkpoeder wel brandt als het wordt gestrooid op de kaars, maar niet als het op een hoopje ligt en de lucifer erbij wordt gehouden.
Slide 11 - Open question
Reactiesnelheid berekenen
Gemiddelde reactiesnelheid
Uitgedrukt in mol per liter per seconde (mol L-1 s-1)
Snelheid s = molariteit (mol/L) / tijd (s)
Slide 12 - Slide
Reactiesnelheid berekenen
Benoem bij de reactiesnelheid vanuit welke stof je beredeneert OF corrigeer met de coëfficiënten.
Voorbeeld op volgende slide.
Slide 13 - Slide
Voorbeeld: 2 A (g) -> B (g)
Gegevens: [A] daalt in 8,40 minuten van 0,200 M naar 0,166 M.
Bereken de gemiddelde reactiesnelheid.
t = 8,40 min * 60 = 504 s
[A] = 0,200-0,166=0,034 M [B]=0,034/2=0,017 M
s (A)= 0,034 M / 504 s = 6,8 mol A L-1 s-1
s (B) = 0,017 M / 504 s = 3,4 mol B L-1 s-1
OF s=6,8/2=3,4 mol L-1 s-1 (maakt niet uit of je reactiesnelheid voor A of B geeft als je deelt door de coëfficiënt uit de reactievergelijking).
Slide 14 - Slide
Reactiesnelheid
Voorbeeld: 2 NH3 --> N2 + 3 H2
Begin reactie 0 mmol H2
Lijn q geeft mmol H2 aan op einde reactie.
Reactiesnelheid begint hoog, neemt af in de tijd. Bij q is reactiesnelheid 0.
Slide 15 - Slide
Voorbeeld: Mg + 2 H+ -> Mg2+ + H2
Bereken de gemiddelde reactiesnelheid tussen 10 en 20 seconden in mol H2 per seconde (T=298 K, p=p0).
Slide 16 - Slide
Op tijdstip t is de reactie klaar. Welk diagram geeft de juiste weergave?