8.1 Hoe verloren vorsten hun macht?

8.1 Hoe verloren vorsten hun macht?
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

8.1 Hoe verloren vorsten hun macht?

Slide 1 - Slide

Wat voor namen zijn er allemaal voor leiders van een land?

Slide 2 - Mind map

Nederland wordt bestuurd door de koning
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

In H3 hadden we geleerd dat je de bevolking in 3 groepen kon opdelen. Welke 3 groepen waren dit ook alweer?

Slide 4 - Open question

Je weet hoe de macht verdeeld was in de tijd van pruiken en revoluties.

Slide 5 - Slide

Pruikentijd
Koning Lodewijk XVI

Slide 6 - Slide

De pruikentijd
  • Tijdvak 7: Tijd van pruiken en revoluties.
  • 1700-1800 = 18e eeuw.
  • Deze tijd wordt de pruikentijd genoemd.


Slide 7 - Slide

Standen
  • 3 standen: (groep met eigen rechten en plichten)
  • Geestelijkheid 
    - Geloof
  • Adel
    - Rijken/Grondbezitters
  • Burgers 
    - Boeren en burgers

Slide 8 - Slide

Andere aanpak
  • Burgers moeten belasting betalen
    - Hun plicht 
  • Land met koning aan de macht: monarchie

  • Onvrede over Lodewijk XVI
  • Opstanden van burger tegen hun leiders
  • Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)

Slide 9 - Slide

Welke 3 standen waren er in de samenleving tijdens de tijd van pruiken en revoluties?

Slide 10 - Open question

Welke plicht hadden burgers?
A
Naar de kerk gaan
B
Paardrijden
C
Belasting betalen
D
Stemmen

Slide 11 - Quiz

Je weet welke nieuwe ideeën ontstonden.

Slide 12 - Slide

Nieuwe ideeën
  • Westerse landen willen het anders
    - Vrijheid en gelijkheid
  • Burgers recht om mee te bepalen
    - Democratie
    - Grondwet met grondrechten

  • Rechtstaat: Ook de koning houdt zich aan de wet!

Slide 13 - Slide

Welke 3 standen waren er in de samenleving tijdens de tijd van pruiken en revoluties?

Slide 14 - Open question

Nederland is een rechtstaat, dat houdt in dat........
A
Iedereen zich aan alle wetten moet houden
B
Je bij fouten voor de rechtbank moet komen
C
Nederland staat recht op de kaart
D
Nederland een Eerste en Tweede Kamer heeft

Slide 15 - Quiz

Je kunt uitleggen wat er tijdens de Franse Revolutie plaatsvond.

Slide 16 - Slide

De Franse Revolutie

Slide 17 - Slide

Oorzaak franse revolutie 
De koning had geld nodig om oorlog te voeren 
Burgers wilden alleen het geld geven voor extra belasting inspraak. 
De koning weigerde dit. 

Slide 18 - Slide

De Franse Revolutie
  • 1789: Franse Revolutie
  •  Voorstanders: Revolutionairen
  • Koning geen macht meer
    - Nationale Vergadering
    - Democratische Revolutie
  • 1792: Koning vlucht
    - Guillotine 

Slide 19 - Slide

Franse Revolutie
1792: eerste onthoofding met de guillotine

In totaal zo'n 70.000 mensen onthoofd tijdens de Franse Revolutie

Slide 20 - Slide

Je weet wat de gevolgen zijn van de Franse Revolutie.

Slide 21 - Slide

Napoleon
  • Na dood van de koning:
    1. Nog steeds onrust
    2. Veel meningsverschillen

  •  1799: Populaire legergeneraal grijpt de macht: Napoleon
  • 1804: Maakt zichzelf keizer en alleenheerser

Slide 22 - Slide

Veranderingen
  • Nieuwe wetten en regels
    -  Adel mag niet zomaar spullen van de boer afpakken
    - Iedereen is gelijk (dus geen standen meer)
    - Scheiding kerk en staat

  • Napoleon zijn ideeën verspreiden naar andere landen
    - Oorlog

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Wat voor beroep had Napoleon?
A
Generaal
B
Ambtenaar
C
Politicus
D
Vakkenvuller

Slide 25 - Quiz

De scheiding tussen kerk en staat is......
A
De kerk mag niet meer geld eisen van de mensen van de staat
B
De staat bepaalt niet meer welk geloof de kerk mag hebben
C
De kerk bemoeit zich niet met de regels van de staat

Slide 26 - Quiz

Aan de slag
blz. 128 - 135

Slide 27 - Slide