Mondeling Nederlands EKVZ

Mondeling Nederlands - uitleg / lesuur 1

Lesuur 2 : test jezelf 1.2/1.3/1.4
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Mondeling Nederlands - uitleg / lesuur 1

Lesuur 2 : test jezelf 1.2/1.3/1.4

Slide 1 - Slide

Fictiedossier
Je fictiedossier bestaat uit:
  • Zes boekverslagen geprint in een snelhechter.
  • Ook is alles ingeleverd in SOM.
    + Balansverslag / recensie / Inhoudsopgave

    Vergeet de theorie niet!

Slide 2 - Slide

Mondeling
  •  Over welk boek wil je het eerst hebben?
  • Vertel in ongeveer een minuut waar het boek over gaat.
  • De docent stelt daarna vragen.

Slide 3 - Slide

Mondeling
  • Vervolgens kiest je docent een boek uit van je lijst. En daarna stelt hij/zij daar vragen over.

Slide 4 - Slide

Wat voor soort vragen kan je docent stellen?
 
Bijvoorbeeld:

•    Vertel de inhoud van het boek. 

•    Vertel iets over de schrijver en over de eventuele achtergrond van het boek (bijv. bij een historische roman).


Slide 5 - Slide

Wat voor soort vragen gaat je docent stellen?
 Bijvoorbeeld:

•    Hoe wordt het verhaal verteld (chronologisch of met flashbacks).

•    Wie vertelt het verhaal?

•    Wat betekent de titel?


Slide 6 - Slide

Wat voor soort vragen gaat je docent stellen?
 Bijvoorbeeld:

•    Vond je de hoofdpersoon sympathiek en waarom (niet).

•    Welke belangrijke bijfiguren zijn er en welke rol spelen ze in het verhaal?

•    Wat vond je van het einde?


Slide 7 - Slide

Wat voor soort vragen gaat je docent stellen?
 Bijvoorbeeld:

•    Wat vond je de belangrijkste gebeurtenis in het verhaal?

•    Waarom heb je dit boek gekozen?

•    Zou, wat er in het verhaal gebeurt, jou ook kunnen overkomen? Waarom wel/niet?



Slide 8 - Slide

Belangrijke begrippen
Fictie
 
  • Een verhaal dat niet op de werkelijkheid is gebaseerd.
  • Het is verzonnen.
  • Het wordt geschreven vanuit de fantasie van de schrijver.

Slide 9 - Slide

Belangrijke begrippen
Chronologie - tijd
  • Worden de gebeurtenissen in de volgorde verteld waarin ze zich hebben afgespeeld?
  • Is er sprake van flashbacks (terug in de tijd)?
  • Of flashforwards (verwijst naar iets wat nog gebeuren moet, toekomst)

Slide 10 - Slide

Belangrijke begrippen
Perspectief
  • Wie vertelt het verhaal?
  • Ik-perspectief: geschreven vanuit een ik-persoon.
  • Hij-perspectief: geschreven vanuit een hij/zij-persoon.
  • Alwetende verteller: degene die het verhaal vertelt weet al wat er gaat gebeuren.
 

Slide 11 - Slide

Aan de slag:
  • Oefen met je eigen fictiedossier met degene die naast je zit.
  • Stel elkaar een aantal vragen.

Tweede uur: 1.2 / 1.3 / 1.4 Test jezelf (onderaan de opdrachten)
Muziek is toegestaan, als anderen er geen last van hebben ;-)
 

Slide 12 - Slide

Aan de slag 18-3
  • Discussie

1.2  Test jezelf 
Die moet dit uur wel af zijn! ;-)
 

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Link