This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Rekenen F1B vrijdag 21 februari
Slide 1 - Slide
Voor een recept voor groentesoep van 8 personen heb je 600 gram gesneden groente nodig. Bente wil voor 12 personen soep maken. Hoeveel kilo gesneden groente heeft ze nodig?
Slide 2 - Open question
9 mensen hadden de 3de prijs in de loterij. Ze delen het geld en ieder krijgt € 10000,-. Hoeveel euro had ieder gekregen als ze het bedrag met 8 mensen hadden moeten delen?
Slide 3 - Open question
De koerier heeft 15560 km gereden, verdeeld over 6 weken. Daarvan was hij ook nog een week ziek. Dus hoeveel km heeft hij gemiddeld per week gereden toen hij niet ziek was?
Slide 4 - Open question
Een handelaar koopt 584000 gummetjes. Tijdens het vervoer verliest hij 0,6%. Hoeveel gummetjes houdt hij over?
Slide 5 - Open question
Milou zit op zwemles. Per 3 weken betaalt ze voor de lessen € 61,50,-. Milou zwemt 5 keer per week. Hoeveel euro kost het haar per keer?
Slide 6 - Open question
Luca maakt een vakantiehuis schoon in 120 minuten. Naomi doet dat 3 keer zo snel. Roan heeft 15% meer tijd nodig dan Naomi. Hoeveel minuten doet Roan erover om een vakantiehuis schoon te maken?
Slide 7 - Open question
De reis naar het vakantieadres is 1560 kilometer. De familie van Jurre stopt elke keer na 2 uur rijden. Per uur rijden ze 120 kilometer. Hoeveel keer zijn ze tijdens de hele reis gestopt?
Slide 8 - Open question
Voor een wereldgerecht van 6 personen heb je 0,3 liter kookroom nodig. Hoeveel liter kookroom is er nodig als je het recept voor 9 personen maakt?
Slide 9 - Open question
Een kast in de woonwinkel kost vandaag 360,- Dit is met een korting van 10%. Morgen is er geen korting op de kast. Wat kost de kast morgen?